Kris Baetens 2022 – 2023
Biologisch psychologie II: schema’s gehoor, evenwicht, tast, smaak, geur
Schema oor
Buiten Gehoorkanaal tem trommelvlies
Midden 3 gehoorbeentjes: hamer (malleus), aambeeld (incus) en stijgbeugels (stapes)
→ Nut: versterker
Water = dichter dan lucht
Stijgbeugel kleiner maar sterkere beweging tegen slakkenhuis dan trommelvlies op de hamer
Hierna: membraan van het ovale venster
Binnen Slakkenhuis (cochlea, Gevuld met 2 vocht Orgaan van Corti Buitenste haarcellen ≠ Basismechanisme: vibratie-
opgerolde kegel, breder → perilymfe: scala (spiraalorgaan) = waar voldoende voor gehoor energie uitgeoefend op het
vanonder) vestibuli & tympani transductie plaatsvindt → functie: mechanisch membraan van het ovaal
→ Tunnel (= cochleair Lijkt op CSV → ligt op basiliair invloed venster
kamer) (K+ < Na+) membraan → cilia raakt tectoriaal & → buigingen in basiliair
Scala vestibuli, → endolymfe: scala Breder & basiliair membraan membraan = frequentie-
media & tympani media soepeler aan Cruciaal voor afhankelijk (tonotopisch):
• Benen (bot) Lijkt op apex dan basis “fine tuning”: hoge tonen: grootste
basisstructuur intracellulair → boven corti = preciezer buiging vlakbij de basis
= modiolus vocht (K+ > Na+) tectoriaal membraan onderscheid van lage tonen: grootste
Positiever dan met 2 soorten frequenties buiging vlakbij apex
perilymfe haarcellen met cilia Binnenste haarcellen = • basiliair
(trilharen): Buitenste essentieel voor horen membraan:
haarcellen & → cilia raakt tectoriaal drukveranderingen
Binnenste haarcellen membraan niet in vloeistof
→ ongelijke buiging in de opgevangen door
2 membranen rond venster
→ tip links thv insertional
plaques!
TRPA1 (K+ kanaal)
1
, Damla Akgöl 2BA
Kris Baetens 2022 – 2023
Schema auditieve circuit
Gehoorzenuw = bundel bipolair neuron axonen 2 richtingsverkeer:
= cellichamen (zenuwcellen) in spiraalganglion → Efferente: brein – cochlea
→ Verbindt haarcellen met medulla (2 Nucleus olivaris superior – cochlea via olivocochleaire bundel
richtingsverkeer) • Inhiberende invloed op haarcellen (via ACh)
• Functie: bescherming tegen (verwachte) luid geluid & selectief luisteren
→ Afferent; cochlea – brein
(complexe) Nucleus olivaris superior Laterale lemniscus Inferieure colliculus: verschillende soorten
subcorticale → veel neuronen input van beide oren → vooral info van contralateraal oor neuronen
structuren → expertise: kleine verschillen in luidheid & → expertise: auditieve (schrik) reflexen → tonotopisch patronen, stiltereceptoren,
/circuits timing (door beide oren) = lokalisatie selectief bewegende geluidsbrongevoelige
Betrokkenheid trapezelichaampjes cellen,…
= geraffineerd
→ (gedeeltelijk) tonotopische organisatie
Cortex ≠ primair gericht op basale waarnemingen van Tonotopisch & hiërarchisch organisatie 2 stromen
enkelvoudige (pure) tonen → Primair auditieve cortex: kernregio → Anterieur: analyseren van complex
→ Reageert dus vooral op complexe, biologisch → Secundair a.c.: gordelregio geluid (“WAT?”)
relevante geluiden (voetstappen, kraken, → Parabelt → Posterieur: lokalisatie (“WAAR?”)
ruisen,…) Elk krijgt input van nucleus
geniculatis + van zijn voorloper
Schema toonhoogte – volume – timbre
Toonhoogte Codering door plaats (waar is de haarcel) Codering door frequentie (hoe snel vuurt de haarcel)
→ Lage toon = meer naar de apex toe (meeste tonen) → allerlaagste tonen: synchrone vuring met beweging van
Plaats van gedepolariseerde haarcel = informatief over toonhoogte meest apicale deel van basiliair membraan
Hoger tonen = sneller vuren
Volume Cochlea = zeer gevoelig (voor lage Toonhoogte dmv plaats < volume codering dmv Toonhoogte dmv frequentie < volume
volumes): ondergrens is ruis van bloed frequentie codering dmv aantal
Timbre Complexe frequentieanalyse: mengeling Timbre = eigen aan instrument + verschillen Klankkleur = gelijktijdig invloed op
van frequenties tijdens aanzet, doorklinken en afloop v/d toon verschillende delen van basiliair membraan
2