College 1
Internationaal recht= verdragen met andere landen
Nationaal recht= wetten en regels die gelden voor Nederland
Grondrechten
Wetten
Jurisprudentie
Gewoonterecht
De bronnen van het recht= vier bovenstaande + internationaal recht
Verdragen= afspraken die landen onderling hebben gemaakt en die gelden voor de burgers
Volgorde van het recht
1. Internationaal recht
2. Grondrechten
3. Wetten
4. Jurisprudentie
5. Gewoonterecht
Grondrechten= de meest fundamentele rechten van een mens, rechten die ervoor zorgen
dat de overheid iets niet mag doen, je hebt als burger recht op bepaalde mens-vrijheden.
Klassieke grondrechten: de grondrechten die de vrijheid van jou als burger bepalen. Artikel
1 t/m 18 van de grondwet.
Sociale grondrechten: de grondrechten die de overheid de opdracht geven om te zorgen
voor de burgers. Artikel 19 t/m 23 van de grondwet.
“Procedureregels”, hoe komt een wet in formele zin tot stand, procedures.
“Gewone” wetten
Wet in formele zin, wordt gemaakt door de eerste en tweede kamer
Wet in materiële zin, alle regels die zijn gemaakt en voor iedereen gelden, maar zijn
bijvoorbeeld gemaakt door de gemeente.
Jurisprudentie= uitspraak van een rechter, kan gemaakt worden door de hoge raad, het
gerechtshof en de kantonrechter.
Gewoonterecht= alles wat je met elkaar afspreekt, maar wat niet is vastgelegd.
, College 2
Intellectuele eigendomsrecht, valt onder het eigendomsrecht (privaatrecht)
Auteursrecht
Portretrecht
Merkenrecht
Octrooirecht
Auteursrecht en portretrecht vallen onder de auteurswet (nationaal).
Het merkenrecht valt onder het Benelux-verdrag voor intellectuele eigendom (BVIE).
Auteursrecht= het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde,
wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te
verveelvoudigen.
Auteursrecht
De maker
Oorspronkelijke maker (artikel 1)
Meerdere makers en verzamelaar (artikel 5)
Opdrachtgever (artikel 6)
Werkgever (artikel 7)
Exploitatierecht= het recht om te beslissen of je je werk openbaar wilt maken en het wilt
verveelvoudigen, of het bij één exemplaar te houden.
Licentieovereenkomst= als je je exploitatierecht aan iemand anders geeft, bijvoorbeeld aan
een uitgever.
Het werk
“Werk” van letterkunde, wetenschap of kunst (artikel 10)
Ideeën, trends etc. zijn geen werk
Bescherming op basis van de auteurswet geldt alleen als het werk:
- Een eigen oorspronkelijk karakter heeft, geen kopie (EOKP)
- Het persoonlijke stempel van de maker draagt
Het belang van de auteurswet, het is een verbodswet die de maker beschermt tegen
inbreuk.
Auteursrecht eindigt
70 jaar na de dood van de maker (mens)
70 jaar na de eerste openbaarmaking (bedrijf)
Internationaal recht= verdragen met andere landen
Nationaal recht= wetten en regels die gelden voor Nederland
Grondrechten
Wetten
Jurisprudentie
Gewoonterecht
De bronnen van het recht= vier bovenstaande + internationaal recht
Verdragen= afspraken die landen onderling hebben gemaakt en die gelden voor de burgers
Volgorde van het recht
1. Internationaal recht
2. Grondrechten
3. Wetten
4. Jurisprudentie
5. Gewoonterecht
Grondrechten= de meest fundamentele rechten van een mens, rechten die ervoor zorgen
dat de overheid iets niet mag doen, je hebt als burger recht op bepaalde mens-vrijheden.
Klassieke grondrechten: de grondrechten die de vrijheid van jou als burger bepalen. Artikel
1 t/m 18 van de grondwet.
Sociale grondrechten: de grondrechten die de overheid de opdracht geven om te zorgen
voor de burgers. Artikel 19 t/m 23 van de grondwet.
“Procedureregels”, hoe komt een wet in formele zin tot stand, procedures.
“Gewone” wetten
Wet in formele zin, wordt gemaakt door de eerste en tweede kamer
Wet in materiële zin, alle regels die zijn gemaakt en voor iedereen gelden, maar zijn
bijvoorbeeld gemaakt door de gemeente.
Jurisprudentie= uitspraak van een rechter, kan gemaakt worden door de hoge raad, het
gerechtshof en de kantonrechter.
Gewoonterecht= alles wat je met elkaar afspreekt, maar wat niet is vastgelegd.
, College 2
Intellectuele eigendomsrecht, valt onder het eigendomsrecht (privaatrecht)
Auteursrecht
Portretrecht
Merkenrecht
Octrooirecht
Auteursrecht en portretrecht vallen onder de auteurswet (nationaal).
Het merkenrecht valt onder het Benelux-verdrag voor intellectuele eigendom (BVIE).
Auteursrecht= het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde,
wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te
verveelvoudigen.
Auteursrecht
De maker
Oorspronkelijke maker (artikel 1)
Meerdere makers en verzamelaar (artikel 5)
Opdrachtgever (artikel 6)
Werkgever (artikel 7)
Exploitatierecht= het recht om te beslissen of je je werk openbaar wilt maken en het wilt
verveelvoudigen, of het bij één exemplaar te houden.
Licentieovereenkomst= als je je exploitatierecht aan iemand anders geeft, bijvoorbeeld aan
een uitgever.
Het werk
“Werk” van letterkunde, wetenschap of kunst (artikel 10)
Ideeën, trends etc. zijn geen werk
Bescherming op basis van de auteurswet geldt alleen als het werk:
- Een eigen oorspronkelijk karakter heeft, geen kopie (EOKP)
- Het persoonlijke stempel van de maker draagt
Het belang van de auteurswet, het is een verbodswet die de maker beschermt tegen
inbreuk.
Auteursrecht eindigt
70 jaar na de dood van de maker (mens)
70 jaar na de eerste openbaarmaking (bedrijf)