Hoofdstuk 2
Statistiek is de wetenschap, de methodiek en de techniek van het verzamelen, bewerken,
interpreteren en presenteren van gegevens. Het is een onderdeel van de wiskunde.
Onderzoek
- Wetenschappelijk, toegepast en praktijkgericht onderzoek.
- Onderzoeksdoel (waarom en probleemstelling/onderzoeksvraag (wat)
- Onderzoeksprocessen
1 Oriëntatie :verhelderen aanleiding/achtergrond en de doelstelling
2 Formuleren probleemstelling
3 Ontwikkelen onderzoeksopzet
4 Verwerven van gegevens
5 Verwerken en analyseren van gegevens
6 Interpreteren van gegevens : conclusie trekken
7 Evaluatie en terugkoppeling naar het probleem
8 Rapporteren
Kwantitatief
- Cijfermatige informatie
- Statische analyses
- Onderzoeker neemt afstand
- Gericht op toetsing van hypothesen
Elementen van kwantitatief onderzoek : Objecten hebben kenmerken die kunnen worden
gemeten. Een kenmerk wordt gedefinieerd als v
ariabele d
ie bepaalde (meet)waarde kan
hebben.
Kwalitatief
- Niet/nauwelijks cijfermatig
- Belang van de betekenis die de onderzochte aan de situatie geeft
- Onderzoek doen “in het veld”
( Onafhankelijke variabele ) Aantal uren studie → Cijfer voor tentamen ( A
fhankelijke
variabele )
Indicatorvariabele bijvoorbeeld de hoeveelheid ijs dat jaarlijks smelt op de noordpool als
indicator voor de opwarming van de aarde.
Schaaltypes
Nominale schaal : waarden worden weergegeven als woorden of namen ( Bart, Helen,
Margriet, Klaas. Geslacht of beroep )
Ordinale schaal : Er is sprake van een betekenisvolle volgordelijkheid ( laaggebergte,
middelgebergte, hooggebergte, mbo vwo, hbo, wo )
Interval schaal : De verschillen tussen de waarden hebben nu ook betekenis, hebben geen
natuurlijk nulpunt. Meetwaarde van elkaar aftrekken en dit verschil vergelijke met andere
verschillen ( tussen 60 en 20 graden = 40graden en tussen 80 en 40 graden = 40graden, de
gemeten IQ van een persoon )
Statistiek is de wetenschap, de methodiek en de techniek van het verzamelen, bewerken,
interpreteren en presenteren van gegevens. Het is een onderdeel van de wiskunde.
Onderzoek
- Wetenschappelijk, toegepast en praktijkgericht onderzoek.
- Onderzoeksdoel (waarom en probleemstelling/onderzoeksvraag (wat)
- Onderzoeksprocessen
1 Oriëntatie :verhelderen aanleiding/achtergrond en de doelstelling
2 Formuleren probleemstelling
3 Ontwikkelen onderzoeksopzet
4 Verwerven van gegevens
5 Verwerken en analyseren van gegevens
6 Interpreteren van gegevens : conclusie trekken
7 Evaluatie en terugkoppeling naar het probleem
8 Rapporteren
Kwantitatief
- Cijfermatige informatie
- Statische analyses
- Onderzoeker neemt afstand
- Gericht op toetsing van hypothesen
Elementen van kwantitatief onderzoek : Objecten hebben kenmerken die kunnen worden
gemeten. Een kenmerk wordt gedefinieerd als v
ariabele d
ie bepaalde (meet)waarde kan
hebben.
Kwalitatief
- Niet/nauwelijks cijfermatig
- Belang van de betekenis die de onderzochte aan de situatie geeft
- Onderzoek doen “in het veld”
( Onafhankelijke variabele ) Aantal uren studie → Cijfer voor tentamen ( A
fhankelijke
variabele )
Indicatorvariabele bijvoorbeeld de hoeveelheid ijs dat jaarlijks smelt op de noordpool als
indicator voor de opwarming van de aarde.
Schaaltypes
Nominale schaal : waarden worden weergegeven als woorden of namen ( Bart, Helen,
Margriet, Klaas. Geslacht of beroep )
Ordinale schaal : Er is sprake van een betekenisvolle volgordelijkheid ( laaggebergte,
middelgebergte, hooggebergte, mbo vwo, hbo, wo )
Interval schaal : De verschillen tussen de waarden hebben nu ook betekenis, hebben geen
natuurlijk nulpunt. Meetwaarde van elkaar aftrekken en dit verschil vergelijke met andere
verschillen ( tussen 60 en 20 graden = 40graden en tussen 80 en 40 graden = 40graden, de
gemeten IQ van een persoon )