Rechtsvinding week 3
De opdracht luidt: Het hanteerbaar houden van het recht is in de huidige gelaagde rechtsorde
ontegenzeggelijk een van de grote uitdagingen voor de nationale en supranationale hoogste
gerechten." Schrijf een stuk waarin u onderzoekt welke rol 'transnationale dialoog' speelt bij dat
'hanteerbaar houden'. Is die rol een complicerende rol, een faciliterende rol, of misschien een
combinatie, of iets anders?
Corstens 2012
De groei van het EU-recht en het EVRM-recht beïnvloedt de taakuitoefening van de Hoge Raad
inhoudelijk doordat het recht steeds vaker een Europese oorsprong kent, maar ook raakt het aan zijn
positie in de rechtsorde. Hoe meer het recht aan supranationale bronnen ontspruit, hoe meer de
positie van de Hoge Raad die van een tussenschakel wordt: een intermediair tussen de hoogste
Europese gerechten en de nationale rechtsorde. Daarmee neemt zijn verantwoordelijkheid als hoogste
nationale bewaker van het Europese recht en als vertaler van de rechtspraak van de Europese
gerechten in betekenis toe. De nationale rechter – en dat geldt dus ook voor de Hoge Raad – wordt
steeds meer een echte Europese rechter.
Daarbij speelt het subsidiariteitsbeginsel een belangrijke rol. Dit beginsel brengt bijvoorbeeld mee dat
de bescherming van de in het EVRM neergelegde mensenrechten in eerste instantie een zaak is van
de lidstaten zelf. Het Europese stelsel speelt slechts een aanvullende rol en komt pas in beeld wanneer
de nationale autoriteiten zich niet of onvoldoende van hun taak hebben gekweten.
De verantwoordelijkheid van de lidstaten voor naleving van het EVRM rust met name op de schouders
van de wetgever, het bestuur en de rechtspraak. Maar ook nieuwe rechtspraak van het EHRM vereist
soms actie van een of meer van de drie genoemde spelers. Daarbij geldt dat de reacties van de lidstaten
niet beperkt moeten zijn tot gevallen waarin de eigen staat is veroordeeld.
Voorbeeld Salduz vs Turkije:
Reeds op 30 juni 2009 immers heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin uitgebreid wordt
ingegaan op de gevolgen van deze uitspraak voor de Nederlandse rechtspraktijk. Het EHRM
heeft een brandende vraag beantwoord en de Hoge Raad heeft vervolgens zijn nationale
verantwoordelijkheid, geheel conform het subsidiariteitsprincipe genomen. De gang naar
“Straatsburg” is daardoor in vele gevallen, daarvan ben ik overtuigd, achterwege gebleven.
Maar er zijn meer Nederlandse voorbeelden die illustreren hoe de Nederlandse instituties hun
verantwoordelijkheid opvatten, niet alleen de rechter, maar ook de wetgever en uitvoerende
instanties.
Benthem: dit arrest heeft in Nederland geleid tot de afschaffing van het Kroonberoep en lag
mede aan de basis van de introductie van een nieuw stelsel van bestuursrechtspraak.
Brogan v. Verenigd Koninkrijk: door deze zaak, waarin Nederland dus geen partij was, werd
duidelijk dat ook in Nederland niet steeds werd voldaan aan de in art. 5 EVRM neergelegde eis
dat gearresteerden onverwijld voor een rechter moeten worden gebracht.
Het komt erop neer dat zodra het EHRM een richting gevend arrest heeft gewezen, de lidstaten elk
voor zich zouden moeten nagaan of en in hoeverre de eigen praktijken conform die rechtspraak zijn.
Dat zal de ene keer betekenen dat de nationale rechter zijn vaste rechtspraak bijstelt (ik verwijs naar
het voorbeeld van de advocaat en het politieverhoor, Salduz), de andere keer zal de wetgever zich de
zaak moeten aantrekken (het voorbeeld van de Benthem-problematiek) en weer een andere keer zal
het openbaar ministerie dadelijk moeten reageren (ik verwijs naar de Brogan-problematiek).
