Hoorcollege Europees recht Week 2
Bevoegdheden en rechtsbronnen
Beleid van de EU
Interne markt, landbouw, vervoer, financieel recht, milieu, gelijke behandeling, burgerlijk
recht, ondernemingsrecht, consumentenrecht, arbeidsrecht, familierecht, intellectuele
eigendom, burgerlijk procesrecht, vreemdelingenrecht, strafrecht, externe betrekkingen.
Uniebevoegdheden
Uitgangspunten bevoegdheden:
1. Soevereiniteit: bevoegdheden bij de lidstaten, Unie beschikt alleen over
bevoegdheden die zij heeft toebedeeld gekregen van de lidstaten (attributiebeginsel)
2. EU: afgeleide bevoegdheden; alle bevoegdheden die niet toebedeeld zijn aan de EU
blijven bij de lidstaten
3. EU bevoegd door attributie
4. Bevoegdheidsattributie bij Verdrag, er is altijd een verwijzing naar een
verdragsbepaling
5. Alle bevoegdheden moeten zijn te herleiden op de Verdragen;
rechtsgrondslagvereiste (dit gaat samen met het attributiebeginsel)
Attributiebeginsel
- Artikel 5 lid 1 en 2 VEU: uitdrukkelijke bevoegdheid moet zijn toebedeeld aan de EU
o (Art. 81 GrW)
- Rechtsgrondslagvereiste
o Specifieke rechtsgrondslagen in de Verdragen
o Artikel 352 VWEU: vangnet of restbepaling voor rechtsgrondslag. Als de
Verdragen niet expliciet voorzien, maar er is wel een besluit op Europees
niveau nodig om de doelstellingen te bewerkstelligen, dan deze bepaling
gebruiken.
o Impliciete bevoegdheden (AETR- leer: leerstuk dat vooral door externe
betrekking nodig is gebleken. Hof bepaalde dat de Unie ook beschikte over de
mogelijkheid om ook wat betreft interne betrekkingen te handelen. Leer is
niet meer zo belangrijk tegenwoordig, omdat er veel specifieke
rechtsgrondslagen te vinden zijn in de Verdragen).
- Afdwingbaar -> ultra vires controle door HvJ
- Bron van conflict
o Tabaksreclame arrest
Doelstelling Verdrag ≠ rechtsgrondslag
Vb. 1: artikel 67 lid 3 VWEU vs. Artikel 77 en 82 VWEU
Vb. 2: artikel 114 VWEU
Vb. 3: artikel 194 VWEU
Bevoegdheden en rechtsbronnen
Beleid van de EU
Interne markt, landbouw, vervoer, financieel recht, milieu, gelijke behandeling, burgerlijk
recht, ondernemingsrecht, consumentenrecht, arbeidsrecht, familierecht, intellectuele
eigendom, burgerlijk procesrecht, vreemdelingenrecht, strafrecht, externe betrekkingen.
Uniebevoegdheden
Uitgangspunten bevoegdheden:
1. Soevereiniteit: bevoegdheden bij de lidstaten, Unie beschikt alleen over
bevoegdheden die zij heeft toebedeeld gekregen van de lidstaten (attributiebeginsel)
2. EU: afgeleide bevoegdheden; alle bevoegdheden die niet toebedeeld zijn aan de EU
blijven bij de lidstaten
3. EU bevoegd door attributie
4. Bevoegdheidsattributie bij Verdrag, er is altijd een verwijzing naar een
verdragsbepaling
5. Alle bevoegdheden moeten zijn te herleiden op de Verdragen;
rechtsgrondslagvereiste (dit gaat samen met het attributiebeginsel)
Attributiebeginsel
- Artikel 5 lid 1 en 2 VEU: uitdrukkelijke bevoegdheid moet zijn toebedeeld aan de EU
o (Art. 81 GrW)
- Rechtsgrondslagvereiste
o Specifieke rechtsgrondslagen in de Verdragen
o Artikel 352 VWEU: vangnet of restbepaling voor rechtsgrondslag. Als de
Verdragen niet expliciet voorzien, maar er is wel een besluit op Europees
niveau nodig om de doelstellingen te bewerkstelligen, dan deze bepaling
gebruiken.
o Impliciete bevoegdheden (AETR- leer: leerstuk dat vooral door externe
betrekking nodig is gebleken. Hof bepaalde dat de Unie ook beschikte over de
mogelijkheid om ook wat betreft interne betrekkingen te handelen. Leer is
niet meer zo belangrijk tegenwoordig, omdat er veel specifieke
rechtsgrondslagen te vinden zijn in de Verdragen).
- Afdwingbaar -> ultra vires controle door HvJ
- Bron van conflict
o Tabaksreclame arrest
Doelstelling Verdrag ≠ rechtsgrondslag
Vb. 1: artikel 67 lid 3 VWEU vs. Artikel 77 en 82 VWEU
Vb. 2: artikel 114 VWEU
Vb. 3: artikel 194 VWEU