4 april 2023 / Mirthe Philips
GMF Verzorgingsstaat
5.1 Wat is een verzorgingsstaat?
Verzorgingsstaat = De overheid bemoeit zich actief met de welvaart en het welzijn van haar
inwoners.
- Solidariteit = De bereidheid in een groep of samenleving om risico’s met elkaar te delen.
- Bij een verzorgingsstaat heb je een collectief (gezamenlijk) belang:
- Je maakt gebruik van gezamenlijke voorzieningen (collectieve goederen).
- Als je iets overkomt ben je verzekerd.
- Collectieve voorzieningen kunnen ook leiden tot bewust passief gedrag. In dit geval
spreken we van zogenaamde ‘free riders’.
- Actoren: Overheid/Individuele burgers/Maatschappelijk middenveld/Bedrijven
Maatschappelijk middenveld = Organisaties die tussen de overheid en de individuele burger in
staan en die verschillende groepen vertegenwoordigen
- Particulier initiatief: de tafeltennisvereniging
- Sociale partners: werkgevers- en werknemersorganisaties, bijvoorbeeld de FNV
- Collectieve arbeidsovereenkomst (cao): een overeenkomst tussen werkgevers en
werknemers, zoals salaris.
De politicoloog Esping-Anderson onderscheidt drie typen westerse verzorgingsstaten:
- Sociaaldemocratische verzorgingsstaat
- Scandinavische landen
- Rol overheid groot, rol vd markt klein
- Hoog niveau voorzieningen & hoge collectieve lasten
- Uitgebreide verlofregeling ouders & gratis school
- Gelijkheid = key
- Liberale verzorgingsstaat
- VS/UK/Canada
- Rol overheid beperkt, rol vd markt is groot
- Laag niveau voorzieningen & lage collectieve lasten
- Meer eigen verantwoordelijkheid onderwijs en zorg = key
- Corporatistische verzorgingsstaat
- Duitsland
- Combi van liberaal en sociaal democratisch (wel hoge belasting zoals s)
- Gezinnen en werknemers worden goed beschermd
- Afspraken tussen overheid en middenveld
- Samenwerken = key
, 2
Nederland is een sociale rechtsstaat (burgers hebben grondrechten)
- Horen ook plichten bij (sollicitatieplicht/betalen van belasting/leerplicht)
- De overheid geeft het meeste geld uit aan: onderwijs/gezondheidszorg/sociale zekerheid
- Poldermodel: werkgevers, vakbonden en overheid met elkaar aan tafel zitten om te
onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en lonen.
- Tot 1960 een corporatistisch model. Eind jaren 70 kwamen er steeds meer sociale
voorzieningen, ontwikkeling richting sociaaldemocratische verzorgingsstaat. Door hoge
kosten komt verzorgingsstaat onder druk te staan en vanaf jaren 90 inkrimping
voorzieningen. Collectieve voorzieningen worden steeds meer geprivatiseerd. De overheid
legt steeds meer verantwoordelijkheid bij de burgers zelf. → combi tussen
sociaaldemocratische en corporatische verzorgingsstaat.
GEEN verzorgingsstaat:
- In veel landen bvb Afrika en Zuidoost-Azië.
- Gebrek aan geld/ een onstabiele politieke situatie een rol.
- Mensen zijn veel meer op zichzelf en hun naaste familie aangewezen.
- Niet alle kinderen gaan naar school, de publieke gezondheidszorg is vaak slecht.
- De levensverwachting van mensen is een stuk lager dan in landen met een
verzorgingsstaat.
Welvaart = De mate waarin mensen over voldoende middelen beschikken om hun behoeften te
vervullen.
Welzijn = De mate waarin mensen tevreden zijn over hun lichamelijke en geestelijke gezondheid.
5.2 Ontwikkeling van de verzorgingsstaat
Hoe heeft de verzorgingsstaat zich ontwikkeld en welke factoren waren daarbij belangrijk?
- In de 19e eeuw was Nederland volledig gebaseerd op het vrijemarktprincipe (liberale
grondslag) → Zwakkeren (armen, zieken en ouderen) werden niet door de overheid
geholpen, maar door de kerk, liefdadigheidsinstellingen of rijken.
- Nachtwakersstaat (= Een staat waarin de overheid zich vooral beperkt tot het handhaven
van de openbare orde en veiligheid).
- In de tweede helft van de negentiende eeuw verenigden werknemers zich in vakbonden
(=Organisaties die de gezamenlijke en individuele belangen van werknemers behartigen).
(hogere lonen, kortere werkdagen, betere arbeidsomstandigheden en een verbod op
kinderarbeid).
- De eerste sociale wetten kwamen pas na felle discussies tussen politieke partijen tot stand.
Uitgangspunt = zorgplicht. Vanaf de twintigste eeuw ontstond er een groeiende behoefte
aan collectieve goederen en diensten zoals: goede scholing, een wegennet, waterleidingen en
een elektriciteitsnetwerk, riolering en vuilnisophaaldiensten.
