RW2 blok 2
Ontbinden in factoren
Sommen in groep 3
Optellen/aftrekken tot 10 en over 10
Tussendoelen
Sommen begrijppen (bussommen personen/voorwerp, doen)
Sommen uitrekenen
Sommen automatiseren (= handig uitrekenen, 6 + 4 + 4 = 14)
Sommen memoriseren (= einddoel)
Het is een weetje, zonder rekenen. Doel is alles tot 20.
Optelsituaties
De bewering is optellen. Er is sprake van:
- samenvoegen
Er zijn 3 meisjes en 3 jongens, hoeveel zijn dat er samen? 6 kinderen.
- sprongen vooruit
Je bent op bladzijde 3, je moet nog 4 bladzijdes, hoeveel zijn dat er? 7 bladzijdes
je spring verder vanuit een getal (3)
Aftreksituaties
De bewering is aftrekken. Er is sprake van:
- verschil bepalen
Een kind is 4 de ander is 6, wat is het verschil. 2, je vergelijkt de leeftijden.
Een boom is 5 m en de andere 6 m, wat is het verschil. 1
-wegnemen, afhalen
Je hebt 3 koekjes, 2 koekjes haal je weg. Hoeveel blijven er over? 3-2 = 1.
Je hebt 6 ballonnen en er zijn er 2 kapot. 6-2 = 4.
- aanvullen
Je hebt 6 zegels opgeplakt maar er moeten er 10 op. Hoeveel moet je er nog? 6 + .. = 10
Je hebt 3 euro gespaard maar het kost 5. 3 + .. = 5
Bussommen (in- en uitstappen)
Van situatie naar denkmodel naar som
Situatie = concreet, je kunt je er iets bij voorstellen
Denkmodel = weergave van de situatie (betekenisvol, voorstelbaar, ondersteunt het
rekenen)
Som = abstract, je kunt je er niets bij voorstellen
Situatie Denkmodel Som
Busje spelen of verhaal Busmodel of getallenlijn, Abstract:
vertellen kunnen voostellen 3+1=4
Echte pepernoten Groepjesmodel, 5+2=7
Zak met pepernoten
En nog 2 los
Ontbinden in factoren
Sommen in groep 3
Optellen/aftrekken tot 10 en over 10
Tussendoelen
Sommen begrijppen (bussommen personen/voorwerp, doen)
Sommen uitrekenen
Sommen automatiseren (= handig uitrekenen, 6 + 4 + 4 = 14)
Sommen memoriseren (= einddoel)
Het is een weetje, zonder rekenen. Doel is alles tot 20.
Optelsituaties
De bewering is optellen. Er is sprake van:
- samenvoegen
Er zijn 3 meisjes en 3 jongens, hoeveel zijn dat er samen? 6 kinderen.
- sprongen vooruit
Je bent op bladzijde 3, je moet nog 4 bladzijdes, hoeveel zijn dat er? 7 bladzijdes
je spring verder vanuit een getal (3)
Aftreksituaties
De bewering is aftrekken. Er is sprake van:
- verschil bepalen
Een kind is 4 de ander is 6, wat is het verschil. 2, je vergelijkt de leeftijden.
Een boom is 5 m en de andere 6 m, wat is het verschil. 1
-wegnemen, afhalen
Je hebt 3 koekjes, 2 koekjes haal je weg. Hoeveel blijven er over? 3-2 = 1.
Je hebt 6 ballonnen en er zijn er 2 kapot. 6-2 = 4.
- aanvullen
Je hebt 6 zegels opgeplakt maar er moeten er 10 op. Hoeveel moet je er nog? 6 + .. = 10
Je hebt 3 euro gespaard maar het kost 5. 3 + .. = 5
Bussommen (in- en uitstappen)
Van situatie naar denkmodel naar som
Situatie = concreet, je kunt je er iets bij voorstellen
Denkmodel = weergave van de situatie (betekenisvol, voorstelbaar, ondersteunt het
rekenen)
Som = abstract, je kunt je er niets bij voorstellen
Situatie Denkmodel Som
Busje spelen of verhaal Busmodel of getallenlijn, Abstract:
vertellen kunnen voostellen 3+1=4
Echte pepernoten Groepjesmodel, 5+2=7
Zak met pepernoten
En nog 2 los