IER, periode 4
Week 4
Inleiding Europees Recht
Periode 4, 2015-2016
Week 4
Vrij verkeer van goederen
Voorgeschreven literatuur:
ERAD (2015): Hoofdstuk 3
Reader: Week 4
Warm-up vragen
I. Welk van de volgende stellingen over het subsidiariteitsbeginsel binnen de
Europese Unie is juist?
a. Het subsidiariteitsbeginsel speelt uitsluitend een rol bij exclusieve
bevoegdheden van de EU.
b. Het subsidiariteitsbeginsel speelt uitsluitend een rol bij bevoegdheden gedeeld
tussen de EU en de lidstaten. Volgens artikel 5 lid 3 VEU: de Unie op de gebieden
die niet onder haar exclusieve bevoegdheid vallen.
c. Het subsidiariteitsbeginsel speelt uitsluitend een rol bij exclusieve
bevoegdheden van de lidstaten.
d. Het subsidiariteitsbeginsel speelt uitsluitend een rol bij de aanvullende
bevoegdheden van de EU.
II. Geef aan welk van de volgende voorbeelden een prejudiciële procedure
beschrijft.
a. De Commissie klaagt Nederland aan bij het Hof van Justitie vanwege te late
implementatie van een richtlijn.
b. Nederland stelt beroep in tegen de Commissie bij het Hof van Justitie omdat de
Commissie een besluit ten nadele van Nederland heeft vastgesteld.
c. Een particulier klaagt Nederland aan bij het Hof van Justitie omdat hij schade
lijdt doordat Nederland een richtlijn te laat heeft geïmplementeerd.
d. De Nederlandse rechter stelt een vraag aan het Hof van Justitie in een bij hem
aanhangige procedure tussen een particulier en Nederland omdat de particulier
schade lijdt doordat Nederland een richtlijn te laat heeft geïmplementeerd. Hier
is sprake van een prejudiciële procedure, omdat de nationale rechter een vraag
stelt aan het Hof over een zaak waarin er onenigheid bestaat over Unierecht.
III. Wat is EU-conforme interpretatie?
a. Een nationale rechter dient nationale wetgeving zoveel mogelijk uit te leggen in
het licht van het Europees recht. Dit is juist.
b. Een nationale rechter dient Europese richtlijnen zoveel mogelijk uit te leggen in
het licht van nationale wetgeving.
c. Het Hof van Justitie van de EU dient nationale wetgeving zoveel mogelijk uit te
leggen in het licht van de Europese richtlijnen.
d. Het Hof van Justitie van de EU dient Europese richtlijnen zoveel mogelijk uit te
leggen in het licht van nationale wetgeving.
Werkgroepvragen en opdrachten
Vraag 1- Goederen en diensten
Week 4
Inleiding Europees Recht
Periode 4, 2015-2016
Week 4
Vrij verkeer van goederen
Voorgeschreven literatuur:
ERAD (2015): Hoofdstuk 3
Reader: Week 4
Warm-up vragen
I. Welk van de volgende stellingen over het subsidiariteitsbeginsel binnen de
Europese Unie is juist?
a. Het subsidiariteitsbeginsel speelt uitsluitend een rol bij exclusieve
bevoegdheden van de EU.
b. Het subsidiariteitsbeginsel speelt uitsluitend een rol bij bevoegdheden gedeeld
tussen de EU en de lidstaten. Volgens artikel 5 lid 3 VEU: de Unie op de gebieden
die niet onder haar exclusieve bevoegdheid vallen.
c. Het subsidiariteitsbeginsel speelt uitsluitend een rol bij exclusieve
bevoegdheden van de lidstaten.
d. Het subsidiariteitsbeginsel speelt uitsluitend een rol bij de aanvullende
bevoegdheden van de EU.
II. Geef aan welk van de volgende voorbeelden een prejudiciële procedure
beschrijft.
a. De Commissie klaagt Nederland aan bij het Hof van Justitie vanwege te late
implementatie van een richtlijn.
b. Nederland stelt beroep in tegen de Commissie bij het Hof van Justitie omdat de
Commissie een besluit ten nadele van Nederland heeft vastgesteld.
c. Een particulier klaagt Nederland aan bij het Hof van Justitie omdat hij schade
lijdt doordat Nederland een richtlijn te laat heeft geïmplementeerd.
d. De Nederlandse rechter stelt een vraag aan het Hof van Justitie in een bij hem
aanhangige procedure tussen een particulier en Nederland omdat de particulier
schade lijdt doordat Nederland een richtlijn te laat heeft geïmplementeerd. Hier
is sprake van een prejudiciële procedure, omdat de nationale rechter een vraag
stelt aan het Hof over een zaak waarin er onenigheid bestaat over Unierecht.
III. Wat is EU-conforme interpretatie?
a. Een nationale rechter dient nationale wetgeving zoveel mogelijk uit te leggen in
het licht van het Europees recht. Dit is juist.
b. Een nationale rechter dient Europese richtlijnen zoveel mogelijk uit te leggen in
het licht van nationale wetgeving.
c. Het Hof van Justitie van de EU dient nationale wetgeving zoveel mogelijk uit te
leggen in het licht van de Europese richtlijnen.
d. Het Hof van Justitie van de EU dient Europese richtlijnen zoveel mogelijk uit te
leggen in het licht van nationale wetgeving.
Werkgroepvragen en opdrachten
Vraag 1- Goederen en diensten