van buitenuit
geniet ondeelbare en absolute soevereiniteit
globalisering (EU)
vereist homogene bevolking
!! mondiale problemen
kosmopolitanisme ⟷ nationalisten
Krasner
wereldstaat gedeelde cultuur
< binnenlandse: controle over territorium
< controle over grenzen
< juridische: internationale verplichtingen
< Westfaalse: niet-inmenging
politiek
democratie zonder politiek
NATIESTAAT rol politiek in democratisch samenleven ?
liberalisme zonder democratie
‘plaats’ van politiek ? governance in hiërarchie (democratie vereist
weinig vertrouwen in democratie
machtscentrum) ⟷ governance en netwerken
Elchardus in 1999
1. Wat is samenleven? Waarom leven mensen samen?
van binnenuit 2. Wat is democratisch samenleven?
federalisering : getrapte soevereiniteit 3. Wat is de rol van politiek/macht in het samenleven
: gedeelde loyaliteit
4. Vereist democratie dat macht op een bepaalde plaats
diversiteit ⟷ nationalisme gelokaliseerd is? Vereist het een centrum?
,ECONOMISCHE BENADERING economische denkwijze
1. ‘economische’ van de economie: enkele eenvoudige uitgangspunten kunnen sociale verklaren - dunne theorie
2. scheiding haalbare / wenselijke
feit, positieve / normatieve, morele
opties / voorkeuren
rationele keuzemodel
veronderstel actor rationeel is < perfecte informatie
< volmaakt geordende voorkeuren (formele voorwaarden, geen inhoudelijke)
< optimale beslissingen (beste om voorkeuren te realiseren gegeven overtuigingen) : doel/middel-rationaliteit
optimaal : bepaald door voorkeuren ≠ billijk/rechtvaardig
+ strategische keuzesituatie (afhankelijk van oorkeuren/beslissingen van anderen) : Pareto-optimaal
dunne theorie (alleen voorkeuren) : cf. duizendpoot
ultradunne theorie (alleen ik-voorkeuren) : cf. Prisoner’s dilemma
> rationele keuze is niet samenwerking en niet Pareto-optimaal
> samenwerking is instabiel
economie als verklaringsmodel voor SL kan feiten niet verklaren verbeteren van model ?
1. een louter economische benadering verklaart samenleven niet ≠ inzicht niet voldoende
2. er is geen sprake van politiek ≠ vraag 3-4 = brute macht van machtig persoon = Hobbes
3. enige wat telt is (Pareto)optimaliteit – bevredigen voorkeuren ≠ sympathie niet voldoende
= engagement/belofte : onvoorwaardelijke bereidheid niet te profiteren
= regels (rechtvaardigheid inhoud niet van belang) > juridische benadering
, JURIDISCHE BENADERING rechtspositivisme HART
1. recht ¹ moraal a. scheidingsthesis geen rol voor politiek ≠ vraag 3-4
b. sociale thesis: positief geldend recht
2. recht ¹ bevel machtig persoon a. verklaart niet permanentie van het recht
b. verklaart complexiteit van het recht
i. primaire regels : verboden, maar ook creatie van vrijheid
ii. secundair regels : geven macht tot maken en toepassen van primaire regels
iii. regels van erkenning bepaalt dat de regel geldt
= gesloten systeem van regels (dus morele kritiek op recht is irrelevant)
3. gezag van het recht a. mensen met extern perspectief: buigen onder sancties
b. mensen met intern perspectief: aanvaarden
à minstens functionarissen hebben intern perspectief
⟷ onvermijdelijkheid van beslissingen beslissingen
1. rechters die wet toepassen aan de basis van de wet
a. Hart zelf : beslissen iets te doen/toe te passen – de wet aanvaarden niet op grond van de wet
b. beslissen de wet toe te passen op dat concrete geval
c. beslissen nu iets te doen – niet langer na te denken kritiek Derrida
2. bevolking die wet gewoonlijke gehoorzaamt beslissingen vóór wet, dus ongerechtvaardig
< Hart zelf : vereist geen fundamentele conflicten
3. Schmitt : normen van het recht vereist een normale context (uitzondering : politiek) > ethische benadering
< vereist een machthebber die normaliteit vestigt/herstelt
< vereist een soeverein die beslist over de uitzonderingstoestand
= bewijst de superioriteit van de politiek (de staat) boven het recht
geniet ondeelbare en absolute soevereiniteit
globalisering (EU)
vereist homogene bevolking
!! mondiale problemen
kosmopolitanisme ⟷ nationalisten
Krasner
wereldstaat gedeelde cultuur
< binnenlandse: controle over territorium
< controle over grenzen
< juridische: internationale verplichtingen
< Westfaalse: niet-inmenging
politiek
democratie zonder politiek
NATIESTAAT rol politiek in democratisch samenleven ?
