THEORIE: SAMENVATTING
H1. PSYCHOLOGIE: EEN PALET VOL THEORIEËN
1. WAT IS PSYCHOLOGIE?
1.1 ONENIGHEID OVER DE DEFINITIE
Object: studieonderwerp v een wetenschap
Vaak interne (binnen wetenschap) & externe (vanuit andere wetenschappen) overeenstemming over
object
Bij psychologie zowel intern als extern geen overeenstemming
o Verschillende stromingen binnen wetenschap -> verschillende objecten
o Gevolg: rivaliserende beschrijvingen v 1 onderwerp
(vb. verklaring v depressie vanuit geneeskunde (verstoorde chemische huishouding) VS vanuit
sociologie (toename v depressie door veranderende waarden en normen)
o Extra moeilijkheid: grote overlap met andere menswetenschappen
1.2 POGING TOT DEFINIËRING V D PSYCHOLOGIE
Onenigheid definitie -> omschrijving adhv 3 kenmerken:
- Onderwerp
- Gebruikte theorieën
- Maatschappelijke draagvlak
Psychologie: wetenschap die gedrag, gevoelens en gedachten v d mens bestudeert én de omstandigheden
waarin 3 G’s voorkomen
Vooral studies op individueel niveau ( andere wetenschappen)
Gepsychologiseerde wereld: wanneer de manier waarop de doorsneeburger maatschappelijke verschijnselen
ervaart mede bepaald wordt door psychologische theorieën
2. THEORIEËN
- Studie v veel verschillende maatschappelijke verschijnselen
- Oud -> vele malen bestudeert
Veel verschillende inzichten
o Opdelen in theoretische referentiekaders om ordening te brengen
Theorieën: referentiekaders van waaruit psychologen te werk gaan
o Gebundeld in stromingen (bestuderen allen 3 G’s, maar leggen op andere G nadruk)
1
, 1 verschijnsel verschillend verklaard vanuit verschillende theorieën
Functies theorie:
- Ordenen v d werkelijkheid
- Verklaren en voorspellen van gedrag
- Heuristische functie: stimuleren v nieuwe ideeën
3. KENMERKEN PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN
- Geschiedenis (niet te kennen)
- Mensbeeld: manier waarop bepaalde stroming ‘de mens’ opvat
o Is historisch, cultureel en religieus bepaald
o Twee onderdelen:
Beschrijving v kenmerkende eigenschappen (bodem menselijk bestaan)
Verwijzing hoe mensen behoren te zijn (doelbeeld)
o Gevolgen voor visie op gezondheid en ziekte
Theorieën
↓
Stromingen
↓
Mensbeelden
4. INDELINGEN V THEORETISCHE STROMINGEN
- Mensbeelden
- Biopsychosociaal model (ontleend aan algemene systeemtheorie)
4.1 MENSBEELDEN
Hiërarchie met drie niveaus
Hoger niveau omvat lager niveau, omgekeerd kan niet!
2
,4.1.1 MECHANISTISCHE MENSBEELD
Mens = machine
- Geen onderscheid tss mens en dier
- Lineair causaal (1 oorzaak 1 gevolg)
- Geheel = som der delen (mens bestaat uit verschillende losse delen, los v elkaar te bestuderen)
- Bestuderen zonder rekening te houden met omgeving
Stromingen: behaviorisme, biologische en cognitieve psychologie
4.1.2 ORGANISTISCHE MENSBEELD
Mens = groeiend organisme, 1 geheel
- Vergelijking tss mens en dier
o Verschil: mensen -> sociale of culturele omgeving, dieren -> géén sociale of culturele
omgeving
- Circulair causaal/multicausaliteit (wisselwerking oorzaak-gevolg)
- Geheel > som der delen
- Bestuderen MET omgeving, delen niet los v geheel stellen
Interne dynamiek: onderdelen beïnvloeden elkaar EN zijn niet los te koppelen v elkaar
↕
Externe dynamiek: organisme = in wisselwerking met omgeving
Stromingen: gezinsinteractiesysteem, omgevingspsychologie, (deels) cognitieve psychologie en biologische
psychologie
4.1.3 PERSONALISTISCHE MENSBEELD
Mens = uniek karakter, biologisch EN cultureel leven
- Mensen bestuderen als mens (GEEN vergelijking met dieren)
- Mensen bestuderen als geheel (niet opknippen)
- Mensen handelen doelgericht, bestuderen v zingeving
o Mensen zijn zelf verantwoordelijk voor eigen gedrag
- Geen oorzaak-gevolg relaties!
! Mensen kunnen denken in verleden, heden en toekomst (motivatie) !
Stromingen: humanistische psychologie, (deels) psychoanalyse
3
, 4.1.4 METHODEN IN DE PSYCHOLOGIE
Manieren v kennisverwerving
1. Harde kant/verklarende benadering
o Objectiviteit (enkel observeerbaar gedrag)
o Reductionisme (opknippen v delen)
o Verklaren
Mensbeeld: mechanistisch, (deels) organistisch
Stromingen: behaviorisme
2. Zachte kant/ verstehende of begrijpende methode
o Subjectiviteit
o Complexiteit (mens als 1 groot geheel)
o Verstehen (begrijpen)
Mensbeeld: /
Stromingen: /
3. Hermeneutische/theoriegeladen methode
o Interpreteren
o Eigen referentiekader
o Zoeken naar betekenis v situaties/gebeurtenissen
Mensbeeld: personalistisch
Stromingen: psychoanalyse, sociaalconstructionisme
4.1.5 HOE GEBRUIKMAKEN V MENSBEELDEN EN METHODEN?
Elke stroming heeft sterke en zwakke punten
Allemaal kunnen gebruiken en toepassen!
Standpunten:
Pragmatisch standpunt
Iedere stroming heeft een bril (manier v waarnemen & interpreteren v werkelijkheid) en een zoeklicht
(onderwerp waar nadruk op ligt)
Iedere stroming is eenzijdig
o Oplossing: stromingen combineren
Standpunt vanuit hersenonderzoek
4