Klinisch redeneren LP5P2
Werkgroep 1
Palliatieve zorg ‘klinisch redeneren bij ouderen’
Sterfte 2010 Prognose 2040
Kanker 42.600 Incidentie stijgt met 40%, prevalentie stijgt met 57%
Dementie 9.041 Prevalentie van 140.000 naar 500.000
CVA 8.913 Prevalentie neemt tot 2045 met 40% toe
Hartfalen 6.912 Toename door verbeterde diagnostiek en behandeling
COPD 5.984 Toename aantal patiënten (vooral vrouwen)
57% van alle sterfgevallen in 1 jaar sterven door een chronische ziekte.
Palliatieve zorg is:
Een benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten en naasten die te maken krijgen
met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten van lijden door middel
van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere
symptomen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard.
Fasen van palliatieve zorg:
1. Ziekte gerichte palliatie
2. Symptoom gerichte palliatie
3. Palliatie in de stervensfase
De dood
4. Nazorg
Palliatieve zorg wordt verleend in:
- Ziekenhuizen 22%
- Verpleeghuizen
- Hospices 7%
- Thuis 36%
Voorbeelden van chronische ziekten:
Kanker (niet altijd)
COPD
Hartfalen
Dementie
Diabetes
Soorten beloop van palliatieve fase:
A. Korte periode van plotselinge en snelle achteruitgang.
Vaak bij kanker, verloop enkele jaren maar achteruitgang meestal in enkele maanden.
, B. Geleidelijke achteruitgang met ernstige episoden
Vaak bij hartfalen en COPD, verloop meestal 2-5 jaar maar overlijden is vaak plotseling.
In de episoden soms acute ziekenhuis opnamen.
C. Langdurige geleidelijke achteruitgang
Vaak bij kwetsbare ouderen en dementie. Tijd enigszins variabel, maar ongeveer 6-8 jaar.
Surprise question van Murray:
Zou het u verbazen als deze patiënt binnen 1 jaar zou
overlijden?
Negatief? Aanduiding palliatieve fase!
Surprise question is van belang bij aandoeningen waarbij de palliatieve fase minder duidelijk is
gemarkeerd:
- Orgaan falen
- Ouderdom
- Dementie
Symptomen palliatieve fase:
Oncologische patiënten (thuis) Oncologische patiënten (ziekenhuis)
Vermoeidheid 71% Vermoeidheid 82%
Pijn 56% Gebrek aan eetlust 75%
Slaapproblemen 51% Pijn 71%
Droge mond 71%
COPD-patiënten Patiënten met hartfalen
Dyspneu 94% Dyspneu 72%
Hoesten 70% Vermoeidheid 69%
Vermoeidheid 68% Slaapproblemen 45%
Pijn 68%
Dyspneu = benauwdheid/kortademigheid
,Domeinen kwaliteit van leven waarborgen:
Lichamelijke comfort
(lichamelijk) functioneren
Cognitief functioneren
Psychologische welbevingen
Sociaal welbevinden
Spiritueel welbevinden
Waargenomen kwaliteit van zorg
Klinisch redeneren in de palliatieve fase is:
Palliatief redeneren
1. Breng problematiek in kaart (informatie verzamelen)
2. Vat problematiek en beleid samen
3. Maar afspraken over evaluatie
4. Stel beleid z.n. bij en blijf evalueren
Meetinstrumenten om symptomen vast te stellen:
1. Delirium observation screening scale (DOSS) herkennen van een delier
2. Multidimentionale pijnanamnese pijn
3. Lastmeter psychosociale problemen
4. Hospital anxiety and depression scale (HADS) angst en depressie
5. Brief hospice invertory (BHI) kwaliteit van leven
6. Edmonton functional assestment tool (EFAT) kwaliteit van leven
7. McGill quality of life questionnaire (MQOL) kwaliteit van leven
8. Quality of dying and death questionnaire (QODD) kwaliteit van leven
9. Utrecht symptoom dagboek veelvoorkomende symptomen bij patiënten met kanker
Pro-actieve zorgplanning (advanced care planning) = afspraken maken over de in te zetten medische
handling/interventies.
