1
Samenvatting: Farmacologie:
Farmacokinetiek en farmacodynamiek:
Farmacokinetiek:
• Wat doet het lichaam met het geneesmiddel
o Geneesmiddel is vaak lichaamsvreemde stof
o Lichaam wil de stof dus verwijderen
• Studie van absorptie, distributie en eliminatie
o Absorptie:
▪ Hoe geraakt het geneesmiddel van site naar bloed
o Distributie:
▪ Hoeveel geneesmiddelen worden verspreid in het weefsel
o Eliminatie:
▪ Biotransformatie of metabolisatie:
• Modificatie van de structuur om het dan te degraderen
▪ Excretie:
• Verwijderen van de stof zonder van vorm te veranderen
▪ Meestal combinatie van beide vormen
• Gebonden farmacon:
o Zal niet kunnen verplaatsen en niet van structuur kunnen veranderen
• Niet gebonden farmacon:
o Zal kunnen verplaatsen en gebiotransformeerd worden
Transport over membraan:
• Nodig voor absorptie en distributie
• Passieve niet-ionische diffusie
• Carrier gemedieerd transport
• Paracellulair transport via poriën
Farmacologie
, 2
Passieve niet-ionische diffusie:
• Structuur van de celmembraan is een fosfolipide bilayer
o Vetoplosbaarheid zal hier van groot belang zijn
▪ Hoe meer vetoplosbaar, hoe sneller
• Snelheid van transport = D*P*SA*(C1-C2)/d
o D; diffusie coëfficiënt
o P; vet-water partitie coëfficiënt
o SA; oppervlakte
o C1-C2; concentratiegradiënt
▪ Driving force
o d; diffusieafstand
• Niet-geïoniseerde stoffen zijn meer vetoplosbaar
• Geïoniseerde stoffen:
o Reductie om membraan over te steken
▪ Stoffen zijn minder vetoplosbaar
• Geneesmiddelen zijn vaak zwakke zuren of basen
Zwak zuur:
• Bij stijging van pH:
o Zwak zuur zal meer geïoniseerd worden
o Vet onoplosbaar en minder geabsorbeerd
• Bij daling van pH:
o Zwak zuur zal minder geïoniseerd worden
o Vetoplosbaar en beter geabsorbeerd
Zwakke base:
• Bij stijging van pH:
o Zwakke base zal minder geïoniseerd worden
o Vetoplosbaar en beter geabsorbeerd
• Bij daling van pH:
o Zwakke base zal meer geïoniseerd worden
o Vet onoplosbaar en minder geabsorbeerd
Carrier-gemedieerde transport:
• Pompen tegen concentratie gradiënt in
• Belangrijk carrierproteïne is P-glycoproteïne
o Maar niet voor elk geneesmiddel
▪ Ze zijn substraat-specifiek
o Verhinderen absorptie
▪ Zullen geneesmiddelenopname verminderen door ze terug naar de darm te
sturen
Farmacologie
, 3
Paracellulair transport:
• Transport via intercellulaire poriën
• Algemeen:
o Enkel voor geneesmiddelen met doorsnede van 0.4 nm
o Moleculair gewicht is kleiner dan 150 Da
• Uitzonderingen:
o Capillair endotheel
▪ Doorsnede van 3-5 nm
▪ Moleculair gewicht kleiner dan 60 000 Da
o Glomerulaire filtratie
▪ Filtering van bloed in de nier
o Bescherming van centraal zenuwstelsel door endotheel van bloedhersen-barrière
door tight junctions
▪ Verhindering van transport door de tight
junctions
Absorptie parameters:
• Cmax:
o Maximum concentratie bereikt in de systemische
circulatie
• Tmax:
o Tijd nodig om de Cmax te bereiken
o Correlatie met de rate van absorptie
▪ Maar niet altijd (zie verder)
• AUC:
o Gebied onder de concentratie-tijdcurve
o Mate waarin het geneesmiddel wordt opgenomen
Biologische beschikbaarheid:
• Fractie van totaal toegediende dosis dat de systemische circulatie
bereikt in onveranderde vorm
o Systemische circulatie wil zeggen voorbij de lever
• In geval van orale absorptie:
o F = fa*fi*fh
▪ fa; fractie intestinaal geabsorbeerd
▪ fi; fractie niet intestinaal geabsorbeerd
▪ fh; fractie niet hepatisch geabsorbeerd
• Beïnvloedbaar door 2 vormen:
