Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Schema week 2 Mededingingsrecht - Kartelverbod ex. art. 101 VWEU/6 Mw

Note
-
Vendu
-
Pages
7
Publié le
02-05-2023
Écrit en
2022/2023

Stappenplan Art. 101 VWEU/6Mw

Établissement
Cours









Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
2 mai 2023
Nombre de pages
7
Écrit en
2022/2023
Type
Resume

Sujets

Aperçu du contenu

Mededingingsrecht week 2 –
Kartelverbod (101)
Het kartelverbod ex. art. 101 VWEU / Art. 6 Mw.
Wil een ‘samenwerking’ onder het kartelverbod van art. 101 VWEU / art. 6 Mw vallen, dan moet voldaan zijn aan de
volgende criteria:
0. Voorvraag: Schadetheorie; wat is mededingingsrechtelijk het probleem?
0. Voorvraag: Welke ‘tool’ gebruiken voor de oplossing?
0. Voorvraag: Wat is ‘mijn’ rol?
1. Is er sprake van een ‘onderneming’?
2. Invloed op de communautaire handel?
3. Vorm van coördinatie?
4. Sprake van een strekkings- of gevolgsbeperking?
5. Merkbaarheidstoets
6. Objectieve rechtvaardiging / vrijstelling

STAP 1: Is er sprake van een ‘onderneming’?
- Beoordeling a.d.h.v. schema week 1!

STAP 2: Invloed op de communautaire handel?
- Beoordeling a.d.h.v. schema week 1!

STAP 3: Vorm van coördinatie?
- Coördinatie heeft 3 verschijningsvormen
o Overeenkomst
o Besluit van een ondernemersverenging
o Onderling afgestemde feitelijke gedraging (OAFG)
- HvJEU: T-Mobile: de exacte afbakening is niet helder en dat is ook niet vereist. De vormen zien namelijk
allen op samenspanning, waarbij uitsluitend de intensiteit en de vorm waarin ze zich manifesteren
verschillend is.
- De overeenkomst:
o ‘De overeenkomst’ dient te worden beoordeeld in het licht van art. 101 VWEU. Privaatrecht niet van
belang.
o Het mededingingsrechtelijke begrip ‘overeenkomst’ bevat 2 criteria:
 Er moet sprake zijn van een ‘meerzijdig karakter’, en
 Dit meerzijdige karakter vormt eveneens de afbakening met art. 102 VWEU!
 Er moet sprake zijn van ‘wilsovereenstemming’.
  HvJEU: Bayer  uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenstemming!
o Uitzondering t.a.v. de ‘schijnbaar eenzijdige handelingen’.
 T.a.v. de grens tussen ‘eenzijdige’ en meerzijdige handelingen heeft het HvJEU zich
meermaals uitgesproken.
 HvJEU: Volkswagen
 VW stuurde een brief dat auto’s niet onder een bepaalde prijs verkocht mogen
worden.
 Het Hof oordeelde dat dit géén overeenkomst was. Want er is onvoldoende
aangetoond dat de dealer met de aanwijzingen van de fabriek hadden ingestemd.
o HvJEU: Bayer:
 Deze instemming had uitdrukkelijk, dan wel stilzwijgend gekund!
o HvJEU: Albany  Albany-exceptie voor CAO’s. Dit zijn géén overeenkomsten!
o HvJEU: CIF  State action defence. De onderneming treft in dit geval géén blaam!
- Besluit van een ondernemersvereniging:
o Een ondernemersvereniging is een entiteit waarbij ondernemingen zich hebben aangesloten,
ongeacht de vraag of deze entiteit een ‘vereniging’ is i.d.z.v. het rechtspersonenrecht.
o Criterium:

