Samenvatting biologie hoofdstuk 4 evolutie
4.1 indeling van de levende natuur
Sinds het ontstaan van het leven is er een enorme biodiversiteit.
Diversiteit aan organismen.
Door deze enorme biodiversiteit zijn we organismen gaan ordenen in een indelingssysteem.
Ordenen doen we doormiddel van kijken naar eigenschappen van organismen.
De taxonomie heeft de regels bedacht over het ordenen van organismen. De systematiek
houd zich bezig met het indelen van de organismen volgens de regels van de taxonomie.
Autotroof
organismen die zichzelf kunnen voeden.
heterotroof
organismen die voor hun voedsel afhankelijk zijn van andere organismen.
Bacteriën en archaea zijn eencellige en hebben geen celkern, zij behoren tot het domein
prokaryoten. Schimmels, planten, dieren en protisten hebben wel een celkern en zij behoren
tot het domein eukaryoten.
4.2 prokaryoten
Bacteriën en archaea hebben geen interne membranen, hun DNA zweeft vrij rond in de cel.
Doormiddel van celdeling planten zij zich voort
Bacteriën heeft cirkelvormig DNA zonder eiwitten. Bacteriën kunnen erg gevaarlijk zijn en
je ziek maken waardoor je een infectie krijgt. Bacteriën kunnen ook goed zijn voor
bijvoorbeeld voedselproductie en vertering. Als je ziek word van bacteriën kun je antibiotica
nemen, deze zorgt ervoor dat als de bacteriën gaan delen zij niet opnieuw mooi kunnen
sluiten.
Archaea hoort tot de prokaryoten maar lijkt wel heel erg op eukaryoten door bijv
overeenkomstige vetten.
Virussen zijn geen organismen omdat ze niet alle levenskenmerken hebben. Ze bestaan
voor het grootste deel uit erfelijk materiaal met daaromheen een jasje van eiwitten.
Virussen hebben altijd iets anders nodig om zichzelf voort te planten, als dat een bacterie is
noem je het een bacteriofaag.
4.1 indeling van de levende natuur
Sinds het ontstaan van het leven is er een enorme biodiversiteit.
Diversiteit aan organismen.
Door deze enorme biodiversiteit zijn we organismen gaan ordenen in een indelingssysteem.
Ordenen doen we doormiddel van kijken naar eigenschappen van organismen.
De taxonomie heeft de regels bedacht over het ordenen van organismen. De systematiek
houd zich bezig met het indelen van de organismen volgens de regels van de taxonomie.
Autotroof
organismen die zichzelf kunnen voeden.
heterotroof
organismen die voor hun voedsel afhankelijk zijn van andere organismen.
Bacteriën en archaea zijn eencellige en hebben geen celkern, zij behoren tot het domein
prokaryoten. Schimmels, planten, dieren en protisten hebben wel een celkern en zij behoren
tot het domein eukaryoten.
4.2 prokaryoten
Bacteriën en archaea hebben geen interne membranen, hun DNA zweeft vrij rond in de cel.
Doormiddel van celdeling planten zij zich voort
Bacteriën heeft cirkelvormig DNA zonder eiwitten. Bacteriën kunnen erg gevaarlijk zijn en
je ziek maken waardoor je een infectie krijgt. Bacteriën kunnen ook goed zijn voor
bijvoorbeeld voedselproductie en vertering. Als je ziek word van bacteriën kun je antibiotica
nemen, deze zorgt ervoor dat als de bacteriën gaan delen zij niet opnieuw mooi kunnen
sluiten.
Archaea hoort tot de prokaryoten maar lijkt wel heel erg op eukaryoten door bijv
overeenkomstige vetten.
Virussen zijn geen organismen omdat ze niet alle levenskenmerken hebben. Ze bestaan
voor het grootste deel uit erfelijk materiaal met daaromheen een jasje van eiwitten.
Virussen hebben altijd iets anders nodig om zichzelf voort te planten, als dat een bacterie is
noem je het een bacteriofaag.