PSYCHOLOGIE
CHRISTINE DUPONT
BOONEN HUUB
,1 PSYCHOLOGIE: EEN PALET VOL THEORIEËN
WAT IS PSYCHOLOGIE
oneindigheid over definitie
Studieonderwerp Wetenschap: het object
Psychologie: intern & extern geen duidelijkheid
Bestudeerd 3G: Gedrag, Gevoel en Gedachten
Poging tot definiëring:
Psychologie is de wetenschap waarbij zowel het gedrag van mensen word bestudeert
als de gevoelens en de gedachten die mensen hebben bij he ervaren van hun gedrag
en de omstandigheden waarin het plaatsvindt
De soorten vragen & problemen (het object)
De methode & theorieën
Het maatschappelijk draagvlak van de wetenschap
Gepsychologiseerde wereld = psychologie populair in westerse
maatschappijen
THEORIEËN
Theorieën = referentiekaders waaruit psychologen te werk gaan
Arts = verklaring biologisch
Socioloog = verklaring maatschappelijk, tijdgeest
Psycholoog = verklaring individueel niveau
KENMERKEN VAN PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN
7 verschillende stromingen volgen elk andere weg
Verschillende theorieën
Verschillende stromingen
Verschillende mensbeelden
Inhoud:
Typering van de theorie: basis uitgangspunten, mensbeeld
Theorieën
Nieuwe ontwikkelingen
Het verklaren van psychische stoornissen
Praktische toepassingen
Kanttekeningen
PAGINA 2
,INDELING VAN THEORETISCHE STROMINGEN
1. Mensbeelden
2. Systeemtheorie: biopsychosociaal model
MENSBEELDEN IN DE PSYCHOLOGIE
2 aspecten:
1. Beschrijving van de kenmerkende eigenschappen
2. Verwijzing hoe mensen behoren te zijn
Doelbeeld = morele visie: hoe een mens zich hoort te gedragen
3 mensbeelden
MECHANISCH MENSBEELD
Machine: afzonderlijke delen
Mechanieken die door externe krachten worden voortbewogen
Delen van mensen zelfstandig bestuurd kunnen worden
Los van de sociale of materiele omgeving
4 implicaties:
1. Geen onderscheid tussen mensen en dieren = machines
mens = ingewikkelder dier
Resultaten: dierenexperimenten
2. Verklaringsmodel: lineair causaal = oorzaak gevolg
3. Geheel is gekend, onderdelen zijn bekend
4. Mens wordt zelfstandig bestuurd geen rekening met omgeving
ORGANISTISCH MENSBEELD
Mens = 1 geheel
Interne dynamiek: niet los van elkaar te zien
Levend groeisel: veranderd kwalitatief
Externe dynamiek: wisselwerking met de omgeving
4 implicaties:
1. Vergelijking mens & dier: mens hebben sociale of culturele omgeving
2. Verklaringsmodel: circulair causaal = wisselwerking
3. Geheel is meer dan de som der delen
4. Mensen zijn niet los van omgeving te bestuderen
PAGINA 3
, PERSONALISTISCH MENSBEELD
Mens schept ook zelf cultuur
Mens verleent betekenis aan wereld
Verschil tussen mens & dier
Mens handelt doelgericht
3 implicaties:
1. Mensen moeten als mens bestudeerd worden
2. Mens moet als geheel bestudeerd worden
3. Mens handelt doelgericht
METHODEN IN DE PSYCHOLOGIE
3 methodes
1. Verklarende methode
2. Verstehende
3. Hermeneutische methode
DE ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE (ATS)
Overkoepelend kader
Metatheorie
biosfeer
maatschappij
cultuur- subcultuur
gemeenschap
familie
twee personen
persoon toenemende complexiteit
beleving & gedrag
zenuwstelsel
organen/ orgaansystemen
weefsels
cellen
organellen
moleculen
atomen
subatomaire deeltjes
PAGINA 4