OND blok 1 Toets
I-OND1
De student kan de verschillende ontwikkelingsdomeinen reproduceren, rubriceren en uit
elkaar houden
Reproduceren = na vertellen
Rubriceren = rangschikken/verdelen
Fysieke ontwikkeling (bewegingsonderwijs en seksuele ontwikkeling)
Kijkt naar de invloed van de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de
behoefte aan eten, drinken en slaap op ons gedrag.
Cognitieve ontwikkeling (denk en taal ontwikkeling) = Piaget & Vygotsky
Kijkt naar intellectuele vermogens, waaronder leren, geheugen, het oplossen van problemen
en intelligentie.
Sociaal emotionele, identiteit en morele ontwikkeling = Erikson en Kohlberg ontwikkeling
Kijkt naar de duurzame eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden en
naar de ontwikkeling en de verandering van sociale relaties en interacties met anderen.
De student kan de visie op leren en ontwikkelen vanuit het nature-nurture debat in eigen
woorden formuleren. (paars: blz. 45-46)
Zolang de psychologie als wetenschap bestaat, heeft men zich de vraag gesteld of
ontwikkeling het sterkst wordt bepaald door de aanleg van het kind, of door ervaringen die
een kind heeft opgedaan en de omgeving waarin het is opgegroeid.
Drie stromingen over welke factoren de sterkste invloed hebben op gedrag en ontwikkeling:
Nature: biologische factoren bepalen/aangeboren
In deze visie ontwikkelt het kind zich vanzelf.
Nurture: omgevings- en ervaringsfactoren bepalen
(nog aanleren/waar je opgroeit) Er is sprake van ontwikkeling en rijping. Als de mens
op de wereld komt is het tabula rasa (onbeschreven blad) dat na de geboorte
ingevuld word.
Wie je bent en wat je wordt, is volgens de nurture-theorie volledig afhankelijk van de
omstandigheden (Behaviorisme: Skinner en Pavlov). Skinner en Pavlov ontwikkelden
de methode tot leren: beloning en straf. Deze methode wordt conditionering
methode genoemd.
Interactie: tussen biologische en omgevings- en ervaringsfactoren (aanleg en
omgeving) hiervoor heb je beide nodig, nature en nurture.
het is de vorming van de persoonlijkheid.
De ontwikkeling is dus een kwestie van ervaring (nature) en rijping (nurture). Beiden spelen
in een wisselwerking met elkaar een grote rol.
I-OND1
De student kan de verschillende ontwikkelingsdomeinen reproduceren, rubriceren en uit
elkaar houden
Reproduceren = na vertellen
Rubriceren = rangschikken/verdelen
Fysieke ontwikkeling (bewegingsonderwijs en seksuele ontwikkeling)
Kijkt naar de invloed van de hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de
behoefte aan eten, drinken en slaap op ons gedrag.
Cognitieve ontwikkeling (denk en taal ontwikkeling) = Piaget & Vygotsky
Kijkt naar intellectuele vermogens, waaronder leren, geheugen, het oplossen van problemen
en intelligentie.
Sociaal emotionele, identiteit en morele ontwikkeling = Erikson en Kohlberg ontwikkeling
Kijkt naar de duurzame eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden en
naar de ontwikkeling en de verandering van sociale relaties en interacties met anderen.
De student kan de visie op leren en ontwikkelen vanuit het nature-nurture debat in eigen
woorden formuleren. (paars: blz. 45-46)
Zolang de psychologie als wetenschap bestaat, heeft men zich de vraag gesteld of
ontwikkeling het sterkst wordt bepaald door de aanleg van het kind, of door ervaringen die
een kind heeft opgedaan en de omgeving waarin het is opgegroeid.
Drie stromingen over welke factoren de sterkste invloed hebben op gedrag en ontwikkeling:
Nature: biologische factoren bepalen/aangeboren
In deze visie ontwikkelt het kind zich vanzelf.
Nurture: omgevings- en ervaringsfactoren bepalen
(nog aanleren/waar je opgroeit) Er is sprake van ontwikkeling en rijping. Als de mens
op de wereld komt is het tabula rasa (onbeschreven blad) dat na de geboorte
ingevuld word.
Wie je bent en wat je wordt, is volgens de nurture-theorie volledig afhankelijk van de
omstandigheden (Behaviorisme: Skinner en Pavlov). Skinner en Pavlov ontwikkelden
de methode tot leren: beloning en straf. Deze methode wordt conditionering
methode genoemd.
Interactie: tussen biologische en omgevings- en ervaringsfactoren (aanleg en
omgeving) hiervoor heb je beide nodig, nature en nurture.
het is de vorming van de persoonlijkheid.
De ontwikkeling is dus een kwestie van ervaring (nature) en rijping (nurture). Beiden spelen
in een wisselwerking met elkaar een grote rol.