Vroegtijdig zaken regelen, rust patiënt en naasten
Meest actuele palliatieve richtlijnen: www.pallialine.nl
Kennisclip 1 ‘principes palliatieve zorg’
Verschil curatieve en palliatieve zorg
Behandeldoelen:
- Curatieve zorg genezen
- Palliatieve zorg kwaliteit van leven
Curatieve zorg Palliatieve zorg
Genezen Behoud/ verbetering kwaliteit van leven
Behandelen Behandeling indien mogelijk en na afweging van
de voor- en nadelen
Protocollaire zorg Zorg op maat
Maximaal reanimeer beleid Overeengekomen reanimeerbeleid
ADL tijdelijk afhankelijk Wisselende ADL afhankelijkheid
Uiteindelijk: integratie in persoonlijke/sociaal Uiteindelijk: gericht op kwaliteit van sterven
leven
, Begrippen en thema’s bij palliatieve zorg
Curatief genezing
palliatief kwaliteit van leven
terminaal kwaliteit van sterven
Terminale fase: laatste 3 maanden
Stervensfase: laatste 72 uur
Dimensies palliatieve zorg:
1. Lichamelijke dimensie
2. Psychische dimensie
3. Sociale dimensie
4. Existentiële dimensie
Thema’s palliatieve zorg:
1. Kwaliteit van leven lichamelijk, sociaal, psychisch
2. Symptoom management ondervangen/onderdrukken symptomen
3. Multidimensionale zorg alle dimensies
4. Zorg voor cliënt en naasten processen/schuld
5. Anticiperen en proactieve zorgplanning beslissingen nemen
6. Autonomie zelf beslissen, grenzen stellen
Maak afspraken door middel van shared decision making met de kennis van de
zorgverlener, de ervaringen van de zorgverlener en de ervaringen, wensen en
voorkeuren van de zorgvrager!
Spectrum van palliatieve zorg
Palliatief zorgspectrum:
1. Markering palliatieve fase (stadium 1)
a. Diagnose
2. Meer ziektegericht dan symptoomgericht (stadium 2)
a. Kwaliteit van leven handhaven
b. Levensverlenging
c. Grote belasting zorgvrager
3. Meer symptoomgericht dan ziektegericht (stadium 3)
a. Symptoom vermindering/onderdrukking
4. Stervensfase (stadium 4)
a. Kwaliteit van leven veranderd in kwaliteit van sterven
b. Symptoomgerichte palliatie
c. Overlijden is onafwendbaar
d. Max. 72 uur tot overlijden
5. Nazorg (stadium 5)
Werkgroep 1
Palliatieve zorg ‘klinisch redeneren bij ouderen’
Sterfte 2010 Prognose 2040
Kanker 42.600 Incidentie stijgt met 40%, prevalentie stijgt met 57%
Dementie 9.041 Prevalentie van 140.000 naar 500.000
CVA 8.913 Prevalentie neemt tot 2045 met 40% toe
Hartfalen 6.912 Toename door verbeterde diagnostiek en behandeling
COPD 5.984 Toename aantal patiënten (vooral vrouwen)
57% van alle sterfgevallen in 1 jaar sterven door een chronische ziekte.
Palliatieve zorg is:
Een benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten en naasten die te maken krijgen
met een levensbedreigende aandoening, door het voorkomen en verlichten van lijden door middel
van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere
symptomen van lichamelijke, psychosociale en spirituele aard.
Fasen van palliatieve zorg:
1. Ziekte gerichte palliatie
2. Symptoom gerichte palliatie
3. Palliatie in de stervensfase
De dood
4. Nazorg
Palliatieve zorg wordt verleend in:
- Ziekenhuizen 22%
- Verpleeghuizen
- Hospices 7%
- Thuis 36%
Voorbeelden van chronische ziekten:
Kanker (niet altijd)
COPD
Hartfalen
Dementie
Diabetes
Soorten beloop van palliatieve fase:
A. Korte periode van plotselinge en snelle achteruitgang.
Vaak bij kanker, verloop enkele jaren maar achteruitgang meestal in enkele maanden.
, B. Geleidelijke achteruitgang met ernstige episoden
Vaak bij hartfalen en COPD, verloop meestal 2-5 jaar maar overlijden is vaak plotseling.
In de episoden soms acute ziekenhuis opnamen.
C. Langdurige geleidelijke achteruitgang
Vaak bij kwetsbare ouderen en dementie. Tijd enigszins variabel, maar ongeveer 6-8 jaar.
Surprise question van Murray:
Zou het u verbazen als deze patiënt binnen 1 jaar zou
overlijden?
Negatief? Aanduiding palliatieve fase!
