▪ De student kan de verschillende krachten waar persoonlijkheid door wordt gevormd beschrijven
▪ De student kent de patronen of disposities waaruit onze persoonlijkheid bestaat
▪ De student weet op welke manier mentale processen helpen bij het vormen van onze
persoonlijkheid
▪ De student kan de behandelde persoonlijkheidstheorieën beschrijven: psychodynamische-,
humanistische-, en sociaal-cognitieve theorieën
▪ De student weet welke theorieën mensen gebruiken om zichzelf en anderen te beschrijven
▪ De student weet uit welke persoonlijkheidsdimensies de vijf-factorentheorie (ook welk Big Five)
bestaat
Hoofdstuk 10 Persoonlijkheid: theorieën van de gehele persoon
Persoonlijkheid: de psychologische kenmerken die een zekere continuïteit verlenen aan het gedag van een
individu in verschillende situaties en op verschillende momenten.
Centrale vraag: Welke invloeden hebben geresulteerd in de unieke gedragspatronen en consistentie in de
persoonlijkheid van Mary Calkins?
Kernvraag 10.1: Door welke krachten wordt de persoonlijkheid gevormd?
Kernconcept 10.1: De persoonlijkheid wordt gevormd door de gecombineerde krachten van biologische,
situationele en psychologische processen, die allemaal in een context van sociaal-culturele en
ontwikkelingsfactoren zijn ingebed.
10.1.1 Biologie, menselijke natuur en persoonlijkheid
Sigmund Freud: alles wat we doen, komt voort uit een op seks gebaseerd ‘overlevingsinstinct’ en een ‘instinctieve’ neiging
tot verdediging en agressie.
Andere psychologen: persoonlijkheid is ook op sociale motieven gebaseerd, we zijn ‘sociale wezens’, net als mieren en bijen
Moderne neurologie en evolutionaire psychologie: onjuist om te veronderstellen dat al menselijk gedrag door slechts
enkele basale motieven wordt veroorzaakt.
Wij lijken te bestaan uit een verzameling ‘modulen’ waarvan elk zich heeft gespecialiseerd in de realisatie van een specifiek
doel (seks, agressie, honger, affiliatie, dorst en prestaties)
10.2.2 De effecten van nurture: persoonlijkheid en de omgeving
Veel persoonlijkheidstheoretici: leggen sterk de nadruk op ervaringen opgedaan in de vroege jeugd.
Walter Mischel (2003): suggereerde zelfs dat alle andere effecten, met inbegrip van alle aangeboren eigenschappen, door
omgevingsinvloeden worden overstemd.
10.2.3 De effecten van nature: karakter en psychische processen
Karaktertrek: stabiel persoonlijkheidskenmerk waarvan men aanneemt dat het zich in het individu bevindt en dat in
verschillende omstandigheden een leidraad vormt voor zijn of haar gedachten en handelingen.
Beschrijvende persoonlijkheidstheorie: nadruk ligt op de karaktertrekken van het individu.
Procestheorieën: gaan verder dan beschrijven alleen, en verklaren de persoonlijkheid in termen van de interne
persoonlijkheidsprocessen.
Persoonlijkheidsproces: de interne werking van de persoonlijkheid, omvat motivatie, emotie, perceptie en leren en
daarnaast ook onbewuste processen.
▪ De student kent de patronen of disposities waaruit onze persoonlijkheid bestaat
▪ De student weet op welke manier mentale processen helpen bij het vormen van onze
persoonlijkheid
▪ De student kan de behandelde persoonlijkheidstheorieën beschrijven: psychodynamische-,
humanistische-, en sociaal-cognitieve theorieën
▪ De student weet welke theorieën mensen gebruiken om zichzelf en anderen te beschrijven
▪ De student weet uit welke persoonlijkheidsdimensies de vijf-factorentheorie (ook welk Big Five)
bestaat
Hoofdstuk 10 Persoonlijkheid: theorieën van de gehele persoon
Persoonlijkheid: de psychologische kenmerken die een zekere continuïteit verlenen aan het gedag van een
individu in verschillende situaties en op verschillende momenten.
Centrale vraag: Welke invloeden hebben geresulteerd in de unieke gedragspatronen en consistentie in de
persoonlijkheid van Mary Calkins?
Kernvraag 10.1: Door welke krachten wordt de persoonlijkheid gevormd?
Kernconcept 10.1: De persoonlijkheid wordt gevormd door de gecombineerde krachten van biologische,
situationele en psychologische processen, die allemaal in een context van sociaal-culturele en
ontwikkelingsfactoren zijn ingebed.
10.1.1 Biologie, menselijke natuur en persoonlijkheid
Sigmund Freud: alles wat we doen, komt voort uit een op seks gebaseerd ‘overlevingsinstinct’ en een ‘instinctieve’ neiging
tot verdediging en agressie.
Andere psychologen: persoonlijkheid is ook op sociale motieven gebaseerd, we zijn ‘sociale wezens’, net als mieren en bijen
Moderne neurologie en evolutionaire psychologie: onjuist om te veronderstellen dat al menselijk gedrag door slechts
enkele basale motieven wordt veroorzaakt.
Wij lijken te bestaan uit een verzameling ‘modulen’ waarvan elk zich heeft gespecialiseerd in de realisatie van een specifiek
doel (seks, agressie, honger, affiliatie, dorst en prestaties)
10.2.2 De effecten van nurture: persoonlijkheid en de omgeving
Veel persoonlijkheidstheoretici: leggen sterk de nadruk op ervaringen opgedaan in de vroege jeugd.
Walter Mischel (2003): suggereerde zelfs dat alle andere effecten, met inbegrip van alle aangeboren eigenschappen, door
omgevingsinvloeden worden overstemd.
10.2.3 De effecten van nature: karakter en psychische processen
Karaktertrek: stabiel persoonlijkheidskenmerk waarvan men aanneemt dat het zich in het individu bevindt en dat in
verschillende omstandigheden een leidraad vormt voor zijn of haar gedachten en handelingen.
Beschrijvende persoonlijkheidstheorie: nadruk ligt op de karaktertrekken van het individu.
Procestheorieën: gaan verder dan beschrijven alleen, en verklaren de persoonlijkheid in termen van de interne
persoonlijkheidsprocessen.
Persoonlijkheidsproces: de interne werking van de persoonlijkheid, omvat motivatie, emotie, perceptie en leren en
daarnaast ook onbewuste processen.