NATUURKUNDE HOOFDSTUK 4: Trillingen [HAVO 4]
+Tip: Leer de PowerPoint presentaties en loer maar ff naar meneer Wietsma (topper) + BINAS!!
§4.1: Eigenschappen van trillingen:
Je leert:
wat een trilling is en wat de eigenschappen van een trilling zijn;
welke toepassingen van trillingen er zijn.
Begrippen:
Trilling = Een steeds herhalende beweging. Één trilling is pas voltooid wanneer beide uiterste
standen zijn gepasseerd door een voorwerp én terug.
Evenwichtsstand = Een kenmerk van een trilling, de stand waarin de uitwijking gelijk is aan
nul. Bijvoorbeeld als een schommel stil hangt. Bij een trilling gaat de snelheid hier het hardst
door heen vanuit de uiterste standen waarbij de snelheden daar gelijk zijn aan nul.
Periodieke beweging = Een steeds herhalende beweging: trillingen, baanracen etc.
Uitwijking (u) = De afstand van een voorwerp tot de evenwichtsstand.
Amplitude (A) = De maximale uitwijking.
Trillingstijd (T) = De tijdsduur van één volledige trilling. Dit druk je uit in seconden (s) . Heet
ook wel periode.
Frequentie (f) = Het aantal trillingen per seconde. Dit druk je uit in hertz (Hz).
Berekeningen / Formules:
Trillingstijd en frequentie berekenen:
Kanttekening: Omgekeerd evenredig verband: hoe groter de frequentie, hoe kleiner de
trillingstijd en andersom.
1 1
T = of f =
f T
met T = trillingstijd in seconde (s)
f = frequentie in hertz (Hz of s-1)
Samengevat:
Een trilling is een periodieke beweging om een evenwichtsstand. De afstand van een trillend
voorwerp tot de evenwichtstand is de uitwijking u. De amplitude A is de maximale uitwijking.
De trillingstijd of de periode T is de tijdsduur van één volledige trilling. De frequentie f is het
aantal trillingen per seconde. Frequentie en trillingstijd zijn elkaars omgekeerde:
1 1
T = of f =
f T
Je kunt nu:
uitleggen wat een trilling is en voorbeelden van trillingen geven;
beschrijven wat de uitwijking, amplitude, trillingstijd en frequentie van een trilling is;
van een trilling de amplitude en de evenwichtsstand bepalen;
trillingstijden zo nauwkeurig mogelijk bepalen of berekenen;
rekenen met de trillingstijd en de frequentie.
, §4.2: Trillingen in beeld:
Je leert:
hoe je een trilling vastlegt met een uitwijking-tijddiagram;
wat een cardiogram is.
Begrippen:
Harmonische trilling = Een trilling met een sinusvormige (u,t)-grafiek.
Cardiogram = Een modellerende weergave op een scherm wat eventuele
onregelmatigheden aantoont in een (u,t)-diagram op het scherm.
Toongenerator = Hiermee kun je elektrische trillingen maken waarvan je de amplitude en de
frequentie zelf kunt instellen.
Luidspreker = Zet elektrische trillingen om in geluid
Microfoon = Geluidssignalen weer omzetten in een elektrische trilling.
Oscillogram = Het beeld van het scherm op de oscilloscoop.
Oscilloscoop = De trilling wat zichtbaar wordt gemaakt op het scherm.
Berekeningen / Formules:
Het tekenen van raaklijnen (Terugblik kennis H1):
Stel, je wil de maximale snelheid van een trilling berekenen.
I) Zoek de evenwichtsstand op in stijgende trend.
II) Teken zo nauwkeurig een nagenoeg gelijke raaklijn aan die steilheid.
III) Kies twee handige punten die ver genoeg uit elkaar liggen.
IV) Bereken die toko.
Samengevat:
Een (u,t)-diagram geeft het verband weer tussen de uitwijking van een trillend voorwerp en
de tijd. Op elk tijdstip kun je de uitwijking van het trillende voorwerp aflezen. Ook de
trillingstijd en de amplitude kun je met behulp van dit diagram bepalen.
Een harmonische trilling heeft een sinusvormige (u,t)-diagram.
Een toongenerator maakt elektrische trillingen met een regelbare amplitude en frequentie.
Met een oscilloscoop of met een computer maak je een elektrisch signaal zichtbaar. Het
schermbeeld van een oscilloscoop heet een oscillogram.
Bij een geluidstrilling geldt:
hoe hoger de frequentie, hoe hoger de toon, en
hoe groter de amplitude, hoe groter de geluidssterkte.
Een cardiogram of ecg geeft de elektrische activiteit van het hart weer.
Je kunt nu:
uit een (u,t)-diagram de uitwijking, de amplitude, de trillingstijd, de frequentie en de
snelheid bepalen en herkennen of een trilling harmonisch is;
uitleggen wat een oscillogram en wat een ecg is;
aangeven hoe geluidssterkte met amplitude en toonhoogte met frequentie
samenhangen.