o Presystemische efflux:
▪ Door CYP-enzymen (werken samen met P-glycoproteïnen)
o Passage door lever
o Afhankelijk van geneesmiddel
▪ Invloed kan meer of minder zijn
Farmacologie
, 4
Absolute biologische beschikbaarheid:
• Zie formule en grafiek
• Intraveneuze toediening zal altijd 100% biologisch beschikbaar zijn
o Wordt direct systemisch toegediend
• Orale toediening zal altijd tussen 0-100% biologisch beschikbaar zijn
Relatieve biologische beschikbaarheid:
• Voorwaarde voor generische middelen
o Product van wit merk (paracetamol in
tegenstelling tot Dafalgan wat paracetamol
bevat)
• Zie formule en grafiek
o Vergelijking tussen testproduct en
referentieproduct
Equivalentie van farmaceutica:
• Chemische equivalentie
o Producten hebben zelfde actieve bestanddeel
• Biologische equivalentie:
o Relatieve biologische beschikbaarheid heeft marge van 80-125%
o Verhouding van maximale concentratie tussen generisch en referentie heeft marge
van 80-125%
• Therapeutische equivalentie:
o Range van 90-110%
▪ 90%; minimaal effectieve concentratie
▪ 110%; maximaal tolereerbare concentratie
• Hoger kan meer kans hebben op nevenwerkingen
o Sommige middelen hebben nauwere range
▪ Bijvoorbeeld anti-elliptische middelen
o Eventueel is er zelfs geen switch van wissel mogelijk
Mogelijkheid van toediening:
• Lokaal (toediening op plaats waar effect moet zijn):
o Topisch
o Oculair
o Nasaal
o …
• Systemisch:
o Enterisch door het gastro-intestinaal stelsel
o Parenteral door injectie
o Bronchiaal via bronchi naar hersenen
• Orale toediening:
o Absorptie wordt het liefst gedaan in de dunne darm
▪ Door de contacttijd, veel groter dan in de maag
▪ Door de oppervlakte, veel groter
▪ Door de pH, hoger
Farmacologie
Samenvatting: Farmacologie:
Farmacokinetiek en farmacodynamiek:
Farmacokinetiek:
• Wat doet het lichaam met het geneesmiddel
o Geneesmiddel is vaak lichaamsvreemde stof
o Lichaam wil de stof dus verwijderen
• Studie van absorptie, distributie en eliminatie
o Absorptie:
▪ Hoe geraakt het geneesmiddel van site naar bloed
o Distributie:
▪ Hoeveel geneesmiddelen worden verspreid in het weefsel
o Eliminatie:
▪ Biotransformatie of metabolisatie:
• Modificatie van de structuur om het dan te degraderen
▪ Excretie:
• Verwijderen van de stof zonder van vorm te veranderen
▪ Meestal combinatie van beide vormen
• Gebonden farmacon:
o Zal niet kunnen verplaatsen en niet van structuur kunnen veranderen
• Niet gebonden farmacon:
o Zal kunnen verplaatsen en gebiotransformeerd worden
Transport over membraan:
• Nodig voor absorptie en distributie
• Passieve niet-ionische diffusie
• Carrier gemedieerd transport
• Paracellulair transport via poriën
Farmacologie
, 2
Passieve niet-ionische diffusie:
• Structuur van de celmembraan is een fosfolipide bilayer
o Vetoplosbaarheid zal hier van groot belang zijn
▪ Hoe meer vetoplosbaar, hoe sneller
• Snelheid van transport = D*P*SA*(C1-C2)/d
o D; diffusie coëfficiënt
o P; vet-water partitie coëfficiënt
o SA; oppervlakte
o C1-C2; concentratiegradiënt
▪ Driving force
o d; diffusieafstand
• Niet-geïoniseerde stoffen zijn meer vetoplosbaar
• Geïoniseerde stoffen:
o Reductie om membraan over te steken
▪ Stoffen zijn minder vetoplosbaar
• Geneesmiddelen zijn vaak zwakke zuren of basen
Zwak zuur:
• Bij stijging van pH:
o Zwak zuur zal meer geïoniseerd worden
o Vet onoplosbaar en minder geabsorbeerd
• Bij daling van pH:
o Zwak zuur zal minder geïoniseerd worden
