I. De student past theoretische kaders toe bij het maken van ethische afwegingen. -
Criteria:
- De student kan het begrip ethiek benoemen, toepassen en omschrijven vanuit:
de plichtenethiek (Kant);
Kant: Zorg uit plicht Plichtenethiek (Immanuel Kant 1724-1804)
- Je moet je beslissing niet maken aan de hand van de uitkomsten, je moet doen wat jij
góéd vindt. We moeten handelen vanuit principes.
Verlichtingsfilosoof “Durf te denken”. De mens moet zelf bepalen wat goed en
slecht is, de mens is autonoom.
- Kant stelt 3 vragen:
Wat kan ik weten We kunnen de wereld zoals die echt is nooit snappen/waarnemen. Er
zijn 2 verschillende werelden, de wereld zoals wij hem zien, en de wereld zoals hij echt is.
We zien dingen in termen van licht/donker en oorzaak/gevolg en tijd/ruimte.
Wat moet ik doen welke keuze maak ik? Deze vraag is gebaseerd op de vraag, wat kan
ik weten?
Wat mag ik hopen
Goed en kwaad wordt bepaald door de rede Geen inhoudelijk (Gaat niet over naar de
situatie kijken), maar formeel principe dat zegt of ons handelen goed is
Goed handelen is handelen uit zuivere motieven…
… uit plicht handelen = uit vrije wil handelen. (We leggen onszelf de wet op, en
dus kiezen we ervoor om dat te doen)
Handelen uit plicht is handelen uit respect voor de wet die we onszelf als redelijke
wezens opleggen ≠ plichtmatig handelen ( Iets doen omdat het moet)
Voorbeelden:
- Liegen. Als je iemand toestaat om te liegen, onder welke omstandigheden dan ook. Dan sta
je het dus toe dat iedereen overal mag liegen.
- Stelen, als je dat goedkeurt, mag iedereen, altijd, overal stelen.
Niet hypothetisch: als dat zo is doe ik zus…nee
Je moet altijd zo handelen alsof de grondregel van ons handelen voor ieder redelijk wezen
geldt. (Zie voorbeeeld)
… je wilt dat iedereen zo handelt; altijd.
… je handelt volgens de wet die jij jezelf oplegt
Handelen volgens de wet = handelen volgens zuivere motieven
Gebod = onvoorwaardelijk (niet om een bepaald doel te bereiken)
Mens is doel op zich, geen middel voor iets anders; bv. ons ego
de gevolgenethiek (utilisme van Mill);
Verband tussen geluk en genot, Mill
- Je wordt gelukkig van genot, dingen die je fijn vindt
- Volgt het hedonisme Zo veel mogelijk genot en zo weinig mogelijk pijn
- Utiliteitsbeginsel: Grootste geluk voor zoveel mogelijk mensen
- Bentham (Voorganger van Mill) duidt geluk en genot in kwantitatieve gegevens, lijstje van
voor- en nadelen
- Mill: Kwalitatief onderscheid genietingen. Geestelijke genot en geluk voor anderen =
belangrijkst
- Iedereen vrijheid geven is de basis van algemeen welzijn
- Zelfontplooiing leidt tot grootst mogelijk geluk
- In tegenstelling tot Seneca zegt Mill: Niet aanpassen aan de gewoonte
- Geluk is zelfontplooiing Doe je doormiddel van geestelijk genot
- Regels om vrijheid te beschermen i.p.v. in te perken
- Positieve vrijheid Vrij zijn om eigen leven in te richten
- Negatieve vrijheid Vrij zijn van inmenging van anderen, niemand bemoeit zich met je
Criteria:
- De student kan het begrip ethiek benoemen, toepassen en omschrijven vanuit:
de plichtenethiek (Kant);
Kant: Zorg uit plicht Plichtenethiek (Immanuel Kant 1724-1804)
- Je moet je beslissing niet maken aan de hand van de uitkomsten, je moet doen wat jij
góéd vindt. We moeten handelen vanuit principes.
Verlichtingsfilosoof “Durf te denken”. De mens moet zelf bepalen wat goed en
slecht is, de mens is autonoom.
- Kant stelt 3 vragen:
Wat kan ik weten We kunnen de wereld zoals die echt is nooit snappen/waarnemen. Er
zijn 2 verschillende werelden, de wereld zoals wij hem zien, en de wereld zoals hij echt is.
We zien dingen in termen van licht/donker en oorzaak/gevolg en tijd/ruimte.
Wat moet ik doen welke keuze maak ik? Deze vraag is gebaseerd op de vraag, wat kan
ik weten?
Wat mag ik hopen
Goed en kwaad wordt bepaald door de rede Geen inhoudelijk (Gaat niet over naar de
situatie kijken), maar formeel principe dat zegt of ons handelen goed is
Goed handelen is handelen uit zuivere motieven…
… uit plicht handelen = uit vrije wil handelen. (We leggen onszelf de wet op, en
dus kiezen we ervoor om dat te doen)
Handelen uit plicht is handelen uit respect voor de wet die we onszelf als redelijke
wezens opleggen ≠ plichtmatig handelen ( Iets doen omdat het moet)
Voorbeelden:
- Liegen. Als je iemand toestaat om te liegen, onder welke omstandigheden dan ook. Dan sta
je het dus toe dat iedereen overal mag liegen.
- Stelen, als je dat goedkeurt, mag iedereen, altijd, overal stelen.
Niet hypothetisch: als dat zo is doe ik zus…nee
Je moet altijd zo handelen alsof de grondregel van ons handelen voor ieder redelijk wezen
geldt. (Zie voorbeeeld)
… je wilt dat iedereen zo handelt; altijd.
… je handelt volgens de wet die jij jezelf oplegt
Handelen volgens de wet = handelen volgens zuivere motieven
Gebod = onvoorwaardelijk (niet om een bepaald doel te bereiken)
Mens is doel op zich, geen middel voor iets anders; bv. ons ego
de gevolgenethiek (utilisme van Mill);
Verband tussen geluk en genot, Mill
- Je wordt gelukkig van genot, dingen die je fijn vindt
- Volgt het hedonisme Zo veel mogelijk genot en zo weinig mogelijk pijn
- Utiliteitsbeginsel: Grootste geluk voor zoveel mogelijk mensen
- Bentham (Voorganger van Mill) duidt geluk en genot in kwantitatieve gegevens, lijstje van
voor- en nadelen
- Mill: Kwalitatief onderscheid genietingen. Geestelijke genot en geluk voor anderen =
belangrijkst
- Iedereen vrijheid geven is de basis van algemeen welzijn
- Zelfontplooiing leidt tot grootst mogelijk geluk
- In tegenstelling tot Seneca zegt Mill: Niet aanpassen aan de gewoonte
- Geluk is zelfontplooiing Doe je doormiddel van geestelijk genot
- Regels om vrijheid te beschermen i.p.v. in te perken
- Positieve vrijheid Vrij zijn om eigen leven in te richten
- Negatieve vrijheid Vrij zijn van inmenging van anderen, niemand bemoeit zich met je