Les 10 Historische inleiding tot het recht
→ Middeleeuwen en vroegmodern recht: het rechtop vermogen is anders
a) afstamming
huwelijk als basis voor burgerrechten en familiale rechten
Hoe bepalen?: dezelfde regels als het Romeins recht (300-dagen regel)
buitenhuwelijkse kinderen (bastaarden)
– overspelige
– heiligschennende: kinderen van geestelijken (zowel mannen als
vrouwen)
– Incestueuze
→ niets aan te doen
– eenvoudige: moeder en vader zijn niet gehuwd, maar ze konden nog
huwen (mantelkinderen)
→ typisch canoniek recht midden 12de eeuw
bastaarden:
erven niet: (canoniek recht, Romeins recht, lokaal recht) uitzondering:
'moeder maakt geen bastaard': wel erven langs moeders kant → lokaal
recht.
Vererven niet: (canoniek recht, Romeins recht, lokaal recht) (wel in
steden) geen testament.
b) onderhoudsgeld: nu wel het geval: canoniek recht compenseert het gebrek
aan erfrechten voor bastaarden. (Lokaal recht neemt dit later over)
Voor moeder: bedrag toekennen ( een soort bruidsschat betalen om het
kind op te voeden)
Vorderingen die het kind kan instellingen
vorderingen die moeder en kind kunnen instellen
→ Geen vaderlijke rechten
vaderschapsactie; het vaderschap wordt vastgelegd: hij krijgt de
vaderlijke rechten en krijgt dus vaderlijke gezag
Aanvankelijk geloofde men de moeder op haar woord
→ vanaf de 16de eeuw werd men voorzichtiger
het bewijs wordt strenger
aanwijzing van de vader tijdens de bevalling: men dacht dat je niet kon
liegen als je pijn hebt.
Extra: huwelijk als basis → hoe konden buitenhuwelijkse kinderen, huwelijkse
kinderen worden?
eenvoudig buitenhuwelijkse kinderen: daaropvolgend het huwelijk
legitimatie door de vorst (wettiging) (net zo streng al het Romeinse
recht)
adoptie: doel: erfgenamen maken
In de vroege middeleeuwen deed men dit wel
→ Middeleeuwen en vroegmodern recht: het rechtop vermogen is anders
a) afstamming
huwelijk als basis voor burgerrechten en familiale rechten
Hoe bepalen?: dezelfde regels als het Romeins recht (300-dagen regel)
buitenhuwelijkse kinderen (bastaarden)
– overspelige
– heiligschennende: kinderen van geestelijken (zowel mannen als
vrouwen)
– Incestueuze
→ niets aan te doen
– eenvoudige: moeder en vader zijn niet gehuwd, maar ze konden nog
huwen (mantelkinderen)
→ typisch canoniek recht midden 12de eeuw
bastaarden:
erven niet: (canoniek recht, Romeins recht, lokaal recht) uitzondering:
'moeder maakt geen bastaard': wel erven langs moeders kant → lokaal
recht.
Vererven niet: (canoniek recht, Romeins recht, lokaal recht) (wel in
steden) geen testament.
b) onderhoudsgeld: nu wel het geval: canoniek recht compenseert het gebrek
aan erfrechten voor bastaarden. (Lokaal recht neemt dit later over)
Voor moeder: bedrag toekennen ( een soort bruidsschat betalen om het
kind op te voeden)
Vorderingen die het kind kan instellingen
vorderingen die moeder en kind kunnen instellen
→ Geen vaderlijke rechten
vaderschapsactie; het vaderschap wordt vastgelegd: hij krijgt de
vaderlijke rechten en krijgt dus vaderlijke gezag
Aanvankelijk geloofde men de moeder op haar woord
→ vanaf de 16de eeuw werd men voorzichtiger
het bewijs wordt strenger
aanwijzing van de vader tijdens de bevalling: men dacht dat je niet kon
liegen als je pijn hebt.
Extra: huwelijk als basis → hoe konden buitenhuwelijkse kinderen, huwelijkse
kinderen worden?
eenvoudig buitenhuwelijkse kinderen: daaropvolgend het huwelijk
legitimatie door de vorst (wettiging) (net zo streng al het Romeinse
recht)
adoptie: doel: erfgenamen maken
In de vroege middeleeuwen deed men dit wel