Kennisclips thema 4: artrose en acuut knieletsel
KNGF Richtlijn artrose heup – knie
Wat is artrose?
Slijtage van het kraakbeen
Langzaam verlies kwaliteit van het kraakbeen
Het subchondrale bot kan aangedaan zijn (osteofyten)
Synoviaal membraan kan aangedaan zijn
Symptomen van artrose
Pijn bij starten van bewegen
Pijn neemt toe gedurende de dag
Wekedelenzwelling (hydrops)
Intra-articulaire zwelling (synovitis)
Palpeerbare osteofyten op de gewrichtsrand
Crepataties (soms ook hoorbaar)
Ontstekingsreactie (zwelling en temperatuurverhoging in het
gewricht)
Standsverandering
,Kennisclip 1: Evidence Based Practice
Geschiedenis EBP
1992 Evidence Based Medicine
1996 Evidence Based Practice
2000 – 2005 EBP nadruk op evidentie
2005 – 2015 Commentaar dat RCT’s geen evidentie opleveren /
richtlijn leidend
2015 Realistische weergave van EBP, pijlers zijn complementair aan
elkaar en verbinden en versterken met kritische blik
Drie pijlers van EBP uitgelicht:
Patience values
De eigen ideeën die de patiënt over zijn persoonlijke
gezondheidsprobleem heeft (waarden, wensen, voorkeuren en
verwachtingen)
De ideeën die de patiënt heeft over de therapeut
Klinische expertise
Scholing, zelfreflectie, klinische ervaring, talent, waarachtigheid
Wetenschappelijke evidentie
Wetenschappelijke literatuur (Scholar, Pubmed), Meta analyses en
SR, Richtlijnen NL (KNGF, NHG, Sportgeneeskunde)
, Kennisclip 2: Functionele anatomie knie, gekoppeld aan knie-
artrose
Anatomische oriëntatie
Kenmerken van het synoviaal gewricht (junctura synovialis)
Minimaal twee botstukken met gewrichtsvlakken (ossale delen)
Gewrichtsvlak bedekt met hyalien kraakbeen (fascies articularis)
Botstukken zijn omhuld door gewrichtskapsel (capsula articularis)
Capsulaire banden (ligamenten)
Gewrichtsholte gevuld met synovia (cavum articulare)
Vascularisatie en innervatie
Functies van synovia
Smeren van het gewricht
Voeden van het kraakbeen
Synovia wordt geproduceerd door cellen gelegen in de intima van het
synoviale membraan. Groter oppervlak door geplooide ligging.
Synovia heeft een variabele viscositeit, afhankelijk van de
omstandigheden. Bij bewegen minder stroperig dan in rust.
KNGF Richtlijn artrose heup – knie
Wat is artrose?
Slijtage van het kraakbeen
Langzaam verlies kwaliteit van het kraakbeen
Het subchondrale bot kan aangedaan zijn (osteofyten)
Synoviaal membraan kan aangedaan zijn
Symptomen van artrose
Pijn bij starten van bewegen
Pijn neemt toe gedurende de dag
Wekedelenzwelling (hydrops)
Intra-articulaire zwelling (synovitis)
Palpeerbare osteofyten op de gewrichtsrand
Crepataties (soms ook hoorbaar)
Ontstekingsreactie (zwelling en temperatuurverhoging in het
gewricht)
Standsverandering
,Kennisclip 1: Evidence Based Practice
Geschiedenis EBP
1992 Evidence Based Medicine
1996 Evidence Based Practice
2000 – 2005 EBP nadruk op evidentie
2005 – 2015 Commentaar dat RCT’s geen evidentie opleveren /
richtlijn leidend
2015 Realistische weergave van EBP, pijlers zijn complementair aan
elkaar en verbinden en versterken met kritische blik
Drie pijlers van EBP uitgelicht:
Patience values
De eigen ideeën die de patiënt over zijn persoonlijke
gezondheidsprobleem heeft (waarden, wensen, voorkeuren en
verwachtingen)
De ideeën die de patiënt heeft over de therapeut
Klinische expertise
Scholing, zelfreflectie, klinische ervaring, talent, waarachtigheid
Wetenschappelijke evidentie
Wetenschappelijke literatuur (Scholar, Pubmed), Meta analyses en
SR, Richtlijnen NL (KNGF, NHG, Sportgeneeskunde)
, Kennisclip 2: Functionele anatomie knie, gekoppeld aan knie-
artrose
Anatomische oriëntatie
Kenmerken van het synoviaal gewricht (junctura synovialis)
Minimaal twee botstukken met gewrichtsvlakken (ossale delen)
Gewrichtsvlak bedekt met hyalien kraakbeen (fascies articularis)
Botstukken zijn omhuld door gewrichtskapsel (capsula articularis)
Capsulaire banden (ligamenten)
Gewrichtsholte gevuld met synovia (cavum articulare)
Vascularisatie en innervatie
Functies van synovia
Smeren van het gewricht
Voeden van het kraakbeen
Synovia wordt geproduceerd door cellen gelegen in de intima van het
synoviale membraan. Groter oppervlak door geplooide ligging.
Synovia heeft een variabele viscositeit, afhankelijk van de
omstandigheden. Bij bewegen minder stroperig dan in rust.