TERATOLOGIE GENETISCHE AFWIJKINGEN (D IRK )
Hoofdstuk 1: mutaties
- Verandering in scheikundige structuur van DNA
- Verschillende types:
o Genoommutaties = wijziging van normale aantal chromosomen
o Chromosoommutaties = afwijkingen in vorm of samenstelling van chromosoom
o Genmutaties = verandering in 1 of enkele basen van gen
- Gevolgen voor fenotype:
o Geen effect
o Nadelig effect (miskraam, aangeboren aanwijkingen, ziekten)
o Gunstig effect
- Aangeboren (erfelijk)
- Niet aangeboren (verworden) bv door stralingen, sommige scheikundige stoffen, sommige virussen
1.1 Genoommutaties of numerieke
chromosoomafwijkingen
- Abnormaal aantal chromosomen
- Ontstaan meestal tgv fout (non-disjunctie) bij vorming van gameten (meiose)
- Polyploïdie:
o Veelvoud van haploïd aantal chromosomen bv 69 chromosomen (triploïde),
92 chromosomen (tetraploïden)
o Niet leefbaar (miskraam)
- Aneuploïdie:
o Trisomie (1 chromosoom te veel): sterk afgenomen overlevingskans van
vrucht
Bv syndroom van Down (trisomie 21), syndroom van Klinefelter (XXY)
o Monosomie (1 chromosoom te weinig): meestal niet leefbaar, behalve syndroom van Turner
(XO)
1.2 Chromosoommutaties of structurele chromosoomafwijkingen
- Wijzigingen in vorm of samenstelling van 1 of enkele chromosomen
- Meestal tgv breuk in 1 of enkele chromosomen of tgv verkeerde splitsing bij disjunctie
- Deletie: deel van chromosoom ontbreekt
- Inversie: losgekomen deel van chromosoom word opnieuw vastgehecht, maar omgekeerd
- Translokatie: deel val chromosom breekt af en hecht zich vast aan ander chromosoom
- Gevolgen:
o Geen afwijkingen indien er geen erfelijk materiaal verloren gaat
o Miskraam of aangeboren afwijking bij te weinig of te veel erfelijk materiaal
1.3 Genmutaties
- Verandering in 1 of enkele basen van gen
- Substitutie: vervanging van 1 of meer basen door 1 of meer andere basen
- Deletie: verdwijning van 1 of meer basen
- Insertie: toevoeging van 1 of meer basen
- Gevolg voor fenotype:
o Geen effect
o Aanmaak afwijkend eiwit of afwijkende hoeveelheid eiwit
Hoofdstuk 2: monogeen overervende aandoeningen
- Aandoeningen te wijten aan fout (mutatie) thv 1 allelenpaar
- Eerder zeldzaam voorkomende aandoeningen
- Gevolgen hangen af van feit of foute allel (gen) dominant of recessief is (heel vaak recessief)
- Dominante aandoeningen komen tot uiting van zodra 1 van beide allelen van allelenpaar mutatie aanwezig is
o Gen met mutatie (foute gen) overheerst normale gen
- Recessieve aandoeningen komen pas tot uiting als in beide allelen van allelenpaar mutatie aanwezig is
- Autosomale aandoeningen: foute gen bevind zich op lichaamschromosomen
1
, - X-gebonden chromosomen: foute gen bevind zich op X-chromosoom
2.1 Autosomaal dominante aandoeningen
- Bv achondroplasie, ziekte van Huntington, brachydactylie, neurofibromatose
- Gevolg van fout in 1 van beide genen van genenpaar
- Kind van ouder met autosomaal dominante aandoening heeft 50% kans om ziek te worden
2.2 Autosomaal recessieve aandoening
- Bv mucoviscidose, fenylketonurie, albinisme, galactosemie
- Iemand die 1 normaal gen en 1 fout gen heeft = drager van aandoening
- Indien beide ouders drager zijn, heeft kind 25% kans om ziek te zijn, 25% kans om gezond en geen drager te zijn en
50% kans om gezonde drager te zijn
2.3 X-gebonden dominante aandoeningen
- Fout dominant X-gebonden gen komt tot uiting, zowel bij man als bij vrouw
- Vrouw heeft 50% kans om foute gen door te geven aan kinderen
- Bij man die fout X-gebonden chromosoom heeft -> enkel doorgeven op dochters niet op zonen
- Bv familiale rachitis, hereditaire nefritis
2.4 X-gebonden recessieve aandoeningen
- Bv kleurenblindheid, hemofilie, fragiel X-syndroom, spierziekte van Duchenne
- Fout recessief X-gebonden gen komt bij man steeds tot uiting
o Om bij vrouw tot uiting te komen, moet foute gen op beide X-chromosomen aanwezig
zijn
- bevat bij vrouw slechts 1 van beide X-chromosomen foute gen, dan komt aandoening niet tot uiting
o vrouw is dat geval wel draagster
Oefening op X-gebonden recessieve aandoeningen
X = X-chromosoom met het goede gen
X’ = X-chromosoom met het foute gen
Vader is ziek
Moeder is gezonde draagster
Genotype kinderen?
Fenotype kinderen?
