WEEK 3 WERKGROEP 1
ONDERWERPEN
Nietigheid en vernietigbaarheid
Gronden voor vernietiging I: wilsgebreken
Gronden voor vernietiging II: handelingsonbekwaamheid
Gronden voor vernietiging III: vormvoorschrift niet in acht genomen
VAARDIGHEDEN
Analyseren en toepassen wetgeving
Analyseren jurisprudentie
Casus oplossen
LITERATUUR
Brahn/Reehuis: hoofdstuk 16: 16.1 t/m 16.4
JURISPRUDENTIE BLACKBOARD
Booy/Wisman (ECLI:NL:HR:1966:AC4621) dit arrest is een ‘arrest oude stijl’, d.w.z.
dat dit arrest vóór 1982 is gewezen. Het arrest kent dus nog niet het vaste patroon
van de huidige uitspraken van de Hoge Raad. Zie voor de opbouw van arresten oude
stijl Tigchelaar p. 78.
Van Geest/Nederlof (HR 1990 NJ 1991/251), opgenomen in de tweede werkgroep van
deze week)
JURISPRUDENTIE BRAHN
Groentemarktcafé (Brahn no. 397)
De kantharos van Stevensweert (Brahn no. 400)
Van Venrooij/Ameva (Brahn no. 415)
INLEIDING OP DE STOF
Nietigheid versus vernietigbaarheid
Een rechtshandeling die niet aan de wettelijke eisen voldoet is hetzij nietig, hetzij
vernietigbaar. Bij nietigheid zal de rechter ambtshalve (d.w.z. uit zichzelf, zonder dat
een partij zich op het gebrek beroept) moeten constateren dat de rechtshandeling niet
de beoogde rechtsgevolgen heeft. Een rechtshandeling is dus van rechtswege nietig als
de wet het door partijen beoogde rechtsgevolg daaraan zonder meer ontzegt.
Bij vernietigbaarheid is het aan een partij om de overeenkomst te (laten) vernietigen.
Zij kan dat dus ook achterwege laten.
Wilsgebreken
Als er - anders dan het in de vorige week besproken wilsontbreken – wél overeenstem-
ming tussen wil en verklaring is geweest, maar de wil was gebrekkig gevormd, dan kan
de rechtshandeling in beginsel worden vernietigd. De wet zelf geeft aan van welk
wilsgebrek er sprake kan zijn: bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden
(art. 3:44 BW) en dwaling (6:228 BW). Elk van deze wilsgebreken kan voor een
contractspartij grond zijn om tot vernietiging van de rechtshandeling over te gaan.
Handelingsonbekwaamheid
Minderjarigen (art. 1:234 BW) en onder curatele gestelden (art. 1:378 BW) zijn
handelingsonbekwaam. Als uitgangspunt geldt dat zij voor zichzelf geen onaantastbare
rechtshandelingen kunnen aangaan.
1
ONDERWERPEN
Nietigheid en vernietigbaarheid
Gronden voor vernietiging I: wilsgebreken
Gronden voor vernietiging II: handelingsonbekwaamheid
Gronden voor vernietiging III: vormvoorschrift niet in acht genomen
VAARDIGHEDEN
Analyseren en toepassen wetgeving
Analyseren jurisprudentie
Casus oplossen
LITERATUUR
Brahn/Reehuis: hoofdstuk 16: 16.1 t/m 16.4
JURISPRUDENTIE BLACKBOARD
Booy/Wisman (ECLI:NL:HR:1966:AC4621) dit arrest is een ‘arrest oude stijl’, d.w.z.
dat dit arrest vóór 1982 is gewezen. Het arrest kent dus nog niet het vaste patroon
van de huidige uitspraken van de Hoge Raad. Zie voor de opbouw van arresten oude
stijl Tigchelaar p. 78.
Van Geest/Nederlof (HR 1990 NJ 1991/251), opgenomen in de tweede werkgroep van
deze week)
JURISPRUDENTIE BRAHN
Groentemarktcafé (Brahn no. 397)
De kantharos van Stevensweert (Brahn no. 400)
Van Venrooij/Ameva (Brahn no. 415)
INLEIDING OP DE STOF
Nietigheid versus vernietigbaarheid
Een rechtshandeling die niet aan de wettelijke eisen voldoet is hetzij nietig, hetzij
vernietigbaar. Bij nietigheid zal de rechter ambtshalve (d.w.z. uit zichzelf, zonder dat
een partij zich op het gebrek beroept) moeten constateren dat de rechtshandeling niet
de beoogde rechtsgevolgen heeft. Een rechtshandeling is dus van rechtswege nietig als
de wet het door partijen beoogde rechtsgevolg daaraan zonder meer ontzegt.
Bij vernietigbaarheid is het aan een partij om de overeenkomst te (laten) vernietigen.
Zij kan dat dus ook achterwege laten.
Wilsgebreken
Als er - anders dan het in de vorige week besproken wilsontbreken – wél overeenstem-
ming tussen wil en verklaring is geweest, maar de wil was gebrekkig gevormd, dan kan
de rechtshandeling in beginsel worden vernietigd. De wet zelf geeft aan van welk
wilsgebrek er sprake kan zijn: bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden
(art. 3:44 BW) en dwaling (6:228 BW). Elk van deze wilsgebreken kan voor een
contractspartij grond zijn om tot vernietiging van de rechtshandeling over te gaan.
Handelingsonbekwaamheid
Minderjarigen (art. 1:234 BW) en onder curatele gestelden (art. 1:378 BW) zijn
handelingsonbekwaam. Als uitgangspunt geldt dat zij voor zichzelf geen onaantastbare
rechtshandelingen kunnen aangaan.
1