Hoorcollege Privaatrecht Week 5
Beperkte rechten
Beperkte rechten zijn: absolute rechten op goederen
- Art. 5:1 BW: eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak
kan hebben
- Vermogensrechten behoren toe aan de rechthebbende
- Beperkte rechten zijn absolute vermogensrechten op goederen -> Niet jegens een
persoon (=verbintenissenrecht)
o Absoluut: in te roepen tegenover iedereen, sluit anderen uit van gebruik of
beschikking.
o Exclusief: het behoort jou toe, je kunt volgen waar het goed zich bevindt.
o Goederenrechtelijk gevolg (droit de suite): het recht op een zaak blijft op die
zaak ook al gaat de zaak over naar een ander.
o Prioriteit: het is een recht op een goed, er kan nog een ander recht op het
goed gevestigd worden. Degene met een ouder beperkt recht heeft
“voorrang” boven een jonger beperkt recht gevestigd op hetzelfde goed.
o Publiciteit:
- Bevoegdheden eigendom (zaak) en toebehoren (vermogensrecht)
o Usus, fructus, abusus: bevoegdheid tot gebruik en de vruchten daarvan,
bevoegdheid tot vervreemding
Gebruik
Beschikken
- Beperkte rechten in boek 3 zijn mogelijk op goederen (zaken en vermogensrechten),
beperkte rechten in boek 5 zijn alleen mogelijk zaken.
Beperkte rechten
Een beperkt recht ontstaat door het vestigen of door verjaring.
Vestigen
- Art. 3:81 BW: hij aan wie een zelfstandig en overdraagbaar recht toekomt, kan
binnen de grenzen van dat recht de in de wet genoemde beperkte rechten vestigen.
o Vruchtgebruik, pand en hypotheek, erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal,
appartementsrecht
o Vestigen: 3:98 jo. 3:84 jo. de betreffende vestigingsbepalingen
- Art. 3:8 BW: een beperkt recht is een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend
recht, hetwelk met het beperkte recht is bezwaard.
o Toelichting (Eduard) Meijers, 1954: Het begrip beantwoordt aan het oude ius
in re aliena (recht op goed van een ander). De beperkte rechten zijn
afgesplitste rechten, die, hetzij bij ieder overdraagbaar vermogensrecht
kunnen voorkomen, hetzij alleen bij rechten op bijzondere voorwerpen.
o Beperkte rechten op goederen (boek 3): vruchtgebruik, pand, hypotheek
o Beperkte rechten op zaken (boek 5):
Erfdienstbaarheid, erfpacht
Opstal, appartementsrecht
Beperkte rechten
Beperkte rechten zijn: absolute rechten op goederen
- Art. 5:1 BW: eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak
kan hebben
- Vermogensrechten behoren toe aan de rechthebbende
- Beperkte rechten zijn absolute vermogensrechten op goederen -> Niet jegens een
persoon (=verbintenissenrecht)
o Absoluut: in te roepen tegenover iedereen, sluit anderen uit van gebruik of
beschikking.
o Exclusief: het behoort jou toe, je kunt volgen waar het goed zich bevindt.
o Goederenrechtelijk gevolg (droit de suite): het recht op een zaak blijft op die
zaak ook al gaat de zaak over naar een ander.
o Prioriteit: het is een recht op een goed, er kan nog een ander recht op het
goed gevestigd worden. Degene met een ouder beperkt recht heeft
“voorrang” boven een jonger beperkt recht gevestigd op hetzelfde goed.
o Publiciteit:
- Bevoegdheden eigendom (zaak) en toebehoren (vermogensrecht)
o Usus, fructus, abusus: bevoegdheid tot gebruik en de vruchten daarvan,
bevoegdheid tot vervreemding
Gebruik
Beschikken
- Beperkte rechten in boek 3 zijn mogelijk op goederen (zaken en vermogensrechten),
beperkte rechten in boek 5 zijn alleen mogelijk zaken.
Beperkte rechten
Een beperkt recht ontstaat door het vestigen of door verjaring.
Vestigen
- Art. 3:81 BW: hij aan wie een zelfstandig en overdraagbaar recht toekomt, kan
binnen de grenzen van dat recht de in de wet genoemde beperkte rechten vestigen.
o Vruchtgebruik, pand en hypotheek, erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal,
appartementsrecht
o Vestigen: 3:98 jo. 3:84 jo. de betreffende vestigingsbepalingen
- Art. 3:8 BW: een beperkt recht is een recht dat is afgeleid uit een meer omvattend
recht, hetwelk met het beperkte recht is bezwaard.
o Toelichting (Eduard) Meijers, 1954: Het begrip beantwoordt aan het oude ius
in re aliena (recht op goed van een ander). De beperkte rechten zijn
afgesplitste rechten, die, hetzij bij ieder overdraagbaar vermogensrecht
kunnen voorkomen, hetzij alleen bij rechten op bijzondere voorwerpen.
o Beperkte rechten op goederen (boek 3): vruchtgebruik, pand, hypotheek
o Beperkte rechten op zaken (boek 5):
Erfdienstbaarheid, erfpacht
Opstal, appartementsrecht