,  De leden dienen ‘ondernemingen’ i.d.z.v. art. 101 VWEU te zijn.
 Ondernemersverenigingen mogen zelf géén onderneming zijn i.d.z.v. art. 101 VWEU.
o HvJEU: Wouters  NOvA is een ondernemersvereniging!
o Waarom verboden?  Ondernemersverenigingen kunnen een besluit nemen t.a.v. de aangesloten
ondernemingen waarbij een bepaald prijsniveau bindend wordt voorgeschreven. De leden zullen
dan op dát aspect niet meer kunnen concurreren, vanwege facilitatie door ondernemersvereniging.
 HvJEU: VHC  Niet van belang of de besluiten bindende werking hebben! Aanbevelingen
kunnen ook in strijd zijn met 101 VWEU. Dan wel van belang dat de aangesloten
ondernemingen de aanbevelingen als ‘bindend’ ervaren.
o Een in de praktijk veelvoorkomende vorm is ‘certificering’; daarbij krijgen leden een ‘certificaat’:
 Dit is in het licht van mededingingsrecht vrij onschuldig, zolang de voorwaarden maar
FRAND zijn (Fair, reasonable and Non-Discriminatory).  HvJEU: Mastercard
 Veelal is één van de eisen voor certificering dat leden zich aan bepaalde prijzen moeten
houden.
- Onderling afgestemde feitelijke gedragingen: (OAFG)
o Voor ‘coördinatie’ is niet noodzakelijk dat er sprake is van een expliciete overeenkomst.
o Opgenomen in 101 VWEU om minder kenbare vormen van coördinatie te kunnen bestrijden. In
hoeverre kan de OAFG worden opgerekt? Het hof zei daarover in HvJEU: Suikerunie;
 OAFG is een vorm van coördinatie waarbij het zonder dat het tot een overeenkomst komt,
de concurrentie vervangt door onderlinge samenwerking welke leidt tot
mededingingsvoorwaarden die niet met de normale mededingingsvoorwaarden
overeenkomen.
 De begrippen coördinatie en samenwerking houden niet in dat er een werkelijk plan zou
moeten zijn. Deze begrippen moeten worden verstaan in het licht van de
verdragsvoorschriften, inhoudende dat iedere onderneming zelfstandig moet bepalen welk
beleid hij op de gemeenschappelijke markt voert. Hiertoe behoort mede de keuze aan wie
de onderneming zijn product wenst aan te bieden en te verkopen.
 Dit sluit vervolgens niet uit dat een ondernemer gerechtigd is diens beleid aan het
marktgedrag van diens concullega’s aan te passen.
 Staat wél in de weg aan tussen ondernemers rechtstreeks opgenomen contact
strekkend tot hetzij beïnvloeding van het marktgedrag of tot beduiding van het
aangenomen of voorgenomen marktgedrag.
- Hoe bewijst dan degene die zich beroept op art. 101 lid 1 / art. 6 Mw dat er sprake is van een ‘al dan niet
rechtstreeks contact’ m.b.t. marktgedrag?
o In de jurisprudentie zijn 2 manieren ontwikkeld die aanknopen bij de grammatica van het begrip
‘OAFG’. OAFG valt uiteen in de volgende 2 begrippen en het causale verband daartussen:
 Onderlinge afstemming;
 Feitelijke gedraging
 Het causale verband tussen de onderlinge afstemming en de feitelijke gedraging.
o De 2 methodes zijn de :
 ICI-methode uit HvJEU: Kleurstoffen
 Hier wordt uitgegaan van de feitelijke gedraging, zodat vanuit dat gegeven de
onderlinge afstemming én causaal verband bewezen moet worden.
 Anic-methode uit HvJEU: Anic
 Hier wordt uitgegaan van de onderlinge afstemming, zodat het feitelijke gedrag en
het causaal verband bewezen moet worden.
ICI-methode:
- Het hof geeft aan dat parallel marktgedrag NIET hetzelfde is als een OAFG, maar dat het daarvoor wél een
‘ernstige aanwijzing’ vormt!
o Kortom, extra bewijslevering vereist om aan te tonen dat er sprake is van een OAFG!
 In HvJEU: Kleurstoffen was dit extra bewijs de afwezigheid van een alternatieve verklaring
voor het parallelle marktgedrag.
 In HvJEU: Züchner geeft het hof aan dat het aan partijen is toegestaan om een alternatieve
verklaring voor het marktgedrag aan te voeren. (is uitermate lastige bewijsopdracht!!!)
 In HvJEU: Houtslijp II lukte het de partijen om een alternatieve verklaring aan te voeren!
$8.40
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
timhendriksen1

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
timhendriksen1 Hanzehogeschool Groningen
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
0
Membre depuis
6 année
Nombre de followers
0
Documents
3
Dernière vente
-

0.0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions