Sociale psychiatrie H18 Nieuwe wetgeving verplichte geestelijke
gezondheidszorg
Inleiding
Wet BOPZ regelt sinds 1994 tot heden de gedwongen opname en voorwaardelijke ambulante
behandeling. Deze wordt vervangen door de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg.
Het wetgevingsproces
Er was kritiek op Wet BOPZ ondanks wijzigingen door de jaren heen. De kritiek was de sterke focus
op de gedongen opname en de geringe ruimte om de onder dwang opgenomen personen ook onder
dwang te kunnen behandelen. De wet was complex, met verschillende soorten machtigingen en een
onduidelijke opbouw. De evaluatiecommissie wilde beter instrumenten bieden voor toenemend
ambulant begeleidende en behandelende ggz, kwaliteit advies aan de rechter verhogen en daarnaast
streven naar betere acceptatie (door patiënt en omstanders) van de uiteindelijk opgelegde dwang ->
multidisciplinaire advies.
Het wetsvoorstel
Wet opent met een preambule: dat het wenselijk is regels te stellen voor het uiterste middel
verlenen van verplichte zorg op maat aan personen met een psychiatrische stoornis, die aansluiten
bij ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg en internationale ontwikkelingen.
Het wetsvoorstel gaat uit van een stepped-caremethode. Het voorkomen van gedwongen
interventies kan door vroegtijdige, kwalitatief goede zorg worden bereikt.
Het wetsvoorstel ontwerpt een persoonsvolgende systematiek. Dus deze zorg kan ambulant,
semimuraal of intramuraal plaatsvinden. Kwaliteit van die zorg zal door procedurele eisen worden
geborgd. Er wordt nadruk gelegd op het daadwerkelijk luisteren naar de betrokkene en diens wensen
en het versterken van de positie van die persoon. Bij alle verplichte zorg moeten steeds de
subsidiariteit, de proportionaliteit, de doelmatigheid en de veiligheid en ook de bijwerkingen op de
lange termijn worden betrokken. En er moet rekening worden gehouden met voorwaarden die
noodzakelijk zijn om deelname aan het maatschappelijk leven te bevorderen.
De wet legt nadruk op het respecteren (herstellen) van de autonomie van de patiënt.
Gedwongen interventies kunnen alleen door de rechter worden opgelegd -> Neemt besluit op grond
van een uitgebreid ‘verzoek tot voorbereiding van een zorgmachtiging’ door de geneesheer-
directeur. Dat omvat stoornis, dreigende schade, aspecten van maatschappelijk functioneren en de
visie van de patiënt en diens familie. Hierdoor komt behandelend psychiater minder in dubbelrol en
zo partijen niet langer op een onnatuurlijke manier tegenover elkaar worden geplaatst.
De criteria worden anders geformuleerd. Het ‘gevaarscriterium’ wordt vervangen door de
formulering: ‘indien het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot een
aanzienlijk risico op ernstige schade voor hemzelf of voor een ander’. Het ‘aanzienlijk risico op
ernstige schade’ is niet voldoende om te besluiten tot dwang. Dit kan alleen wanneer er geen
mogelijkheden zijn voor vrijwillige zorg, wanneer geen minder bezwarende alternatieven met het
beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg ‘evenredig is en redelijkerwijs te verwachten
effect’.
De zorgmachtiging van nu is anders dan de rechterlijke machtiging van toen. De zorgmachtiging zal
per persoon beschrijven welke verplichte ggz onder welke omstandigheden kan worden ingezet:
behandeling, ambulante begeleiding, opname in accommodatie, separatie en controle op
gedragsbeïnvloedende middelen, onderzoek aan kleding of lichaam.
De nieuw ingevoerde verplichting dat de behandelaar zorgt voor een ‘zorgkaart’, die de voorkeuren
van de betrokkene vermeldt: de behandelaar moet dus de wensen van de te behandelen patiënt
zorgvuldig inventariseren en verwoorden.
