Typen spieren:
Skeletspier: vast aan botten
actief weefsel (bewust aan- & ontspannen)
Hartspier: onbewust bestuurd
Gladde spier: in wanden van bloedvaten en rondom organen
bloedstroom (onbewuste spier)
Spieropbouw
Spier spierbundel (fasciculus) spiervezel myofibril
Bindweefsel
Epimysium: om spier
Perimysium: om kleine bundels vezels (fasiculus)
Endomysium: om individuele spiercellen (spiervezel)
* Spierbuiken worden verdeeld in meerdere compartimenten
,Spiervezel
Plasmamembraam (= plasmalemma): celmembraan
Organellen:
- Myofibril: samentrekkingen van spier
- Mitochondria: voedingsstoffen omzetten in energie
- Nucleus: celkern (met erfelijke eigenschappen)
- Lysosomen: afbraak van grote moleculen (eiwitten, koolhydraten, vetten & nucleïnezuren)
- Sarcoplasmatische reticulum (SR): opslag en transport calcium
- Celkernen
Sarcolemma: plasmalemma + basaalmembraan
Satellietcellen: tussen plasmalemma & basaalmembraam
Sarcoplasma: cytoplasma (eiwitten, mineralen, glycogeen, vetten & organellen)
Triade: - Transversale tubuli (T-tubuli) & Terminale cisternae
, Myofibrillen
Contractiele elementen van de spier spiercontractie
Sarcomeer
Kleinste functionele spiereenheid (van Z-lijn tot Z-lijn)
Dun filament: actine + troponine + tropomyosine
Dik filament: myosine met myosinekoppen
Dwarsgestreepte skeletspieren
Tussen twee Z-lijnen:
I-band: ruimte tussen Z-lijn en myosine (lichte zone)
A-band: lengte van myosine (donkere zone)
H-zone: midden van A-band alleen zichtbaar bij ontspannen myofibril
M-lijn: midden van H-zone
A-band
I-band
Spiersamentrekking:
Kopje myosine trekken aan actinefilamenten
I-band halveert
A-band: constant
H zone verkort