Andrea van Grinsven – 10730389 – september 2016 – Universiteit van Amsterdam
Hoofdstuk 1: het begin
Christianity began in the first century Roman provinces of Galilee and Judaea.
Incident of the golden eagle: twee docenten, Judas en Matthias, vernielden samen met
hun studenten een beeld van een gouden adelaar dat stond voor de Romeinse religie.
Toen de koning vroeg waarom ze dat deden, omdat ze wisten dat ze hiervoor gedood
zouden worden, was hun antwoord dat dankzij deze daad ze in hun dood/in de hemel
beter zouden leven, het leven dat er echt om gaat. Dit symboliseert de aspecten die
religie had in het begin van het Christendom:
- Politieke sfeer: door het plaatsen van het beeld liet koning Herod zien hoever hij
bereid was te gaan om Jeruzalem te bekeren tot het Romeinse geloof.
- Priesterlijke sfeer: er werden priesters aangesteld om de heiligheid van de
tempel te bewaren, maar volgens de docenten was de Gouden Adelaar een
heidens beeld dat de heiligheid van de tempel bedreigde.
- Populaire sfeer: de docenten herriepen zich op de ‘law of our fathers’, luisterden
niet naar de koning of de priesters: het ging om het leven hierna!
Ancestrial religion ging niet voornamelijk over het leven na de dood: het ging om het
normale leven, een leven van ‘piety and purity’. Dit leven kwam echter onder druk te
staan door een ‘era of revolt against the Roman empire’: mensen vluchten naar andere
religies, waardoor het Judaïsme en het Christendom steeds groter werden en een echte
bedreiging werden voor de Romeinse religie.
1. Religie binnen het Romeinse rijk
Tijdens de Pax Romana speelde de religie een kleinere rol in het leven van de romeinen:
Rome speelde geen rol in het religieuze leven van de regio. De keizer werd een centraal
figuur in de imperiale romeinse religie. Throughout the Roman empire, temples
provided the most visible manifestations of religion. Feasting represented the most
frequent and tangible form of the participation in Roman religion. More portable than
temples however, were texts. At the beginning of the first century, the religion that
revolved around the city of Jerusalem involved both temple and texts: religion was
centred in the daily sacrifices and annual festivals of the temple; it was authorized by an
sacred text – the Torah – that contained the model for religious, ritual and ethical life.
2. Religie van de tempel
De tempel in Jerusalem werd aangepast tijdens het heersen van Herod: een nieuw
uiterlijk en een nieuwe naam, Antonia, ter eren van de romeinse generaal Markus
Antonius. Er waren drie jaarlijkse pilgrimsfestivals, er werden door de Thora ‘requierd’
rituelen uitgevoerd, ter eren van Rome en de keizer.
Er waren enkele tegenstrijdigheden m.b.t. de tempel, bijv.: er was een festival dat de
bevrijding van de romeinen van de Egyptenaren vierde, maar dit moest ook gevierd
worden door diegene die op dat moment werden onderdrukt door de Romeinen zelf.
Hier waren enkele religieuze reacties op:
Ten eerste: hier ontstonden dan ook de eerste afscheidingen van de religie:
verschillende Schriftgeleerde, advocaten en docenten begonnen met lichte
veranderingen in hun gebruik van de religie, maar deze religies waren nog erg sterk
verbonden met de tempel. Minder verbonden waren de Sadduceeën en de Farizeeën. De