GESCHIEDENIS
Tijdvakkendossier 8
Tijd van burgers en
stoommachines
__________________________________________________________________________________
Inhoudsopgave
, 2
__________________________________________________________________________________
8.1 3
Je kunt de sociaal maatschappelijke ontwikkelingen beschrijven die plaatsvonden tijdens de
overgang van de agrarisch-urbane samenleving naar de industriële samenleving. 3
Je kunt uitleggen hoe de verhouding tussen koloniën en moederlanden veranderde onder
invloed van de industriële revolutie. 5
Je kunt uitleggen welke politieke, ideologische en economische motieven een rol speelden
bij het opkomen (Azië) en uitbreiden (Afrika) van het modern imperialisme. 6
Je kunt beschrijven hoe Nederland als koloniale machthebber in het toenmalige
Nederlands-Indië vormgaf aan het modern imperialisme.
7
8.2 8
Je kunt de levensomstandigheden van arbeiders beschrijven en verklaren. 8
Je begrijpt waarom de midden- en hogere klassen zich zorgen maakten over de sociale
kwestie en je kunt uitleggen welke rol de overheid hierin ging spelen. 9
Je weet welke groepen zich inzetten voor de emancipatie van arbeiders en hoe zij dit deden.
10
Je begrijpt de theorie van Marx en je kunt uitleggen in welk opzicht sociaaldemocraten
afwijken van Marx’ ideeën.
11
8.3 12
Je kunt uitleggen waarom burgers in 1848 in opstand kwamen en welke politieke gevolgen
dit in Nederland kreeg. 12
Je kunt de opkomst van het feminisme als emancipatiebeweging verklaren en beschrijven.13
Je kent de verschillende posities in politieke en maatschappelijke kwesties die werden
ingenomen door de liberalen, socialisten en confessionelen. 14
Je kunt de standpunten van de vier zuilen over de Schoolstrijd en het algemeen kiesrecht
benoemen en verklaren. 15
Je kunt beschrijven hoe de democratisering in Nederland verliep. 16
Tijdvakkendossier 8
Tijd van burgers en
stoommachines
__________________________________________________________________________________
Inhoudsopgave
, 2
__________________________________________________________________________________
8.1 3
Je kunt de sociaal maatschappelijke ontwikkelingen beschrijven die plaatsvonden tijdens de
overgang van de agrarisch-urbane samenleving naar de industriële samenleving. 3
Je kunt uitleggen hoe de verhouding tussen koloniën en moederlanden veranderde onder
invloed van de industriële revolutie. 5
Je kunt uitleggen welke politieke, ideologische en economische motieven een rol speelden
bij het opkomen (Azië) en uitbreiden (Afrika) van het modern imperialisme. 6
Je kunt beschrijven hoe Nederland als koloniale machthebber in het toenmalige
Nederlands-Indië vormgaf aan het modern imperialisme.
7
8.2 8
Je kunt de levensomstandigheden van arbeiders beschrijven en verklaren. 8
Je begrijpt waarom de midden- en hogere klassen zich zorgen maakten over de sociale
kwestie en je kunt uitleggen welke rol de overheid hierin ging spelen. 9
Je weet welke groepen zich inzetten voor de emancipatie van arbeiders en hoe zij dit deden.
10
Je begrijpt de theorie van Marx en je kunt uitleggen in welk opzicht sociaaldemocraten
afwijken van Marx’ ideeën.
11
8.3 12
Je kunt uitleggen waarom burgers in 1848 in opstand kwamen en welke politieke gevolgen
dit in Nederland kreeg. 12
Je kunt de opkomst van het feminisme als emancipatiebeweging verklaren en beschrijven.13
Je kent de verschillende posities in politieke en maatschappelijke kwesties die werden
ingenomen door de liberalen, socialisten en confessionelen. 14
Je kunt de standpunten van de vier zuilen over de Schoolstrijd en het algemeen kiesrecht
benoemen en verklaren. 15
Je kunt beschrijven hoe de democratisering in Nederland verliep. 16