1
De opdracht luidt: Het hanteerbaar houden van het recht is in de huidige gelaagde rechtsorde
ontegenzeggelijk een van de grote uitdagingen voor de nationale en supranationale hoogste
gerechten." Schrijf een stuk waarin u onderzoekt welke rol 'transnationale dialoog' speelt bij dat
'hanteerbaar houden'. Is die rol een complicerende rol, een faciliterende rol, of misschien een
combinatie, of iets anders?
Corstens 2012
De groei van het EU-recht en het EVRM-recht beïnvloedt de taakuitoefening van de Hoge Raad
inhoudelijk doordat het recht steeds vaker een Europese oorsprong kent, maar ook raakt het aan zijn
positie in de rechtsorde. Hoe meer het recht aan supranationale bronnen ontspruit, hoe meer de
positie van de Hoge Raad die van een tussenschakel wordt: een intermediair tussen de hoogste
Europese gerechten en de nationale rechtsorde. Daarmee neemt zijn verantwoordelijkheid als hoogste
nationale bewaker van het Europese recht en als vertaler van de rechtspraak van de Europese
gerechten in betekenis toe. De nationale rechter – en dat geldt dus ook voor de Hoge Raad – wordt
steeds meer een echte Europese rechter.
Daarbij speelt het subsidiariteitsbeginsel een belangrijke rol. Dit beginsel brengt bijvoorbeeld mee dat
de bescherming van de in het EVRM neergelegde mensenrechten in eerste instantie een zaak is van
de lidstaten zelf. Het Europese stelsel speelt slechts een aanvullende rol en komt pas in beeld wanneer
de nationale autoriteiten zich niet of onvoldoende van hun taak hebben gekweten.
De verantwoordelijkheid van de lidstaten voor naleving van het EVRM rust met name op de schouders
van de wetgever, het bestuur en de rechtspraak. Maar ook nieuwe rechtspraak van het EHRM vereist
soms actie van een of meer van de drie genoemde spelers. Daarbij geldt dat de reacties van de lidstaten
niet beperkt moeten zijn tot gevallen waarin de eigen staat is veroordeeld.
Voorbeeld Salduz vs Turkije:
Reeds op 30 juni 2009 immers heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin uitgebreid wordt
ingegaan op de gevolgen van deze uitspraak voor de Nederlandse rechtspraktijk. Het EHRM
heeft een brandende vraag beantwoord en de Hoge Raad heeft vervolgens zijn nationale
verantwoordelijkheid, geheel conform het subsidiariteitsprincipe genomen. De gang naar
“Straatsburg” is daardoor in vele gevallen, daarvan ben ik overtuigd, achterwege gebleven.
Maar er zijn meer Nederlandse voorbeelden die illustreren hoe de Nederlandse instituties hun
verantwoordelijkheid opvatten, niet alleen de rechter, maar ook de wetgever en uitvoerende
instanties.
Benthem: dit arrest heeft in Nederland geleid tot de afschaffing van het Kroonberoep en lag
mede aan de basis van de introductie van een nieuw stelsel van bestuursrechtspraak.
Brogan v. Verenigd Koninkrijk: door deze zaak, waarin Nederland dus geen partij was, werd
duidelijk dat ook in Nederland niet steeds werd voldaan aan de in art. 5 EVRM neergelegde eis
dat gearresteerden onverwijld voor een rechter moeten worden gebracht.
Het komt erop neer dat zodra het EHRM een richting gevend arrest heeft gewezen, de lidstaten elk
voor zich zouden moeten nagaan of en in hoeverre de eigen praktijken conform die rechtspraak zijn.
Dat zal de ene keer betekenen dat de nationale rechter zijn vaste rechtspraak bijstelt (ik verwijs naar
het voorbeeld van de advocaat en het politieverhoor, Salduz), de andere keer zal de wetgever zich de
zaak moeten aantrekken (het voorbeeld van de Benthem-problematiek) en weer een andere keer zal
het openbaar ministerie dadelijk moeten reageren (ik verwijs naar de Brogan-problematiek).
1