- Verkrijgen van inzicht in de aard en ernst van problemen en klachten; kunnen die horen bij een
stoornis of een ziekte?
- Doel: vaststellen van de stoornis ter behoeve van indicatie, behandeling, communiceren over de
patiënt met collega’s, onderscheid maken tussen ‘ziek’ en ‘gezond’
Kinder- en jeugdpsychiatrische diagnostiek
- Gegevens uit verschillende bronnen halen (kind, ouders, docent etc.)
- Rekening ouden met leeftijdsfase en veranderingen
- Symptomen kunnen op verschillende plekken en onder omstandigheden een andere betekenis
hebben
Beschrijvende diagnose
- Klinisch komen tot een behandelplan
Classificeren
- Categoriseren van klachten en verschijnselen
Diagnostic and Statistical manual of mental disorders
- As 1: psychiatrische syndromen
- As 2: verstandelijke beperkingen, ontwikkelingsachterstanden, persoonlijkheidsstoornissen
- As 3: Somatisch klachten
- As 4: Stressfactoren of negatieve psychosociale situaties
- As 5: niveau van functioneren
Fenomenologische diagnostiek
- Berust op waarneembare fenomenen (gehoord van cliënt of geobserveerd)
Diagnostische middelen
- Om tot een gedegen diagnose te komen
- Opvragen van bestaande informatie (doublure van diagnostische activiteiten te voorkomen; moet
toestemming voor gevraagd worden)
- Interviews (gestandaardiseerd en ‘vrije’)
- fout positieven: kinderen hebben in werkelijkheid helemaal geen stoornis, ondanks de diagnose
- fout negatieven: stoornissen over het hoofd gezien
- Vragenlijsten: feitelijke informatie, klacht georiënteerd, persoonlijkheidslijsten, intelligentie en taal
bepalen de keuze van het soort vragenlijst en of dit mogelijk is
- Tests: om het niveau van kennis en inzicht te bepalen m.b.v. vragen of vaardigheidstaken; worden
afgenomen door gedragsdeskundige
- Observatie: gegevens verzamelen op basis van eigen waarnemingen en die vergelijken met
gegevens die afkomstig zijn vanuit anderen
- Psychodynamische aspecten: gevoelens van de patiënt
- overdracht: welke gevoelens passen bij de relatie met betrekking tot de hulpverlener
- tegenoverdracht: gevoelens die berusten op onverwerkte conflictueuze gevoelens van
de hulpverlener