GMF Verzorgingsstaat
5.1 Wat is een verzorgingsstaat?
Verzorgingsstaat = De overheid bemoeit zich actief met de welvaart en het welzijn van haar
inwoners.
- Solidariteit = De bereidheid in een groep of samenleving om risico’s met elkaar te delen.
- Bij een verzorgingsstaat heb je een collectief (gezamenlijk) belang:
- Je maakt gebruik van gezamenlijke voorzieningen (collectieve goederen).
- Als je iets overkomt ben je verzekerd.
- Collectieve voorzieningen kunnen ook leiden tot bewust passief gedrag. In dit geval
spreken we van zogenaamde ‘free riders’.
- Actoren: Overheid/Individuele burgers/Maatschappelijk middenveld/Bedrijven
Maatschappelijk middenveld = Organisaties die tussen de overheid en de individuele burger in
staan en die verschillende groepen vertegenwoordigen
- Particulier initiatief: de tafeltennisvereniging
- Sociale partners: werkgevers- en werknemersorganisaties, bijvoorbeeld de FNV
- Collectieve arbeidsovereenkomst (cao): een overeenkomst tussen werkgevers en
werknemers, zoals salaris.
De politicoloog Esping-Anderson onderscheidt drie typen westerse verzorgingsstaten:
- Sociaaldemocratische verzorgingsstaat
- Scandinavische landen
- Rol overheid groot, rol vd markt klein
- Hoog niveau voorzieningen & hoge collectieve lasten
- Uitgebreide verlofregeling ouders & gratis school
- Gelijkheid = key
- Liberale verzorgingsstaat
- VS/UK/Canada
- Rol overheid beperkt, rol vd markt is groot
- Laag niveau voorzieningen & lage collectieve lasten
- Meer eigen verantwoordelijkheid onderwijs en zorg = key
- Corporatistische verzorgingsstaat
- Duitsland
- Combi van liberaal en sociaal democratisch (wel hoge belasting zoals s)
- Gezinnen en werknemers worden goed beschermd
- Afspraken tussen overheid en middenveld
- Samenwerken = key
, 2
Nederland is een sociale rechtsstaat (burgers hebben grondrechten)
- Horen ook plichten bij (sollicitatieplicht/betalen van belasting/leerplicht)
- De overheid geeft het meeste geld uit aan: onderwijs/gezondheidszorg/sociale zekerheid
- Poldermodel: werkgevers, vakbonden en overheid met elkaar aan tafel zitten om te
onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en lonen.
- Tot 1960 een corporatistisch model. Eind jaren 70 kwamen er steeds meer sociale
voorzieningen, ontwikkeling richting sociaaldemocratische verzorgingsstaat. Door hoge
kosten komt verzorgingsstaat onder druk te staan en vanaf jaren 90 inkrimping
voorzieningen. Collectieve voorzieningen worden steeds meer geprivatiseerd. De overheid
legt steeds meer verantwoordelijkheid bij de burgers zelf. → combi tussen
sociaaldemocratische en corporatische verzorgingsstaat.
GEEN verzorgingsstaat:
- In veel landen bvb Afrika en Zuidoost-Azië.
- Gebrek aan geld/ een onstabiele politieke situatie een rol.
- Mensen zijn veel meer op zichzelf en hun naaste familie aangewezen.
- Niet alle kinderen gaan naar school, de publieke gezondheidszorg is vaak slecht.
- De levensverwachting van mensen is een stuk lager dan in landen met een
verzorgingsstaat.
Welvaart = De mate waarin mensen over voldoende middelen beschikken om hun behoeften te
vervullen.
Welzijn = De mate waarin mensen tevreden zijn over hun lichamelijke en geestelijke gezondheid.
5.2 Ontwikkeling van de verzorgingsstaat
Hoe heeft de verzorgingsstaat zich ontwikkeld en welke factoren waren daarbij belangrijk?
- In de 19e eeuw was Nederland volledig gebaseerd op het vrijemarktprincipe (liberale
grondslag) → Zwakkeren (armen, zieken en ouderen) werden niet door de overheid
geholpen, maar door de kerk, liefdadigheidsinstellingen of rijken.
- Nachtwakersstaat (= Een staat waarin de overheid zich vooral beperkt tot het handhaven
van de openbare orde en veiligheid).
- In de tweede helft van de negentiende eeuw verenigden werknemers zich in vakbonden
(=Organisaties die de gezamenlijke en individuele belangen van werknemers behartigen).
(hogere lonen, kortere werkdagen, betere arbeidsomstandigheden en een verbod op
kinderarbeid).
- De eerste sociale wetten kwamen pas na felle discussies tussen politieke partijen tot stand.
Uitgangspunt = zorgplicht. Vanaf de twintigste eeuw ontstond er een groeiende behoefte
aan collectieve goederen en diensten zoals: goede scholing, een wegennet, waterleidingen en
een elektriciteitsnetwerk, riolering en vuilnisophaaldiensten.