liberalisme zonder democratie
‘plaats’ van politiek ? governance in hiërarchie (democratie vereist
weinig vertrouwen in democratie
machtscentrum) ⟷ governance en netwerken
Elchardus in 1999
1. Wat is samenleven? Waarom leven mensen samen?
van binnenuit 2. Wat is democratisch samenleven?
federalisering : getrapte soevereiniteit 3. Wat is de rol van politiek/macht in het samenleven
: gedeelde loyaliteit
4. Vereist democratie dat macht op een bepaalde plaats
diversiteit ⟷ nationalisme gelokaliseerd is? Vereist het een centrum?
,ECONOMISCHE BENADERING economische denkwijze
1. ‘economische’ van de economie: enkele eenvoudige uitgangspunten kunnen sociale verklaren - dunne theorie
2. scheiding haalbare / wenselijke
feit, positieve / normatieve, morele
opties / voorkeuren
rationele keuzemodel
veronderstel actor rationeel is < perfecte informatie
< volmaakt geordende voorkeuren (formele voorwaarden, geen inhoudelijke)
< optimale beslissingen (beste om voorkeuren te realiseren gegeven overtuigingen) : doel/middel-rationaliteit
optimaal : bepaald door voorkeuren ≠ billijk/rechtvaardig
+ strategische keuzesituatie (afhankelijk van oorkeuren/beslissingen van anderen) : Pareto-optimaal
dunne theorie (alleen voorkeuren) : cf. duizendpoot
ultradunne theorie (alleen ik-voorkeuren) : cf. Prisoner’s dilemma
> rationele keuze is niet samenwerking en niet Pareto-optimaal
> samenwerking is instabiel
economie als verklaringsmodel voor SL kan feiten niet verklaren verbeteren van model ?
1. een louter economische benadering verklaart samenleven niet ≠ inzicht niet voldoende
2. er is geen sprake van politiek ≠ vraag 3-4 = brute macht van machtig persoon = Hobbes
3. enige wat telt is (Pareto)optimaliteit – bevredigen voorkeuren ≠ sympathie niet voldoende
= engagement/belofte : onvoorwaardelijke bereidheid niet te profiteren
= regels (rechtvaardigheid inhoud niet van belang) > juridische benadering
, JURIDISCHE BENADERING rechtspositivisme HART
1. recht ¹ moraal a. scheidingsthesis geen rol voor politiek ≠ vraag 3-4
b. sociale thesis: positief geldend recht
2. recht ¹ bevel machtig persoon a. verklaart niet permanentie van het recht
b. verklaart complexiteit van het recht
i. primaire regels : verboden, maar ook creatie van vrijheid
ii. secundair regels : geven macht tot maken en toepassen van primaire regels
iii. regels van erkenning bepaalt dat de regel geldt
= gesloten systeem van regels (dus morele kritiek op recht is irrelevant)
3. gezag van het recht a. mensen met extern perspectief: buigen onder sancties
b. mensen met intern perspectief: aanvaarden
à minstens functionarissen hebben intern perspectief
⟷ onvermijdelijkheid van beslissingen beslissingen
1. rechters die wet toepassen aan de basis van de wet
a. Hart zelf : beslissen iets te doen/toe te passen – de wet aanvaarden niet op grond van de wet
b. beslissen de wet toe te passen op dat concrete geval
c. beslissen nu iets te doen – niet langer na te denken kritiek Derrida
2. bevolking die wet gewoonlijke gehoorzaamt beslissingen vóór wet, dus ongerechtvaardig
< Hart zelf : vereist geen fundamentele conflicten
3. Schmitt : normen van het recht vereist een normale context (uitzondering : politiek) > ethische benadering
< vereist een machthebber die normaliteit vestigt/herstelt
< vereist een soeverein die beslist over de uitzonderingstoestand
= bewijst de superioriteit van de politiek (de staat) boven het recht