C-RW1 Blok 1 Toets
Oefenen met de opdrachten bij de behorende theorie
‘Handig met Getallen 1’: §2.2, §3.1 t/m 3.5, §3.7 en §3.9 t/m 3.11 doorkijken en eventueel
nogmaals maken.
De student kent alle theorie
RW1
Symbolisering = elk schaap wordt gesymboliseerd door één streepje (1-1 verband ofwel 1-1
relatie) bijv: leeftijd is 5, en worden 5 vingers opgestoken (symbool)
Denkmodel = een weergave van de werkelijkheid. Bijv. 2 vingers, 10 blokjes
Machten
Tot macht 0 is altijd 1
100 = 1
50 = 1
Binaire/tweetalig stelsel
Hoeveel appels in het binaire/tweetalig stelsel en in [10t] stelsel.
[10t] 0 1 2 3 4 5 6 7 8
[2t] 0 1 1-0 1-1 1-0-0 1-0-1 1-1-0 1-1-1 1-0-0-0
Hoe reken je het om?
[2t] 26 25 24 23 22 21 20
[10t] 64 32 16 8 4 2 1
16 [10t] = 10 [16t]
Een getal is een abstractie. Een kind kan een hoeveelheid representeren op verschillende
mogelijkheden:
- vingers opsteken hou oud ze zijn
- op boodschappen brief 4 tomaten tekenen
Abstract = iets waar je je niks bij kunt voorstellen
Concreet = je kunt het je voorstellen/zien
Telnamen = namen van getallen ( hoe je uitspreekt )
Functies van getallen
Hoeveelheidsgetal: 7 dwergen, 3 streepjes
Telgetal: een getal in een rijtje: 1-2-3-4, huisnummer
Meetgetal: als er een maat bij staat km, euro, graden, jaar, uur
Naamgetal: als naam zet, K3, ondedirection, 7up, huisnummer van jouw
Rekengetal: een getal zonder dat er iets bij staat kaal getal 4 + 7, 8%
Oefenen met de opdrachten bij de behorende theorie
‘Handig met Getallen 1’: §2.2, §3.1 t/m 3.5, §3.7 en §3.9 t/m 3.11 doorkijken en eventueel
nogmaals maken.
De student kent alle theorie
RW1
Symbolisering = elk schaap wordt gesymboliseerd door één streepje (1-1 verband ofwel 1-1
relatie) bijv: leeftijd is 5, en worden 5 vingers opgestoken (symbool)
Denkmodel = een weergave van de werkelijkheid. Bijv. 2 vingers, 10 blokjes
Machten
Tot macht 0 is altijd 1
100 = 1
50 = 1
Binaire/tweetalig stelsel
Hoeveel appels in het binaire/tweetalig stelsel en in [10t] stelsel.
[10t] 0 1 2 3 4 5 6 7 8
[2t] 0 1 1-0 1-1 1-0-0 1-0-1 1-1-0 1-1-1 1-0-0-0
Hoe reken je het om?
[2t] 26 25 24 23 22 21 20
[10t] 64 32 16 8 4 2 1
16 [10t] = 10 [16t]
Een getal is een abstractie. Een kind kan een hoeveelheid representeren op verschillende
mogelijkheden:
- vingers opsteken hou oud ze zijn
- op boodschappen brief 4 tomaten tekenen
Abstract = iets waar je je niks bij kunt voorstellen
Concreet = je kunt het je voorstellen/zien
Telnamen = namen van getallen ( hoe je uitspreekt )
Functies van getallen
Hoeveelheidsgetal: 7 dwergen, 3 streepjes
Telgetal: een getal in een rijtje: 1-2-3-4, huisnummer
Meetgetal: als er een maat bij staat km, euro, graden, jaar, uur
Naamgetal: als naam zet, K3, ondedirection, 7up, huisnummer van jouw
Rekengetal: een getal zonder dat er iets bij staat kaal getal 4 + 7, 8%