geletterdheid; perspectieven vanuit multi-geletterdheden
1. Perspectieven op cultuur en lezen
1.1. Cultuur in vraag
Het debat over cultuur in het algemeen en de lees- en literaire cultuur in het bijzonder staat vandaag
de dag bovenaan de agenda: zowel in de privésfeer als in de openbaarheid wordt dit debat gevoerd,
en steeds duidelijker manifesteert ‘cultuur’ zich daarbij als een concept in crisis.
1.2. Cultuur als modewoord
Cultuur is immers uitgegroeid tot een buzzword. Concepten als ‘ras’ en ‘klasse’ worden steeds meer
vervangen door het concept ‘cultuur’: bijgevolg beschouwt men heel wat conflicten dan ook als
culturele kwesties.
Men vertaalt racisme in termen van cultuurverschillen, klachten over jeugd worden klaagzangen over
hun cultuur, men zoekt en vindt een eigen identiteit in het aannemen van een cultureel bepaalde
lifestyle. Zelfs oorlogen worden omschreven als culturele conflicten.
In onze postmoderne samenleving is cultuur een belangrijke bron van zingeving geworden. Binnen
culturele studies wordt dan weer beklemtoond dat cultuur pedagogisch is, want zij biedt ons de
verhalen en metaforen die mee bepalen wat we denken à er is sprake van culturalisme
Culturalisme: waarbij verschillende problemen op basis van culturele perspectieven worden
benaderd.
1.3. Cultuur in crisis
Er wordt gezegd dat er een achteruitgang is van de culturele geletterdheid in onze maatschappij. Het
vervagen van normen en waarden, het verdwijnen van gedeelde kennis en bildung, … de westerse
cultuur heeft een klaagcultuur ontwikkeld over haar eigen teloorgang.
1.4. Cultuurkritiek
Cultuurkritiek is een genre geworden van doemdenkers ‘in de schaduw van de vooruitgang’. Dit
doemdenken over toekomst is een steeds terugkerende verschijnsel.
Steiner: hier staat de taal centraal. Met de taal ontstaat de mens, met het verdwijnen van de taal zou
ook de mensen verdwijnen. De teloorgang van literatuur zou de taal- en dus ook de mens- in gevaar
brengen.
1.5. Humanisme en leescultuur
Nochtans is de leescultuur een relatief recent verschijnsel. Voor Steiner was de periode van 1820 tot
1915 de meest hoogstaande cultuurperiode. Na de negentiende eeuw zette het verval in, in onze tijd
is er reeds sprake van een dreigende ondergang. Steiner uitte ook kritiek op de gevestigde
beschavingsmedia.
1.6. Back-to-basics
1