Leerstof: Kern Communicatie par. 19 t/m 22
Bij deze toets hoort een bijlage waarin de teksten van deze toets staan Lees ze
goed door. Lees vervolgens de vragen nauwkeurig.
Let op de formulering van je antwoord. Op de echte toets tellen spelling en
grammatica tellen mee. Succes!
Lees de tekst ‘Met ‘leesplezier’ krijg je kinderen niet aan het lezen, zet in op
boekenstraf’ (tekst 1 in de bijlage) en beantwoord de vragen.
1 ‘De situatie in Nederland is zorgelijk.’ (regel 19-20)
a Geef de ondersteunende argumentatie bij dit standpunt in weer in een schema. (3 p)
b Leg uit waarom hier sprake is van afhankelijke dan wel onafhankelijke argumentatie.
(1 p)
2 De auteur vat samen welke negatieve gevolgen ontlezing volgens de Onderwijsraad
heeft.
a Welke gevolgen zijn dat? (2 p)
b Welk negatief gevolg van ontlezing voegt de auteur verderop in de tekst zelf toe? (1
p)
3 ‘…maar de ontlezing woont bij mij in huis…’ (regel 32-33)
Leg in eigen woorden uit wat de auteur hiermee bedoelt. (1 p)
4 Wat is de functie van alinea 5 ten opzichte van alinea 4? (1 p)
A Alinea 5 is een inperking bij alinea 4.
B Alinea 5 is een nuancering bij alinea 4.
C Alinea 5 vormt een argument bij alinea 4.
D Alinea 5 vormt een tegenargument bij alinea 4.
Lees nu de tekst ‘De remedie tegen nepnieuws’ (zie tekst 2 in de bijlage) en
beantwoord de vragen. Een aantal vragen gaat alleen over tekst 2 en een aantal
vragen gaat over zowel tekst 1 als tekst 2.
5 Van welk argumentatieschema maakt de auteur van tekst 2 veelal gebruik in alinea
3, 4 en 5? (1 p) T1
6 a Leg uit of de auteur in alinea 6 gebruikmaakt van argumentatie op basis van
autoriteit. (1 p)
b In hoeverre is dit een drogredenering? Verwerk in je antwoord minimaal een
kritische vraag.
(2 p)