, m. rectus abdominis
Visualisatie Houding: ruglig
→ De linea semilunaris (de laterale boogvormige rand) heeft een caudaal & mediaal verloop
(van top cartilago costalis IX tot tuberculum pubicum)
→ De linker & rechter mm. recti abdominis worden van elkaar gescheiden door de linea alba
(goed zichtbaar) → zichtbaar van craniaal tot umbilicus (navel) waar ze het breedste is
→ Bij contractie ziet men
- dat de spier in verscheidene buiken verdeeld wordt door intersectiones tendineae
(beiderzijds niet per se op dezelfde hoogte)
- een sterke inzinking van de buikwand, intercostale ruimte en fossa supra- en
infraclavicularis
→ Meestal 3 lineae transversae aanwezig
- Meest craniale: direct caudaal van proc. xiphoideus
- Middenste: tussen proc. xiphoideus en umbilicus
- Meest caudale: t.h.v. de umbilicus
Palpatie Zeer oppervlakkige spier + verschillende delen goed te palperen (zeker bij contractie)
Contractie Vanuit ruglig een romp flexie uitvoeren + tegelijkertijd krachtig uitademen
, m. obliquus externus abdominis
Visualisatie Houding: ruglig, met de knieën opgetrokken en de voeten plat op de tafel
→ Oorsprongsgebied zichtbaar
Spierkoppen soms te zien als de tanden van een zaag zoals die van de m. serratus anterior →
de tanden van beide spieren grijpen in elkaar
Opmerkingen:
- Niet bij iedereen zichtbaar
- Craniale kop vaak bedekt door m. pectoralis maior
- Meest caudale koppen lopen van dorsaal op rib 11 en 12 naar ventraal op de crista iliaca
→ vormt voorste schuine rand van trigonum lumbale
- Trigonum lumbale:
- gevormd door hoogste deel crista iliaca, laterale rand LD, bodem door
MOIA
- Visualisatie: buiklig met adductie tegen weerstand (eventueel samen met
flexie romp of heterolaterale rotatie romp (homolaterale schouder tegen
tafel drukken)
- Opmerking: niet bij iedereen zichtbaar (vb. meer ventrale ligging van
LD of meer dorsale ligging MOEA)
Palpatie Houding: ruglig
→ Men palpeert tussen de ribben, in de tussenribruimtes
→ Gemakkelijkst op voorste buikwand, lateraal van de m. rectus abdominis bij persen, krachtige
uitademing, flexie- en heterolaterale rotaties (TIP: supermanhouding samen laten gaan met diep
inademen kan palpatie vergemakkelijken omdat dan de m. serratus anterior geprovoceerd wordt →
protractie)
Let op: bij heterolaterale rotatie is flexie-component onvermijdelijk → meerdere spieren
aangesproken → voor alleen MOEA: palpeer op ribbenrooster + dorsale rand als voorste rand van
trigonum lumbale (TIP: hanteer manoeuvre trigonum zichtbaar maken)
Contractie Romp flexie + heterolaterale rotatie (eventueel tegen weerstand)
→ brengt zijn rechterhand naar zijn linkerknie en andersom
, m. obliquus internus abdominis
Visualisatie Houding: ruglig
→ NIET te visualiseren omdat ze grotendeels onder de m. obliquus externus abdominis
ligt
Opmerking: spier alleen oppervlakkig in het trigonum lumbale
Palpatie - Caudaal van de lijn t.h.v. umbilicus MAAR let op: MOIA ligt op m. transversus
abdominis dus onderscheid moeilijk (richting spiervezels nl. +/- dezelfde) → onderscheid
kan boven SIAS:
- spiervezels lopen daar van caudo-lateraal naar cranio-mediaal
- bij homolaterale rotatie op ribbenrooster
Opmerking:
Palpatie soms bemoeilijkt door aanwezigheid van onderhuids vet
Contractie Romp flexie + homolaterale rotatie
→ Schouder in de tafel duwen