Ergotherapie Samenvatting Grondslagen Hoofdstuk 16
Doel MOHO: meer inzicht krijgen in de betekenis van handelen voor de mens en in de rol van
handelen t.a.v. gezondheid en ziekte.
Handelen: the action or doing through which humans occupy their world.
Human occupation: uitvoeren van werk, spel of activiteiten van het dagelijks leven in een omgeving
en in de tijd.
MOHO besteed veel aandacht aan de motivatie van mensen om te handelen. Het model richt zich
zowel op het individu als omgevingsfactoren.
Drie met elkaar samenhangende componenten:
1. Wil (volution): motivatie
Interactie tussen persoonlijke effectiviteit (innerlijk beeld) en interesses.
Persoonlijke effectiviteit: bewustzijn van persoonlijke capaciteiten en een gevoel van
doeltreffendheid.
Anticiperen, kiezen, ervaren en interpreteren.
2. Gewenning (habituation):proces waarbij handelen wordt georganiseerd in patronen of routines.
3. Uitvoeringsvermogen (performance capacity): fysieke en mentale capaciteiten.
Kan leiden tot desinteresse, inactiviteit, angst of depressie.
Dit is gebaseerd op de systeemtheorie: legt de nadruk op het geheel en de relaties tussen de
verschillende onderdelen daarvan.
MOHO is handelingsgericht en richt zich op drie aspecten:
1. Hoe handelen wordt gemotiveerd, in patronen georganiseerd en uitgevoerd in een omgeving.
2. Wat er gebeurt als er handelingsproblemen ontstaan als gevolg van stoornissen, ziekte en andere
factoren
3. Hoe ergotherapie mensen in staat stelt deel te nemen aan betekenisvolle handelingen die
voldoening geven en hun lichamelijke en emotionele welzijn bevorderen.
MOHO is cliënt gecentreerd doordat de cliënt wordt betrokken bij het vormgeven van de therapie.
Hierbij wordt uit gegaan van het uitgangspunt dat elke cliënt uniek is.
Holistisch: door de integratie van lichaam en geest bij het verklaren en beïnvloeden van motivatie.
Ook is het model evidence- based, er zijn vele onderzoeken gedaan naar de betrouwbaarheid van het
model.
MOHO richt zich op drie aspecten van het menselijk handelen:
1. De motivatie en keuzes van mensen om de dingen te doen die hun leven inhoud geven.
2. De patronen in het dagelijks leven
3. De uitvoering van handelingen en de variatie die mensen daarin tonen.
Systeem: een verzameling van elementen plus hun relaties. ‘het geheel is meer dan de som der delen
Dynamische systeemtheorie (DST): het beschrijven van een systeem, omdat dit meer stabiliteit
vertoont dan de elementen, het systeem is minder veranderlijk. Dit is eenvoudiger omdat er minder
dimensies omschreven worden.
Heterarchie: het principe dat de manier waarop de elementen van een systeem op elkaar inwerken
afhankelijk is van de omgeving.
Doel MOHO: meer inzicht krijgen in de betekenis van handelen voor de mens en in de rol van
handelen t.a.v. gezondheid en ziekte.
Handelen: the action or doing through which humans occupy their world.
Human occupation: uitvoeren van werk, spel of activiteiten van het dagelijks leven in een omgeving
en in de tijd.
MOHO besteed veel aandacht aan de motivatie van mensen om te handelen. Het model richt zich
zowel op het individu als omgevingsfactoren.
Drie met elkaar samenhangende componenten:
1. Wil (volution): motivatie
Interactie tussen persoonlijke effectiviteit (innerlijk beeld) en interesses.
Persoonlijke effectiviteit: bewustzijn van persoonlijke capaciteiten en een gevoel van
doeltreffendheid.
Anticiperen, kiezen, ervaren en interpreteren.
2. Gewenning (habituation):proces waarbij handelen wordt georganiseerd in patronen of routines.
3. Uitvoeringsvermogen (performance capacity): fysieke en mentale capaciteiten.
Kan leiden tot desinteresse, inactiviteit, angst of depressie.
Dit is gebaseerd op de systeemtheorie: legt de nadruk op het geheel en de relaties tussen de
verschillende onderdelen daarvan.
MOHO is handelingsgericht en richt zich op drie aspecten:
1. Hoe handelen wordt gemotiveerd, in patronen georganiseerd en uitgevoerd in een omgeving.
2. Wat er gebeurt als er handelingsproblemen ontstaan als gevolg van stoornissen, ziekte en andere
factoren
3. Hoe ergotherapie mensen in staat stelt deel te nemen aan betekenisvolle handelingen die
voldoening geven en hun lichamelijke en emotionele welzijn bevorderen.
MOHO is cliënt gecentreerd doordat de cliënt wordt betrokken bij het vormgeven van de therapie.
Hierbij wordt uit gegaan van het uitgangspunt dat elke cliënt uniek is.
Holistisch: door de integratie van lichaam en geest bij het verklaren en beïnvloeden van motivatie.
Ook is het model evidence- based, er zijn vele onderzoeken gedaan naar de betrouwbaarheid van het
model.
MOHO richt zich op drie aspecten van het menselijk handelen:
1. De motivatie en keuzes van mensen om de dingen te doen die hun leven inhoud geven.
2. De patronen in het dagelijks leven
3. De uitvoering van handelingen en de variatie die mensen daarin tonen.
Systeem: een verzameling van elementen plus hun relaties. ‘het geheel is meer dan de som der delen
Dynamische systeemtheorie (DST): het beschrijven van een systeem, omdat dit meer stabiliteit
vertoont dan de elementen, het systeem is minder veranderlijk. Dit is eenvoudiger omdat er minder
dimensies omschreven worden.
Heterarchie: het principe dat de manier waarop de elementen van een systeem op elkaar inwerken
afhankelijk is van de omgeving.