Tijd van televisie en computer
Het grootste deel van de 20e eeuw wordt gekenmerkt door verzuiling, opdeling van maatschappij. De
samenleving kende vier hoofdzuilen:
- Katholiek
- Protestant-christelijk
- Socialistisch
- Liberaal
De oude samenleving werd in ’60 en ’70 aangetast, minder mensen voelden zich verbonden aan een
stroming. De onvrede met ‘het duistere politiek gebeuren’ groeide, de jeugd hierbij voorop;
Jeugdculturen. De aanzet van deze positie
- De naoorlogse geboortegolf, veel jonge mensen
- Langer naar school, dus langere jeugd met betere informatie
- Meer geld voor de jeugd
Deze jeugdculturen uitten zich vooral in muziek en kleding. In de jaren ’70 en ’80 uitte de jeugd zich
voor het mileu, de derde wereld, vrede en kraakbewegingen. De directe politiek-maatschappelijke
betrokkenheid is vanaf ’85 flink afgenomen.
Nederland was in de naoorlogse periode sterk afhankelijk van andere landen, voornamelijk door het
Marshall-plan. Politiek gezien kon Nederland zich niet afzijdig houden, de traditionele
neutraliteitspolitiek werd opgegeven. De wereld verdeelde zich: het communistische kamp,
onderleiding van SU en het kapitalistische kamp, onder leiding van de VS. Dit vochten zij uit in de
koude oorlog, waarbij ze elkaar indirect bestrijden door het uitbreiden van invloedssferen. Met de
koude oorlog worden alle conflicten, spanningen, interventies en bedreigingen bedoeld tussen de
twee machtigste landen. Pas in 1980 kwam er een eind aan deze koude oorlog, door het uiteenvallen
van de Sovjet-Unie en communistisch Oost-Europa.
Nederland herstelde zich zo goed dat er vanaf 1960 een welvaartsperiode begon die aanhield tot
1973, de oliecrisis. Het gevolg hiervan: de gastarbeiders. Werk werd vooral gevonden in de industrie,
waardoor er veel verstedelijking plaats vond. Oude tradities, leversvormen en instelling begonnen
hun zin te verliezen. De Katholieken verzetten zich tegen de ontzuiling door de kansel tot orde te
roepen met het bisschoppelijk mandement. Deze oproep maakte voor de ontzuiling niets uit, maar
het wel invloed op de coalitie van de Katholieken(KVP) en de socialisten(PvdA). De pvdA werd
ingeruild voor de liberale VVD.
De keerzijde van de nieuwe welvaart bleek:
- Het milieu werd letterlijk aangetast door de industrialisatie. Gifbelten, zure regen en
mestoverschotten. In 1980-1990 werden kostbare schoonmaakoperaties uitgevoerd
- De verstedelijking tastte het oude sociaal-culturele milieu aan. Moorden, drank- en
drugsgebruik steeg.
Nederland is na de oorlog een migratieland gebleken. Arbeiders kwamen al vanaf de gouden eeuw
naar Nederland. Met opkomst van de stroomvaart kwamen er vooral Chinese stokers naar
Nederland. In de jaren ’50 ontstond een tekort aan arbeiders, het vuile werk bleef liggen. Veel
1 H10, Tijd van Televisie en Computer(1950 – heden)
Het grootste deel van de 20e eeuw wordt gekenmerkt door verzuiling, opdeling van maatschappij. De
samenleving kende vier hoofdzuilen:
- Katholiek
- Protestant-christelijk
- Socialistisch
- Liberaal
De oude samenleving werd in ’60 en ’70 aangetast, minder mensen voelden zich verbonden aan een
stroming. De onvrede met ‘het duistere politiek gebeuren’ groeide, de jeugd hierbij voorop;
Jeugdculturen. De aanzet van deze positie
- De naoorlogse geboortegolf, veel jonge mensen
- Langer naar school, dus langere jeugd met betere informatie
- Meer geld voor de jeugd
Deze jeugdculturen uitten zich vooral in muziek en kleding. In de jaren ’70 en ’80 uitte de jeugd zich
voor het mileu, de derde wereld, vrede en kraakbewegingen. De directe politiek-maatschappelijke
betrokkenheid is vanaf ’85 flink afgenomen.
Nederland was in de naoorlogse periode sterk afhankelijk van andere landen, voornamelijk door het
Marshall-plan. Politiek gezien kon Nederland zich niet afzijdig houden, de traditionele
neutraliteitspolitiek werd opgegeven. De wereld verdeelde zich: het communistische kamp,
onderleiding van SU en het kapitalistische kamp, onder leiding van de VS. Dit vochten zij uit in de
koude oorlog, waarbij ze elkaar indirect bestrijden door het uitbreiden van invloedssferen. Met de
koude oorlog worden alle conflicten, spanningen, interventies en bedreigingen bedoeld tussen de
twee machtigste landen. Pas in 1980 kwam er een eind aan deze koude oorlog, door het uiteenvallen
van de Sovjet-Unie en communistisch Oost-Europa.
Nederland herstelde zich zo goed dat er vanaf 1960 een welvaartsperiode begon die aanhield tot
1973, de oliecrisis. Het gevolg hiervan: de gastarbeiders. Werk werd vooral gevonden in de industrie,
waardoor er veel verstedelijking plaats vond. Oude tradities, leversvormen en instelling begonnen
hun zin te verliezen. De Katholieken verzetten zich tegen de ontzuiling door de kansel tot orde te
roepen met het bisschoppelijk mandement. Deze oproep maakte voor de ontzuiling niets uit, maar
het wel invloed op de coalitie van de Katholieken(KVP) en de socialisten(PvdA). De pvdA werd
ingeruild voor de liberale VVD.
De keerzijde van de nieuwe welvaart bleek:
- Het milieu werd letterlijk aangetast door de industrialisatie. Gifbelten, zure regen en
mestoverschotten. In 1980-1990 werden kostbare schoonmaakoperaties uitgevoerd
- De verstedelijking tastte het oude sociaal-culturele milieu aan. Moorden, drank- en
drugsgebruik steeg.
Nederland is na de oorlog een migratieland gebleken. Arbeiders kwamen al vanaf de gouden eeuw
naar Nederland. Met opkomst van de stroomvaart kwamen er vooral Chinese stokers naar
Nederland. In de jaren ’50 ontstond een tekort aan arbeiders, het vuile werk bleef liggen. Veel
1 H10, Tijd van Televisie en Computer(1950 – heden)