1. Kritisch denken betekent dat je informatie niet zonder meer
accepteert. Dat je in plaats daarvan zorgvuldig nagaat of er
tegen uitspraken of redeneringen iets valt in te brengen.
Wat is een redenering?
2. Argumenten gebruiken om bepaalde standpunten kracht bij
te zetten. We doen het allen regelmatig.
Voorbeeld:
a. ijs kaatst zonlicht terug, daarom is het aan de polen erg
koud. (Argument eerst > conclusie)
b. Dat artikel kan je vertrouwen, het staat in een dagblad.
(Conclusie eerst > argument)
Signaal woorden:
- Dus, daarom, derhalve, daaruit volgt > komt altijd conclusie
- Want, omdat, immers, aangezien > komt altijd argument
Andere woorden:
- Premisse = argument
- Stelling, gevolgtrekking = conclusie
- Redenering = argumentatie
Redenering ontleden
3. Enkelvoudige en meervoudige argumentatie
Voorbeeld:
- Die diagnose deugt niet, want er zijn meetfouten gemaakt
(enkelvoudige argumentatie)