Nederlands Blok 3
Ned-C Woordenschat
(spreken, luisteren en woordenschat)
Indeling expertisecentrum Nederlands:
Twee fasen in de taalontwikkeling:
1.Prelinguale fase (0 tot 1 jaar)
2.Linguale fase (1 tot 9 jaar)
Prelinguale fase:
Vier verschillende fasen:
•Huilen: ik heb honger-huiltje, vieze luier-huiltje, huiluur-huiltje
•Vocaliseren: na 6 weken eenvoudige klanken gebruiken: u, a, e
•Vocaal spel: kind produceert allerlei klanken die we in het Nederlands niet
kennen en oefent voor zichzelf.
•Brabbelen: klankcombinaties met klinkers en medeklinkers: dada, goegoe, lala,
maar nog niet taal specifiek
Linguale fase:
1.Vroeglinguale periode (1 tot 2,5 jaar)
2.Differentiatiefase (2,5 tot 5 jaar)
3.Voltooiingsfase (5 tot 9 jaar)
Vroeglinguale fase
•Brabbelen krijgt meer betekenis.
•Op eenjarige leeftijd vaak eerste woordjes.
•Ontwikkelt symboolbewustzijn: woord verwijst naar iets
•Belangrijke opstap voor: luisteren, imiteren en benoemen.
Kinderen produceren:
•Eenwoordzinnen: weg, nogge, ootoo
•Tweewoordzinnen: papa weg, jas uit, papa pakken
•Meerwoordzinnen: papa toe pakken
Differentiatiefase
•Kinderen maken fouten die volwassenen niet maken.
-Waarom vuurwerkt het daar?
-Oma heeft mij van op de slee naar school gebrongen?
-Mijn broek is afgehijsd?
•Heeft te maken met het verwerven van het regelsysteem van een taal
(taalleermechanisme)
Taalleermechanisme (basis creatief construeren)
-kind praat uitgebreid en vooral ook op eigen initiatief = past verworven kennis toe
-kind merkt dat hij nog niet alles weet = niet alles goed doet
-kind stelt eerder verworven kennis bij
Ned-C Woordenschat
(spreken, luisteren en woordenschat)
Indeling expertisecentrum Nederlands:
Twee fasen in de taalontwikkeling:
1.Prelinguale fase (0 tot 1 jaar)
2.Linguale fase (1 tot 9 jaar)
Prelinguale fase:
Vier verschillende fasen:
•Huilen: ik heb honger-huiltje, vieze luier-huiltje, huiluur-huiltje
•Vocaliseren: na 6 weken eenvoudige klanken gebruiken: u, a, e
•Vocaal spel: kind produceert allerlei klanken die we in het Nederlands niet
kennen en oefent voor zichzelf.
•Brabbelen: klankcombinaties met klinkers en medeklinkers: dada, goegoe, lala,
maar nog niet taal specifiek
Linguale fase:
1.Vroeglinguale periode (1 tot 2,5 jaar)
2.Differentiatiefase (2,5 tot 5 jaar)
3.Voltooiingsfase (5 tot 9 jaar)
Vroeglinguale fase
•Brabbelen krijgt meer betekenis.
•Op eenjarige leeftijd vaak eerste woordjes.
•Ontwikkelt symboolbewustzijn: woord verwijst naar iets
•Belangrijke opstap voor: luisteren, imiteren en benoemen.
Kinderen produceren:
•Eenwoordzinnen: weg, nogge, ootoo
•Tweewoordzinnen: papa weg, jas uit, papa pakken
•Meerwoordzinnen: papa toe pakken
Differentiatiefase
•Kinderen maken fouten die volwassenen niet maken.
-Waarom vuurwerkt het daar?
-Oma heeft mij van op de slee naar school gebrongen?
-Mijn broek is afgehijsd?
•Heeft te maken met het verwerven van het regelsysteem van een taal
(taalleermechanisme)
Taalleermechanisme (basis creatief construeren)
-kind praat uitgebreid en vooral ook op eigen initiatief = past verworven kennis toe
-kind merkt dat hij nog niet alles weet = niet alles goed doet
-kind stelt eerder verworven kennis bij