Oefenstellingen Psychologie 2
W2: Sociale Cognitie en Sociale perceptie
1. Pietje kijkt door het raam naar buiten en ziet twee vreemde mensen met elkaar
vechten. Hij schudt zijn hoofd en zegt tegen zichzelf:” Wat een gestoorde gekken dat
ze in het openbaar gaan vechten!”
- Pietje maakt de fundamentele attributiefout
2. Dylano heeft binnenkort een tentamen psychologie. Hij vindt de stof van het vak
psychologie erg moeilijk. Hij zegt tegen zichzelf:" Ik ga hier niet voor leren, ik snap er
niets van en dan heeft het toch geen zin. Een onvoldoende wordt het sowieso". Als
gevolg leert Dylano niet voor het vak psychologie. Als hij de uitslag van de toets krijgt
zegt hij:" Zie je wel een dikke onvoldoende ik kan hier niets van, ik wist het wel!".
- Bij Dylano is er sprake van een self fulfilling prophecy
3. In de literatuur wordt de volgende definitie gegeven: "Bevinding dat opvattingen van
mensen over zichzelf en de sociale wereld aanhouden, ondanks bewijzen van het
tegendeel".
- Bovenstaande definitie hoort bij het begrip 'bestraffingseffect'.
W4: Conformisme en cognitieve dissonantie
4. Theo neemt deel aan een ontgroening. Hij wordt vernederd en baalt hier erg van. Na
afloop zegt hij:” Het was erg afzien die ontgroening, maar ik heb er heel veel vrienden
aan over gehouden. Dus het was de ellende waard”
- Er is bij Theo sprake van een interne rechtvaardiging
5. Gerrie is voor het eerst in zijn leven in een sushi restaurant. Hij weet niet hoe je met
stokjes moet eten. Als hij rond kijkt ziet hij iemand met stokjes eten. Hij zegt tegen
zichzelf:" Die man wekt de indruk dat hij weet hoe dat moet". Vervolgens observeert
hij de man en doet hem na.
- Bij Gerrie is er sprake van normatief conformisme
6. De sociale impact-theorie verklaart de sterkte van normatief conformisme
W6: Attitude en vooroordelen
W2: Sociale Cognitie en Sociale perceptie
1. Pietje kijkt door het raam naar buiten en ziet twee vreemde mensen met elkaar
vechten. Hij schudt zijn hoofd en zegt tegen zichzelf:” Wat een gestoorde gekken dat
ze in het openbaar gaan vechten!”
- Pietje maakt de fundamentele attributiefout
2. Dylano heeft binnenkort een tentamen psychologie. Hij vindt de stof van het vak
psychologie erg moeilijk. Hij zegt tegen zichzelf:" Ik ga hier niet voor leren, ik snap er
niets van en dan heeft het toch geen zin. Een onvoldoende wordt het sowieso". Als
gevolg leert Dylano niet voor het vak psychologie. Als hij de uitslag van de toets krijgt
zegt hij:" Zie je wel een dikke onvoldoende ik kan hier niets van, ik wist het wel!".
- Bij Dylano is er sprake van een self fulfilling prophecy
3. In de literatuur wordt de volgende definitie gegeven: "Bevinding dat opvattingen van
mensen over zichzelf en de sociale wereld aanhouden, ondanks bewijzen van het
tegendeel".
- Bovenstaande definitie hoort bij het begrip 'bestraffingseffect'.
W4: Conformisme en cognitieve dissonantie
4. Theo neemt deel aan een ontgroening. Hij wordt vernederd en baalt hier erg van. Na
afloop zegt hij:” Het was erg afzien die ontgroening, maar ik heb er heel veel vrienden
aan over gehouden. Dus het was de ellende waard”
- Er is bij Theo sprake van een interne rechtvaardiging
5. Gerrie is voor het eerst in zijn leven in een sushi restaurant. Hij weet niet hoe je met
stokjes moet eten. Als hij rond kijkt ziet hij iemand met stokjes eten. Hij zegt tegen
zichzelf:" Die man wekt de indruk dat hij weet hoe dat moet". Vervolgens observeert
hij de man en doet hem na.
- Bij Gerrie is er sprake van normatief conformisme
6. De sociale impact-theorie verklaart de sterkte van normatief conformisme
W6: Attitude en vooroordelen