Surprise question is van belang bij aandoeningen waarbij de palliatieve fase minder duidelijk is
gemarkeerd:
- Orgaan falen
- Ouderdom
- Dementie
Symptomen palliatieve fase:
Oncologische patiënten (thuis) Oncologische patiënten (ziekenhuis)
Vermoeidheid 71% Vermoeidheid 82%
Pijn 56% Gebrek aan eetlust 75%
Slaapproblemen 51% Pijn 71%
Droge mond 71%
COPD-patiënten Patiënten met hartfalen
Dyspneu 94% Dyspneu 72%
Hoesten 70% Vermoeidheid 69%
Vermoeidheid 68% Slaapproblemen 45%
Pijn 68%
Dyspneu = benauwdheid/kortademigheid
,Domeinen kwaliteit van leven waarborgen:
Lichamelijke comfort
(lichamelijk) functioneren
Cognitief functioneren
Psychologische welbevingen
Sociaal welbevinden
Spiritueel welbevinden
Waargenomen kwaliteit van zorg
Klinisch redeneren in de palliatieve fase is:
Palliatief redeneren
1. Breng problematiek in kaart (informatie verzamelen)
2. Vat problematiek en beleid samen
3. Maar afspraken over evaluatie
4. Stel beleid z.n. bij en blijf evalueren
Meetinstrumenten om symptomen vast te stellen:
1. Delirium observation screening scale (DOSS) herkennen van een delier
2. Multidimentionale pijnanamnese pijn
3. Lastmeter psychosociale problemen
4. Hospital anxiety and depression scale (HADS) angst en depressie
5. Brief hospice invertory (BHI) kwaliteit van leven
6. Edmonton functional assestment tool (EFAT) kwaliteit van leven
7. McGill quality of life questionnaire (MQOL) kwaliteit van leven
8. Quality of dying and death questionnaire (QODD) kwaliteit van leven
9. Utrecht symptoom dagboek veelvoorkomende symptomen bij patiënten met kanker
Pro-actieve zorgplanning (advanced care planning) = afspraken maken over de in te zetten medische
handling/interventies.
Vroegtijdig zaken regelen, rust patiënt en naasten
Meest actuele palliatieve richtlijnen: www.pallialine.nl
Kennisclip 1 ‘principes palliatieve zorg’
Verschil curatieve en palliatieve zorg
Behandeldoelen:
- Curatieve zorg genezen
- Palliatieve zorg kwaliteit van leven
Curatieve zorg Palliatieve zorg
Genezen Behoud/ verbetering kwaliteit van leven
Behandelen Behandeling indien mogelijk en na afweging van
de voor- en nadelen
Protocollaire zorg Zorg op maat
Maximaal reanimeer beleid Overeengekomen reanimeerbeleid
ADL tijdelijk afhankelijk Wisselende ADL afhankelijkheid
Uiteindelijk: integratie in persoonlijke/sociaal Uiteindelijk: gericht op kwaliteit van sterven
leven
, Begrippen en thema’s bij palliatieve zorg
Curatief genezing
palliatief kwaliteit van leven
terminaal kwaliteit van sterven
Terminale fase: laatste 3 maanden
Stervensfase: laatste 72 uur
Dimensies palliatieve zorg:
1. Lichamelijke dimensie
2. Psychische dimensie
3. Sociale dimensie
4. Existentiële dimensie
Thema’s palliatieve zorg:
1. Kwaliteit van leven lichamelijk, sociaal, psychisch
2. Symptoom management ondervangen/onderdrukken symptomen
3. Multidimensionale zorg alle dimensies
4. Zorg voor cliënt en naasten processen/schuld
5. Anticiperen en proactieve zorgplanning beslissingen nemen
6. Autonomie zelf beslissen, grenzen stellen
Maak afspraken door middel van shared decision making met de kennis van de
zorgverlener, de ervaringen van de zorgverlener en de ervaringen, wensen en
voorkeuren van de zorgvrager!
Spectrum van palliatieve zorg
Palliatief zorgspectrum:
1. Markering palliatieve fase (stadium 1)
a. Diagnose
2. Meer ziektegericht dan symptoomgericht (stadium 2)
a. Kwaliteit van leven handhaven
b. Levensverlenging
c. Grote belasting zorgvrager
3. Meer symptoomgericht dan ziektegericht (stadium 3)
a. Symptoom vermindering/onderdrukking
4. Stervensfase (stadium 4)
a. Kwaliteit van leven veranderd in kwaliteit van sterven
b. Symptoomgerichte palliatie
c. Overlijden is onafwendbaar
d. Max. 72 uur tot overlijden
5. Nazorg (stadium 5)