Toetsing van:
Kritische blik
MBKB
Aantal woorden
3359
Hogeschool Leiden Opleiding HBO-Rechten
, Onderdeel 1: Vuistregels en denkfouten
Bewering 1: ‘Aliens bestaan en komen in vrede.’
Bron: Quekel, S. (2020, December 8). Ex-baas ruimteprogramma Israël: ‘Aliens
bestaan en komen in vrede.’ AD.nl. Geraadpleegd van
https://www.ad.nl/buitenland/ex-baas-ruimteprogramma-israel-aliens-bestaan-
en-komen-in-vrede~ac3282f2/
Op deze bewering is de vuistregel ‘de bewijslast ligt bij de steller’ van
toepassing. Het gaat om een claim die niet per se onzin is, maar die niet als
onweerlegbaar feit kan worden neergezet. Het is immers nooit bewezen dat
aliens bestaan en ook niet dat ze in vrede komen. De steller moet in dit geval
dus kunnen onderbouwen waarom hij deze bewering doet.
Bewering 2: ‘Het feit dat abortus door de staat wordt betaald, is een
uitnodiging tot losbandig gedrag.’
Bron: Dat vrouwen hun benen bij elkaar houden. Is dat misschien wat u wil,
meneer Brinkman? - Joop - BNNVARA. (2019, Juni 28). Joop. Geraadpleegd van
https://www.bnnvara.nl/joop/artikelen/dat-vrouwen-hun-benen-bij-elkaar-
houden-is-dat-misschien-wat-u-wil-meneer-brinkman
Op deze bewering is de vuistregel ‘buitengewone beweringen hebben
buitengewone bewijzen nodig’ van toepassing. De claim gaat namelijk tegen de
meest voor de hand liggende aanwijzingen en bewijzen in. In dit geval kun je je
afvragen waarom vrouwen zich fatsoenlijker zullen gedragen als zij zelf hun
abortus moeten betalen dan wanneer de staat dit betaald. Het is namelijk
algemeen bekend dat abortus in de meeste gevallen wordt gedaan, omdat de
zwangerschap als het ware ‘een foutje’ is. Vrouwen komen niet al lachend een
abortuskliniek binnen om hun zwangerschap af te laten breken. Er zal dus
bewezen moeten worden dat kosteloze abortus het aantrekkelijker maakt voor
vrouwen om zich losbandig te gedragen.
Bewering 3: Afgelopen donderdag stond ik met een collega van mij achter de
servicebalie toen er een klant naar ons toekwam om iets te vragen. Op het
moment dat ik hem wilde helpen, vroeg hij of hij niet beter door de oudere dame
geholpen kon worden (hij had het over de collega waar ik mee stond). Toen ik
hem vroeg waarom zei hij: ‘Zij werkt hier waarschijnlijk al wat jaartjes langer
dan jij’.
Bron: Mijn eigen ervaring.
Op deze bewering is een denkfout van toepassing. De klant doet in dit geval een
aanname die gebaseerd is op een stereotype. Hij gaat uit van het gegeven dat
mijn collega er een stuk ouder uitziet dan ik. Zij is immers bijna 60 en ik 22. Hoe
oud je bent, heeft echter niks te maken met hoelang je al bij een bepaald bedrijf
werkt. Ik werk namelijk al ruim zes jaar bij de Gamma en mijn collega pas een
aantal maanden. De klant stereotypeert en discrimineert op basis van onze
leeftijd. Hij gaat ervanuit dat ik jong ben en dus minder kennis en ervaring heb
opgedaan binnen het bedrijf dan mijn collega.