100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - hoofdstuk 2 : waarneming en gedrag - VWO 5 - Biologie voor jou

Rating
-
Sold
-
Pages
7
Uploaded on
06-05-2023
Written in
2022/2023

Dit document bevat een volledige samenvatting van hoofdstuk 2 : Waarneming en Gedrag. Deze samenvatting is gebaseerd op het boek uit VWO 5 van Biologie voor Jou. Ik heb het per paragraaf samengevat waardoor het overzichtelijk blijft en makkelijker te leren is. Handig voor een toets of eindexamen.

Show more Read less
Level
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Uploaded on
May 6, 2023
Number of pages
7
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

INTERNE EN EXTERNE PRIKKELS
 Externe prikkels = prikkels die vanuit het externe milieu komen
 Interne prikkels = prikkels vanuit het interne milieu
 Proprioreceptoren = zintuigen die een verandering van de spanning van een spier of lichaamsstand registreren
 Mechanische receptoren reageren op verschillende vormen van mechanische energie
 Tastreceptoren en drukreceptoren = receptoren waarin een impuls ontstaat als het celmembraan wordt vervormd door aanraking of
druk
 Temperatuurreceptoren = reageren op warmte en kou
 Pijnreceptoren = uiteinde van neuronen die een impuls laten ontstaan door extreme druk/temperatuur etc.
 Lichtreceptoren = impuls ontstaat door zichtbaar licht



HET
HET ONTSTAAN VAN IMPULSEN IN ZINTUIGCELLEN
 Prikkeldrempel = de waarde waar een prikkel groter voor moet zijn om een impuls te laten ontstaan
 Adequate prikkel = een prikkel waar een lage prikkeldrempel voor licht
 Bij een sterkere prikkel is de impulsfrequentie in het neuron hoger
 Adaptatie = gewenning door aanpassing van de gevoeligheid van een zintuig aan een aanhoudende prikkelsterkte
 Adaptatie voorkomt dat het centrale zenuwstelsel overbelast raakt met onbelangrijke informatie en zorgt ervoor dat centrale
zenuwstelsel genoeg informatie krijgt

, BOUW VAN DE OGEN ACCOMMODEREN
 Harde oogvlies = witte gedeelte dat het binnenste van het oog beschermt  Ooglens hangt met lensbandje in
 Hoornvlies = doorzichtig vlies zodat het licht aan de voorkant binnen kan vallen het straalvormig lichaam met
 Iris = het gekleurde gedeelte  kleur bepaald door pigmenten kringspieren eromheen
 De iris regelt de hoeveelheid licht die via de pupil het oog binnenvalt door de pupil  Bij kijken in de verte zijn de
groter of kleiner te maken kringspieren ontspannen  lens
 Traanklieren produceren traanvocht dat door de oogleden over het oog verspreid wordt wordt platter
 tegen uitdroging en reinigt  Bij dichtbij kijken trekken
 Glasachtig lichaam = geleiachtige massa kringspieren samen  lens wordt
 Onder harde oogvlies zit vaatvlies dat zorgt voor de voeding van het oog boller
 Voorste oogkamer = tussen hoornvlies en de iris  Accommoderen = het boller en
 Achterste oogkamer = tussen iris en de ooglens platter worden van de lens
 Ooglens = achter de iris en de pupil  rondom lens zit straalvormig lichaam  Accommodatiespieren =
 Lichtstralen die het oog binnenvallen worden gebroken door het hoornvlies en de kringspieren in straalvormige
ooglens lichamen omdat ze in spanning
 Netvlies = de binnenste laag van de wand van een oog  liggen de lichtreceptoren kunnen wisselen
 In centrum van netvlies ligt de gele vlek  daar kun je het scherpst zien
 Blinde vlek = de plaats van het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat

LICHTBREKING DOOR POSITIEVE EN OOGAFWIJKINGEN + PUPILREFLEX
NEGATIEVE LENZEN
 Positieve lenzen (bol)  buigen HET  Bijziend : veraf onscherp  holle (negatieve)
lenzen
lichtstralen naar elkaar toe  Verziend : dichtbij onscherp  bolle (positieve)
STEREOSCOPIE
(=convergeren) lenzen
 Brandpunt = plaats waar lichtstralen bij  Optisch chiasma =  Pupilreflex regelt de hoeveelheid licht die op het
elkaar komen kruising tussen de netvlies valt
 Hoe boller de lens hoe kleiner de uitlopers van beide  Kringspieren en straalsgewijs lopende spieren
brandpuntsafstand oogzenuwen bepalen de pupilgrootte
 Negatieve lenzen (hol)  spreiden de
lichtstralen (=divergeren)  brandpunt
CONTRASTEN EN KLEUREN
ligt hier voor de lens
 Voorwerpsafstand = de afstand vanaf  Lichtreceptoren bevatten voor 95% uit staafjes  grijs-wit-zwart  over hele
het voorwerp tot aan de lens-as netvlies, nauwelijks in gele vlek en niet in blinde vlek
 Beeldafstand = afstand tussen de lens  Kegeltjes  kleuren en details  rood, groen en blauw  vooral in de gele vlek
en het scherm  Donkeradaptatie = als de prikkeldrempel daalt en je gewend raakt aan het
 Ooglenzen zijn altijd bol donker
 Bij nachtblindheid wennen de staafjes langzamer aan het donker
$5.06
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
myrthevana
2.5
(2)

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
myrthevana
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
2 year
Number of followers
3
Documents
31
Last sold
4 months ago

2.5

2 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions