WEEK 2 WERKGROEP 1
ONDERWERPEN
Totstandkoming van rechtshandeling en overeenkomst
Uitleg
Onvoorziene omstandigheden
Redelijkheid & billijkheid
VAARDIGHEDEN
Analyseren wetgeving
Casus oplossen
LITERATUUR
Brahn/Reehuis: hoofdstuk 15: 15.1 t/m 15.3, en hoofdstuk 17 (uitgezonderd no. 492
t/m 495)
JURISPRUDENTIE BLACKBOARD
Westhoff/Spronsen ECLI: NL: HR:1986:AC2628
Haviltex ECLI: NL: HR:1981:AG4158
JURISPRUDENTIE BRAHN
Hofland/Hennis (Brahn no. 358)
Eelman/Hin (Brahn no. 367)
Saladin/HBU (Brahn no. 483)
Hoe moet de jurisprudentie worden bestudeerd? Een aantal arresten krijgt een link
op blackboard (jurisprudentie blackboard). Van deze uitspraken moet je het feitencomplex
en de rechtsoverwegingen van de Hoge Raad bestuderen. Je moet deze arresten bij naam
kennen en in staat zijn de feiten en rechtsoverwegingen in grote lijnen weer te geven en op
vergelijkbare casusposities toe te passen. Deze arresten mogen niet naar de toets worden
meegenomen. Wat betreft de jurisprudentie in Brahn die wordt voorgeschreven bij de stof
van de week: je hoeft deze arresten niet bij naam te kennen, maar je moet wel de
betreffende rechtsregel op andere casusposities kunnen toepassen. Ook deze arresten
mogen niet naar de toets worden meegenomen.
INLEIDING OP DE STOF
Een van de belangrijkste bronnen van een verbintenis is de obligatoire overeenkomst. Een
obligatoire overeenkomst schept verbintenissen: voor één of meer partijen ontstaan
rechten en plichten.
De overeenkomst is een species van de rechtshandeling. Het is een meerzijdige
rechtshandeling die tot stand komt door aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW). Voor de
totstandkoming van een overeenkomst zijn niet alleen de bepalingen van Boek 6
betreffende aanbod en aanvaarding van belang. Omdat een overeenkomst altijd een
rechtshandeling is, zijn ook de bepalingen van titel 3.2 van toepassing (gelaagde structuur
van het BW). Een rechtshandeling vereist een op rechtsgevolg gerichte wil die zich door
een verklaring heeft geopenbaard, art. 3:33 BW. Daarnaast wordt in art. 3:35 BW waarde
toegekend aan het bij de wederpartij opgewekte vertrouwen (HR 10 april 1981, NJ 1981,
532, Eelman/Hin). Voor een overeenkomst zijn twee overeenstemmende wilsverklaringen
in de zin van art. 3:33 BW nodig. Als deze wilsverklaringen (het aanbod en de
aanvaarding) op elkaar aansluiten, is sprake van wilsovereenstemming en ontstaat een
overeenkomst.
1
ONDERWERPEN
Totstandkoming van rechtshandeling en overeenkomst
Uitleg
Onvoorziene omstandigheden
Redelijkheid & billijkheid
VAARDIGHEDEN
Analyseren wetgeving
Casus oplossen
LITERATUUR
Brahn/Reehuis: hoofdstuk 15: 15.1 t/m 15.3, en hoofdstuk 17 (uitgezonderd no. 492
t/m 495)
JURISPRUDENTIE BLACKBOARD
Westhoff/Spronsen ECLI: NL: HR:1986:AC2628
Haviltex ECLI: NL: HR:1981:AG4158
JURISPRUDENTIE BRAHN
Hofland/Hennis (Brahn no. 358)
Eelman/Hin (Brahn no. 367)
Saladin/HBU (Brahn no. 483)
Hoe moet de jurisprudentie worden bestudeerd? Een aantal arresten krijgt een link
op blackboard (jurisprudentie blackboard). Van deze uitspraken moet je het feitencomplex
en de rechtsoverwegingen van de Hoge Raad bestuderen. Je moet deze arresten bij naam
kennen en in staat zijn de feiten en rechtsoverwegingen in grote lijnen weer te geven en op
vergelijkbare casusposities toe te passen. Deze arresten mogen niet naar de toets worden
meegenomen. Wat betreft de jurisprudentie in Brahn die wordt voorgeschreven bij de stof
van de week: je hoeft deze arresten niet bij naam te kennen, maar je moet wel de
betreffende rechtsregel op andere casusposities kunnen toepassen. Ook deze arresten
mogen niet naar de toets worden meegenomen.
INLEIDING OP DE STOF
Een van de belangrijkste bronnen van een verbintenis is de obligatoire overeenkomst. Een
obligatoire overeenkomst schept verbintenissen: voor één of meer partijen ontstaan
rechten en plichten.
De overeenkomst is een species van de rechtshandeling. Het is een meerzijdige
rechtshandeling die tot stand komt door aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW). Voor de
totstandkoming van een overeenkomst zijn niet alleen de bepalingen van Boek 6
betreffende aanbod en aanvaarding van belang. Omdat een overeenkomst altijd een
rechtshandeling is, zijn ook de bepalingen van titel 3.2 van toepassing (gelaagde structuur
van het BW). Een rechtshandeling vereist een op rechtsgevolg gerichte wil die zich door
een verklaring heeft geopenbaard, art. 3:33 BW. Daarnaast wordt in art. 3:35 BW waarde
toegekend aan het bij de wederpartij opgewekte vertrouwen (HR 10 april 1981, NJ 1981,
532, Eelman/Hin). Voor een overeenkomst zijn twee overeenstemmende wilsverklaringen
in de zin van art. 3:33 BW nodig. Als deze wilsverklaringen (het aanbod en de
aanvaarding) op elkaar aansluiten, is sprake van wilsovereenstemming en ontstaat een
overeenkomst.
1