Hartspierweefsel bestaat uit cardiomyosieten met centraal gelegen kernen. Deze cardiomyocieten
zitten aan elkaar met intercalairschijven. Tussen de cardiomyocieten liggen bliedvaatjes, collageen en
fibroblasten.
Harstspiercellen doen aan aerobe verbranding , daarhebben ze dus veel zuurstof voor nodig en
hierdoor hebben ze ook veel mitochondriën nodig.
Ziekten van het hart:
Er zijn twee soorten overbelasting van het hart, druk overbelasting en vollume overbelasting; ze
staan hieronder uitgelegd met voorbeelden. Bij beide gevallen is sprake van hypertrofie hierbij
nemen de cellen in grootte toe, bij sarcomeren zijn de kernen ook groter omdat de cellen proberen
te delen maar dit niet kunnen omdat ze uitgedifferentieerd zijn.
- Druk overbelasting
Doordat de druk omhoog gaat moet het hart sterker worden, dit zorgt voor concentrische
hypertrofie waardoor de hartwand dikker wordt zonder dat het hart in grootte toeneemt. Bij
concentrische hypertrofie worden de extra sarcomeren parallel aangelegd.
o Voorbeeld: Aortaklepstenose, hierbij gaat de aortaklep minder goed open waardoor
de druk in het hart omhoog gaat
o Voorbeeld: Systemische hypertensie (hoge bloeddruk), bij systemische hypertensie
is de druk in alle bloedvaten hoger waardoor de druk in het hart ook omhoog gaat.
o Voorbeeld: Pulmonale hypertensie (hoge bloeddruk in de longen), als de bloeddruk
in de longen te hoog is wordt de druk in het hart ook hoger en zie je verdikking van
de rechter kamer
- Vollume overbelasting
Bij vollume overbelasting moet het hart meer bloed wegpompen om voor dezelfde druk te
zorgen, dit zorgt voor dilatatie (het hart zet uit) en hypertrofie (toename van de spiermassa),
oftewel dilaterende hypertrofie hierbij kan de wanddikte zowel toenemen als afnemen of
gelijk blijven. Bij dilaterende hypertrofie worden de extra sarcomeren in de lengterichting
aangelegd.
o Voorbeeld: Aortaklep insufficientie, hierbij lekt er bloed van de aorta terug het hart
in (de linker kamer in)
Hartklepafwijkingen:
- Calcificatie van de aortaklep (arterosclerose in de aortaklep)
Bij deze afwijking is de rand van het klepblad intact maar zijn er calcification nodules
(ophopingen van kalk) ontstaan in het midden van het klepblad. Deze afwijking treed
normaal op bij mensen van 80 jaar en ouder.
o Een uitzondering treed op bij mensen waarbij de aorta maar twee klepbladen heeft,
deze aandoening heet een bicuspide aortaklep. Omdat deze mensen een klepblad
minder hebben dan normaal treed slijtage eerder op waardoor ook de calcificatie
eerder ontstaat, daarom treed het bij deze mensen al vanaf 45 jaar op.