Oplossing
Vader ziek: X’Y
Moeder gezonde draagster: XX’
X’ Y
X XX’ XY
X’ X’X’ X’Y
Genotype jongens: 50% XY, 50% X’Y; genotype meisjes: 50%
XX’, 50% X’X’
Fenotype jongens: 50% gezond, 50% ziek; fenotype meisjes:
50% gezonde draagster, 50% ziek
2
Hoofdstuk 1: mutaties
- Verandering in scheikundige structuur van DNA
- Verschillende types:
o Genoommutaties = wijziging van normale aantal chromosomen
o Chromosoommutaties = afwijkingen in vorm of samenstelling van chromosoom
o Genmutaties = verandering in 1 of enkele basen van gen
- Gevolgen voor fenotype:
o Geen effect
o Nadelig effect (miskraam, aangeboren aanwijkingen, ziekten)
o Gunstig effect
- Aangeboren (erfelijk)
- Niet aangeboren (verworden) bv door stralingen, sommige scheikundige stoffen, sommige virussen
1.1 Genoommutaties of numerieke
chromosoomafwijkingen
- Abnormaal aantal chromosomen
- Ontstaan meestal tgv fout (non-disjunctie) bij vorming van gameten (meiose)
- Polyploïdie:
o Veelvoud van haploïd aantal chromosomen bv 69 chromosomen (triploïde),
92 chromosomen (tetraploïden)
o Niet leefbaar (miskraam)
- Aneuploïdie:
o Trisomie (1 chromosoom te veel): sterk afgenomen overlevingskans van
vrucht
Bv syndroom van Down (trisomie 21), syndroom van Klinefelter (XXY)
o Monosomie (1 chromosoom te weinig): meestal niet leefbaar, behalve syndroom van Turner
(XO)
1.2 Chromosoommutaties of structurele chromosoomafwijkingen
- Wijzigingen in vorm of samenstelling van 1 of enkele chromosomen
- Meestal tgv breuk in 1 of enkele chromosomen of tgv verkeerde splitsing bij disjunctie
- Deletie: deel van chromosoom ontbreekt
- Inversie: losgekomen deel van chromosoom word opnieuw vastgehecht, maar omgekeerd
- Translokatie: deel val chromosom breekt af en hecht zich vast aan ander chromosoom
- Gevolgen:
o Geen afwijkingen indien er geen erfelijk materiaal verloren gaat
o Miskraam of aangeboren afwijking bij te weinig of te veel erfelijk materiaal
1.3 Genmutaties
- Verandering in 1 of enkele basen van gen
- Substitutie: vervanging van 1 of meer basen door 1 of meer andere basen
- Deletie: verdwijning van 1 of meer basen
- Insertie: toevoeging van 1 of meer basen
- Gevolg voor fenotype:
o Geen effect
o Aanmaak afwijkend eiwit of afwijkende hoeveelheid eiwit
Hoofdstuk 2: monogeen overervende aandoeningen
- Aandoeningen te wijten aan fout (mutatie) thv 1 allelenpaar
- Eerder zeldzaam voorkomende aandoeningen
- Gevolgen hangen af van feit of foute allel (gen) dominant of recessief is (heel vaak recessief)
- Dominante aandoeningen komen tot uiting van zodra 1 van beide allelen van allelenpaar mutatie aanwezig is
o Gen met mutatie (foute gen) overheerst normale gen
- Recessieve aandoeningen komen pas tot uiting als in beide allelen van allelenpaar mutatie aanwezig is
- Autosomale aandoeningen: foute gen bevind zich op lichaamschromosomen
1
, - X-gebonden chromosomen: foute gen bevind zich op X-chromosoom
2.1 Autosomaal dominante aandoeningen
- Bv achondroplasie, ziekte van Huntington, brachydactylie, neurofibromatose
- Gevolg van fout in 1 van beide genen van genenpaar
- Kind van ouder met autosomaal dominante aandoening heeft 50% kans om ziek te worden
2.2 Autosomaal recessieve aandoening
- Bv mucoviscidose, fenylketonurie, albinisme, galactosemie
- Iemand die 1 normaal gen en 1 fout gen heeft = drager van aandoening
- Indien beide ouders drager zijn, heeft kind 25% kans om ziek te zijn, 25% kans om gezond en geen drager te zijn en
50% kans om gezonde drager te zijn
2.3 X-gebonden dominante aandoeningen
- Fout dominant X-gebonden gen komt tot uiting, zowel bij man als bij vrouw
- Vrouw heeft 50% kans om foute gen door te geven aan kinderen
- Bij man die fout X-gebonden chromosoom heeft -> enkel doorgeven op dochters niet op zonen
- Bv familiale rachitis, hereditaire nefritis
2.4 X-gebonden recessieve aandoeningen
- Bv kleurenblindheid, hemofilie, fragiel X-syndroom, spierziekte van Duchenne
- Fout recessief X-gebonden gen komt bij man steeds tot uiting
o Om bij vrouw tot uiting te komen, moet foute gen op beide X-chromosomen aanwezig
zijn
- bevat bij vrouw slechts 1 van beide X-chromosomen foute gen, dan komt aandoening niet tot uiting
o vrouw is dat geval wel draagster
Oefening op X-gebonden recessieve aandoeningen
X = X-chromosoom met het goede gen
X’ = X-chromosoom met het foute gen
Vader is ziek
Moeder is gezonde draagster
Genotype kinderen?
Fenotype kinderen?
Oplossing
Vader ziek: X’Y
Moeder gezonde draagster: XX’
X’ Y
X XX’ XY
X’ X’X’ X’Y
Genotype jongens: 50% XY, 50% X’Y; genotype meisjes: 50%
XX’, 50% X’X’
Fenotype jongens: 50% gezond, 50% ziek; fenotype meisjes:
50% gezonde draagster, 50% ziek
2