+Tip: Leer de PowerPoint presentaties en loer maar ff naar meneer Wietsma (topper) + BINAS!!
§4.1: Eigenschappen van trillingen:
Je leert:
wat een trilling is en wat de eigenschappen van een trilling zijn;
welke toepassingen van trillingen er zijn.
Begrippen:
Trilling = Een steeds herhalende beweging. Één trilling is pas voltooid wanneer beide uiterste
standen zijn gepasseerd door een voorwerp én terug.
Evenwichtsstand = Een kenmerk van een trilling, de stand waarin de uitwijking gelijk is aan
nul. Bijvoorbeeld als een schommel stil hangt. Bij een trilling gaat de snelheid hier het hardst
door heen vanuit de uiterste standen waarbij de snelheden daar gelijk zijn aan nul.
Periodieke beweging = Een steeds herhalende beweging: trillingen, baanracen etc.
Uitwijking (u) = De afstand van een voorwerp tot de evenwichtsstand.
Amplitude (A) = De maximale uitwijking.
Trillingstijd (T) = De tijdsduur van één volledige trilling. Dit druk je uit in seconden (s) . Heet
ook wel periode.
Frequentie (f) = Het aantal trillingen per seconde. Dit druk je uit in hertz (Hz).
Berekeningen / Formules:
Trillingstijd en frequentie berekenen:
Kanttekening: Omgekeerd evenredig verband: hoe groter de frequentie, hoe kleiner de
trillingstijd en andersom.
1 1
T = of f =
f T
met T = trillingstijd in seconde (s)
f = frequentie in hertz (Hz of s-1)
Samengevat:
Een trilling is een periodieke beweging om een evenwichtsstand. De afstand van een trillend
voorwerp tot de evenwichtstand is de uitwijking u. De amplitude A is de maximale uitwijking.
De trillingstijd of de periode T is de tijdsduur van één volledige trilling. De frequentie f is het
aantal trillingen per seconde. Frequentie en trillingstijd zijn elkaars omgekeerde:
1 1
T = of f =
f T
Je kunt nu:
uitleggen wat een trilling is en voorbeelden van trillingen geven;
beschrijven wat de uitwijking, amplitude, trillingstijd en frequentie van een trilling is;
van een trilling de amplitude en de evenwichtsstand bepalen;
trillingstijden zo nauwkeurig mogelijk bepalen of berekenen;
rekenen met de trillingstijd en de frequentie.
, §4.2: Trillingen in beeld:
Je leert:
hoe je een trilling vastlegt met een uitwijking-tijddiagram;
wat een cardiogram is.
Begrippen:
Harmonische trilling = Een trilling met een sinusvormige (u,t)-grafiek.
Cardiogram = Een modellerende weergave op een scherm wat eventuele
onregelmatigheden aantoont in een (u,t)-diagram op het scherm.
Toongenerator = Hiermee kun je elektrische trillingen maken waarvan je de amplitude en de
frequentie zelf kunt instellen.
Luidspreker = Zet elektrische trillingen om in geluid
Microfoon = Geluidssignalen weer omzetten in een elektrische trilling.
Oscillogram = Het beeld van het scherm op de oscilloscoop.
Oscilloscoop = De trilling wat zichtbaar wordt gemaakt op het scherm.
Berekeningen / Formules:
Het tekenen van raaklijnen (Terugblik kennis H1):
Stel, je wil de maximale snelheid van een trilling berekenen.
I) Zoek de evenwichtsstand op in stijgende trend.
II) Teken zo nauwkeurig een nagenoeg gelijke raaklijn aan die steilheid.
III) Kies twee handige punten die ver genoeg uit elkaar liggen.
IV) Bereken die toko.
Samengevat:
Een (u,t)-diagram geeft het verband weer tussen de uitwijking van een trillend voorwerp en
de tijd. Op elk tijdstip kun je de uitwijking van het trillende voorwerp aflezen. Ook de
trillingstijd en de amplitude kun je met behulp van dit diagram bepalen.
Een harmonische trilling heeft een sinusvormige (u,t)-diagram.
Een toongenerator maakt elektrische trillingen met een regelbare amplitude en frequentie.
Met een oscilloscoop of met een computer maak je een elektrisch signaal zichtbaar. Het
schermbeeld van een oscilloscoop heet een oscillogram.
Bij een geluidstrilling geldt:
hoe hoger de frequentie, hoe hoger de toon, en
hoe groter de amplitude, hoe groter de geluidssterkte.
Een cardiogram of ecg geeft de elektrische activiteit van het hart weer.
Je kunt nu:
uit een (u,t)-diagram de uitwijking, de amplitude, de trillingstijd, de frequentie en de
snelheid bepalen en herkennen of een trilling harmonisch is;
uitleggen wat een oscillogram en wat een ecg is;
aangeven hoe geluidssterkte met amplitude en toonhoogte met frequentie
samenhangen.