o Vetoplosbaar en beter geabsorbeerd
Zwakke base:
• Bij stijging van pH:
o Zwakke base zal minder geïoniseerd worden
o Vetoplosbaar en beter geabsorbeerd
• Bij daling van pH:
o Zwakke base zal meer geïoniseerd worden
o Vet onoplosbaar en minder geabsorbeerd
Carrier-gemedieerde transport:
• Pompen tegen concentratie gradiënt in
• Belangrijk carrierproteïne is P-glycoproteïne
o Maar niet voor elk geneesmiddel
▪ Ze zijn substraat-specifiek
o Verhinderen absorptie
▪ Zullen geneesmiddelenopname verminderen door ze terug naar de darm te
sturen
Farmacologie
, 3
Paracellulair transport:
• Transport via intercellulaire poriën
• Algemeen:
o Enkel voor geneesmiddelen met doorsnede van 0.4 nm
o Moleculair gewicht is kleiner dan 150 Da
• Uitzonderingen:
o Capillair endotheel
▪ Doorsnede van 3-5 nm
▪ Moleculair gewicht kleiner dan 60 000 Da
o Glomerulaire filtratie
▪ Filtering van bloed in de nier
o Bescherming van centraal zenuwstelsel door endotheel van bloedhersen-barrière
door tight junctions
▪ Verhindering van transport door de tight
junctions
Absorptie parameters:
• Cmax:
o Maximum concentratie bereikt in de systemische
circulatie
• Tmax:
o Tijd nodig om de Cmax te bereiken
o Correlatie met de rate van absorptie
▪ Maar niet altijd (zie verder)
• AUC:
o Gebied onder de concentratie-tijdcurve
o Mate waarin het geneesmiddel wordt opgenomen
Biologische beschikbaarheid:
• Fractie van totaal toegediende dosis dat de systemische circulatie
bereikt in onveranderde vorm
o Systemische circulatie wil zeggen voorbij de lever
• In geval van orale absorptie:
o F = fa*fi*fh
▪ fa; fractie intestinaal geabsorbeerd
▪ fi; fractie niet intestinaal geabsorbeerd
▪ fh; fractie niet hepatisch geabsorbeerd
• Beïnvloedbaar door 2 vormen:
o Presystemische efflux:
▪ Door CYP-enzymen (werken samen met P-glycoproteïnen)
o Passage door lever
o Afhankelijk van geneesmiddel
▪ Invloed kan meer of minder zijn
Farmacologie
, 4
Absolute biologische beschikbaarheid:
• Zie formule en grafiek
• Intraveneuze toediening zal altijd 100% biologisch beschikbaar zijn
o Wordt direct systemisch toegediend
• Orale toediening zal altijd tussen 0-100% biologisch beschikbaar zijn
Relatieve biologische beschikbaarheid:
• Voorwaarde voor generische middelen
o Product van wit merk (paracetamol in
tegenstelling tot Dafalgan wat paracetamol
bevat)
• Zie formule en grafiek
o Vergelijking tussen testproduct en
referentieproduct
Equivalentie van farmaceutica:
• Chemische equivalentie
o Producten hebben zelfde actieve bestanddeel
• Biologische equivalentie:
o Relatieve biologische beschikbaarheid heeft marge van 80-125%
o Verhouding van maximale concentratie tussen generisch en referentie heeft marge
van 80-125%
• Therapeutische equivalentie:
o Range van 90-110%
▪ 90%; minimaal effectieve concentratie
▪ 110%; maximaal tolereerbare concentratie
• Hoger kan meer kans hebben op nevenwerkingen
o Sommige middelen hebben nauwere range
▪ Bijvoorbeeld anti-elliptische middelen
o Eventueel is er zelfs geen switch van wissel mogelijk
Mogelijkheid van toediening:
• Lokaal (toediening op plaats waar effect moet zijn):
o Topisch
o Oculair
o Nasaal
o …
• Systemisch:
o Enterisch door het gastro-intestinaal stelsel
o Parenteral door injectie
o Bronchiaal via bronchi naar hersenen
• Orale toediening:
o Absorptie wordt het liefst gedaan in de dunne darm
▪ Door de contacttijd, veel groter dan in de maag
▪ Door de oppervlakte, veel groter
▪ Door de pH, hoger
Farmacologie