Hoofdstuk 4: De taal van de ruimte en de tijd
De ruimte waarin mensen leven, vertelt iets over wie ze zijn. Een huis kan ‘gezellig’ of bv.
‘leeg’ zijn. Je past de ruimte waarin je zit en waarin je leeft aan aan de persoon die je bent.
Ruimtes beïnvloeden ook hoe gesprekken verlopen.
De vormgeving van een ruimte beïnvloedt de communicatie erin. Onze campus heeft bv een
fortuin uitgegeven aan het dakterras, je kan er echter alleen maar naast elkaar zitten de
ruimte is niet communicatief want je kan alleen maar naast elkaar gaan zitten. Je kan elkaar
dan niet aankijken tijdens een gesprek.
Mensen gedragen zich positiever in prettige ruimtes. Soms zet men in bepaalde ruimtes een
voorwerp dat een gesprek zou kunnen opwekken.
Links: men probeert een huiskamer gezellig in te richten.
Rechts: een verhoorkamer. Men probeert een kille sfeer te creëren in die ruimte; een
verhoring in de kamer links zou niet hetzelfde zijn als in de ruimte rechts.
Beïnvloedende factoren
Afstand tot elkaar
Hoek tegenover elkaar
Naast elkaar is bv een slechte hoek
Aanwezig ‘gespreksthema’
Sfeer in de ruimte
Ruimte – macht
Meer ruimte is beter dan minder (statussymbolen).
een baas zal over het algemeen een groter kantoor hebben
Privéruimte is beter dan gedeelde ruimte (toegankelijkheid).
bij ons heeft de campusdecaan een eigen kantoor, terwijl de proffen een kantoor
moeten delen
Hoog gelegen is beter dan laag gelegen.
de decaan en de vicedecanen zitten op de hoogste verdiepingen
De ruimte waarin mensen leven, vertelt iets over wie ze zijn. Een huis kan ‘gezellig’ of bv.
‘leeg’ zijn. Je past de ruimte waarin je zit en waarin je leeft aan aan de persoon die je bent.
Ruimtes beïnvloeden ook hoe gesprekken verlopen.
De vormgeving van een ruimte beïnvloedt de communicatie erin. Onze campus heeft bv een
fortuin uitgegeven aan het dakterras, je kan er echter alleen maar naast elkaar zitten de
ruimte is niet communicatief want je kan alleen maar naast elkaar gaan zitten. Je kan elkaar
dan niet aankijken tijdens een gesprek.
Mensen gedragen zich positiever in prettige ruimtes. Soms zet men in bepaalde ruimtes een
voorwerp dat een gesprek zou kunnen opwekken.
Links: men probeert een huiskamer gezellig in te richten.
Rechts: een verhoorkamer. Men probeert een kille sfeer te creëren in die ruimte; een
verhoring in de kamer links zou niet hetzelfde zijn als in de ruimte rechts.
Beïnvloedende factoren
Afstand tot elkaar
Hoek tegenover elkaar
Naast elkaar is bv een slechte hoek
Aanwezig ‘gespreksthema’
Sfeer in de ruimte
Ruimte – macht
Meer ruimte is beter dan minder (statussymbolen).
een baas zal over het algemeen een groter kantoor hebben
Privéruimte is beter dan gedeelde ruimte (toegankelijkheid).
bij ons heeft de campusdecaan een eigen kantoor, terwijl de proffen een kantoor
moeten delen
Hoog gelegen is beter dan laag gelegen.
de decaan en de vicedecanen zitten op de hoogste verdiepingen