Bij personen die niet tot redelijke waardering in staat zijn, wordt overlegd met de formele
vertegenwoordiger (als die er niet is verzoek tot mentorschap).
gezondheidszorg
Inleiding
Wet BOPZ regelt sinds 1994 tot heden de gedwongen opname en voorwaardelijke ambulante
behandeling. Deze wordt vervangen door de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg.
Het wetgevingsproces
Er was kritiek op Wet BOPZ ondanks wijzigingen door de jaren heen. De kritiek was de sterke focus
op de gedongen opname en de geringe ruimte om de onder dwang opgenomen personen ook onder
dwang te kunnen behandelen. De wet was complex, met verschillende soorten machtigingen en een
onduidelijke opbouw. De evaluatiecommissie wilde beter instrumenten bieden voor toenemend
ambulant begeleidende en behandelende ggz, kwaliteit advies aan de rechter verhogen en daarnaast
streven naar betere acceptatie (door patiënt en omstanders) van de uiteindelijk opgelegde dwang ->
multidisciplinaire advies.
Het wetsvoorstel
Wet opent met een preambule: dat het wenselijk is regels te stellen voor het uiterste middel
verlenen van verplichte zorg op maat aan personen met een psychiatrische stoornis, die aansluiten
bij ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg en internationale ontwikkelingen.
Het wetsvoorstel gaat uit van een stepped-caremethode. Het voorkomen van gedwongen
interventies kan door vroegtijdige, kwalitatief goede zorg worden bereikt.
Het wetsvoorstel ontwerpt een persoonsvolgende systematiek. Dus deze zorg kan ambulant,
semimuraal of intramuraal plaatsvinden. Kwaliteit van die zorg zal door procedurele eisen worden
geborgd. Er wordt nadruk gelegd op het daadwerkelijk luisteren naar de betrokkene en diens wensen
en het versterken van de positie van die persoon. Bij alle verplichte zorg moeten steeds de
subsidiariteit, de proportionaliteit, de doelmatigheid en de veiligheid en ook de bijwerkingen op de
lange termijn worden betrokken. En er moet rekening worden gehouden met voorwaarden die
noodzakelijk zijn om deelname aan het maatschappelijk leven te bevorderen.
De wet legt nadruk op het respecteren (herstellen) van de autonomie van de patiënt.
Gedwongen interventies kunnen alleen door de rechter worden opgelegd -> Neemt besluit op grond
van een uitgebreid ‘verzoek tot voorbereiding van een zorgmachtiging’ door de geneesheer-
directeur. Dat omvat stoornis, dreigende schade, aspecten van maatschappelijk functioneren en de
visie van de patiënt en diens familie. Hierdoor komt behandelend psychiater minder in dubbelrol en
zo partijen niet langer op een onnatuurlijke manier tegenover elkaar worden geplaatst.
De criteria worden anders geformuleerd. Het ‘gevaarscriterium’ wordt vervangen door de
formulering: ‘indien het gedrag van een persoon als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot een
aanzienlijk risico op ernstige schade voor hemzelf of voor een ander’. Het ‘aanzienlijk risico op
ernstige schade’ is niet voldoende om te besluiten tot dwang. Dit kan alleen wanneer er geen
mogelijkheden zijn voor vrijwillige zorg, wanneer geen minder bezwarende alternatieven met het
beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg ‘evenredig is en redelijkerwijs te verwachten
effect’.
De zorgmachtiging van nu is anders dan de rechterlijke machtiging van toen. De zorgmachtiging zal
per persoon beschrijven welke verplichte ggz onder welke omstandigheden kan worden ingezet:
behandeling, ambulante begeleiding, opname in accommodatie, separatie en controle op
gedragsbeïnvloedende middelen, onderzoek aan kleding of lichaam.
De nieuw ingevoerde verplichting dat de behandelaar zorgt voor een ‘zorgkaart’, die de voorkeuren
van de betrokkene vermeldt: de behandelaar moet dus de wensen van de te behandelen patiënt
zorgvuldig inventariseren en verwoorden.
Bij personen die niet tot redelijke waardering in staat zijn, wordt overlegd met de formele
vertegenwoordiger (als die er niet is verzoek tot mentorschap).