- Stellen
- Jeugdliteratuur
- Taalbeschouwing
Rol als didacticus met stellen
Stelonderwijs:
- Plezier in hebben
- Creativiteit
- Lange stukken schrijven
- Fijne motoriek
- Zone van naaste ontwikkeling → de grens tussen het niet kunnen en het wel kunnen
(je moet net boven je niveau zitten om iets te leren)
- Begeleiding
- Zelf een verhaal verzinnen
- Thema gerelateerd
- Voorbereiden werkstukken
- Schrijven vanuit personage
- Fantasie wordt geprikkeld
- Interpunctie
- Woordenschat
- Activerende werkvormen
- Regelmaat
Welke (deel)vaardigheden moeten kinderen leren en beheersen om een goede tekst te
kunnen schrijven?
- Handschrift
- Interpunctie
- Woordenschat
- Grammatica
- Spelling
- Ruimtelijk inzicht (hoe past de tekst)
- Fantasie
- Fijne motoriek
- Inlevingsvermogen
Het schrijfproces (didactisch handelen)
1. Oriënteren
- Informatie opdoen, oriënteren op de schrijfopdracht, voor wie doe je het?
2. Schrijven
- Het schrijven zelf
3. Tekstbespreking
- Samen kijken naar een tekst
4. Reviseren
- De tekst herschrijven
5. Redigeren en publiceren
- Je verhaal uitbrengen en zodat mensen je feedback kunnen geven. Redigeren = het een
plek geven en bezig zijn met publiceren
Geef alleen feedback op de regels die ze hebben gehad. Als je ze een verhaal laat schrijven,
geen feedback geven op spelling in eerste instantie. Dit is, omdat het kind nog in zijn fantasie
zit van zijn verhaal en dan gaat dat kind op de spelling focussen in plaats van op het verhaal.
Deel het op in kleine stappen. Eerst op de inhoud en dan de spelling zo zorg je dat de
cognitieve overbelasting wordt verminderd.