Sociologie hoorcolleges
Planning psychologie 2
Week 1 Sociologie1 Inleiding in de Inleiding Samenlevingen
sociologie Hf 1 samenlevingen
Week 2 Psychologie 2 Sociale cognitieve en Hf 3&4 Sociale psychologie
sociale perceptie
Week 3 Sociologie 1 Affectieve bindingen Hf 4 samenlevingen
Week 4 Psychologie 2 Cognitieve dissonantie en Hf 6 en 8 sociale
conformisme psychologie
Week 5 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Week 6 Sociologie 1 Cognitieve bindingen Hf 5 Samenlevingen
Week 7 Psychologie 2 Attitudes en Hf 7 en 13 sociale
attitudeverandering psychologie
Week 8 Responsie werkles Terugblik op de periode n.v.t.
, Sociologie hoorcolleges
Week 1 de mens in de sociale context (sociologie)
Een centraal uitgangspunt van de sociologie is dat wie wij zijn, hoe wij ons gedragen, en
zelfs wat wij denken, beïnvloed wordt door de samenleving. We staan er vaak niet bij stil
dat wij normaal vinden of wat voor ons natuurlijk is, ergens anders totaal niet hetzelfde
kan zijn. Stel je voor je was opgegroeid op het platteland in Afrika of in China, dan had
alles anders kunnen zijn. Hoe je communiceert, hoe je zou trouwen, verliefd zou worden,
wat je zou eten, welke films je zou kijken etc. kortom als je opgegroeid zou zijn in een
andere omgeving zou dit heel veel invloed hebben op hoe je leven er nu uit zou zien. We
kunnen dus wel stellen dat wie wij zijn niet alleen maar beïnvloed wordt door onze
persoonlijkheid, maar ook door de samenleving waarin je je bevindt.
Er is een tweede centrale uitgangspunt en dat is dat we fundamenteel van elkaar
afhankelijk zijn. Het is logisch dat een pasgeboren baby afhankelijk is van zijn moeder,
als je ouder wordt ben je ook afhankelijk van anderen. Maar binnen de sociologie stellen
we dat we allemaal fundamenteel afhankelijk zijn van elkaar. Bijvoorbeeld afhankelijk
van de docent voor kennis, en de docent afhankelijk van de studenten voor een baan.
Dus sociologie bestudeert de invloed van de samenleving en er sprake is van
interdependentie.
Sociologie is een wetenschap en gaat over samenlevingen. Sociologen zijn geïnteresseerd
in twee soorten problemen:
- Sociale problemen: ‘Hoe…op te lossen?’ (Maatschappelijke ongewenste situaties;
criminaliteit)
- Sociologische problemen: ‘Hoe zit …… in elkaar?’ (Kennisvragen)
Het is lastig vast te stellen wanneer het een persoonlijk probleem is of een sociaal
probleem. Neem als voorbeeld liefdesverdriet, dat is voor jou een persoonlijk probleem
maar kan ook gezien worden als een sociaal probleem omdat door de opvattingen in de
samenleving over liefde dit heeft kunnen ontstaan.
Sociologie is een vrij breed werkgebied tegenover de politiek en economie, maar bevat
dat ook voor een deel. In de politiek en economie zie je sociale processen terug. Als we
de sociale samenleving gaan studeren zijn er drie concepten die we moeten meenemen:
1. Cultuur: is het aangeleerde gedragsrepertoire dat mensen behorend tot een
bepaalde groep of samenleving gemeen hebben. Door socialisatie krijgen we
cultuuroverdracht, leren we sociale regels en normen van de samenleving. Een
voorbeeld van socialisatie is zorgen dat kinderen volwassen leden worden van de
samenleving. Internalisatie is het eigen maken van iets.
2. Interactie: gaat om alles wat we direct kunnen waarnemen, praten, blikken
uitwisselen etc.
3. Interdependentie: er is sprake van onderlinge afhankelijkheid.
Hoe houden we orde in de samenleving? Dat doen we door verzorging (geestelijke
gezondheidszorg etc.) en bestraffing (politie en justitie, straffen, roddelen etc.) Deze
twee termen vallen onder sociale controle.
Sociologen gebruiken een drietal basisgegevens bij onderzoeken:
- Biologische (man/vrouw en leeftijd)
- Demografische (bevolking
- Geografische (fysieke omgeving)
Er zijn vier typen bindingen in de samenleving:
- Economische bindingen
- Affectieve bindingen
- Politieke bindingen
- Cognitieve bindingen
Planning psychologie 2
Week 1 Sociologie1 Inleiding in de Inleiding Samenlevingen
sociologie Hf 1 samenlevingen
Week 2 Psychologie 2 Sociale cognitieve en Hf 3&4 Sociale psychologie
sociale perceptie
Week 3 Sociologie 1 Affectieve bindingen Hf 4 samenlevingen
Week 4 Psychologie 2 Cognitieve dissonantie en Hf 6 en 8 sociale
conformisme psychologie
Week 5 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Week 6 Sociologie 1 Cognitieve bindingen Hf 5 Samenlevingen
Week 7 Psychologie 2 Attitudes en Hf 7 en 13 sociale
attitudeverandering psychologie
Week 8 Responsie werkles Terugblik op de periode n.v.t.
, Sociologie hoorcolleges
Week 1 de mens in de sociale context (sociologie)
Een centraal uitgangspunt van de sociologie is dat wie wij zijn, hoe wij ons gedragen, en
zelfs wat wij denken, beïnvloed wordt door de samenleving. We staan er vaak niet bij stil
dat wij normaal vinden of wat voor ons natuurlijk is, ergens anders totaal niet hetzelfde
kan zijn. Stel je voor je was opgegroeid op het platteland in Afrika of in China, dan had
alles anders kunnen zijn. Hoe je communiceert, hoe je zou trouwen, verliefd zou worden,
wat je zou eten, welke films je zou kijken etc. kortom als je opgegroeid zou zijn in een
andere omgeving zou dit heel veel invloed hebben op hoe je leven er nu uit zou zien. We
kunnen dus wel stellen dat wie wij zijn niet alleen maar beïnvloed wordt door onze
persoonlijkheid, maar ook door de samenleving waarin je je bevindt.
Er is een tweede centrale uitgangspunt en dat is dat we fundamenteel van elkaar
afhankelijk zijn. Het is logisch dat een pasgeboren baby afhankelijk is van zijn moeder,
als je ouder wordt ben je ook afhankelijk van anderen. Maar binnen de sociologie stellen
we dat we allemaal fundamenteel afhankelijk zijn van elkaar. Bijvoorbeeld afhankelijk
van de docent voor kennis, en de docent afhankelijk van de studenten voor een baan.
Dus sociologie bestudeert de invloed van de samenleving en er sprake is van
interdependentie.
Sociologie is een wetenschap en gaat over samenlevingen. Sociologen zijn geïnteresseerd
in twee soorten problemen:
- Sociale problemen: ‘Hoe…op te lossen?’ (Maatschappelijke ongewenste situaties;
criminaliteit)
- Sociologische problemen: ‘Hoe zit …… in elkaar?’ (Kennisvragen)
Het is lastig vast te stellen wanneer het een persoonlijk probleem is of een sociaal
probleem. Neem als voorbeeld liefdesverdriet, dat is voor jou een persoonlijk probleem
maar kan ook gezien worden als een sociaal probleem omdat door de opvattingen in de
samenleving over liefde dit heeft kunnen ontstaan.
Sociologie is een vrij breed werkgebied tegenover de politiek en economie, maar bevat
dat ook voor een deel. In de politiek en economie zie je sociale processen terug. Als we
de sociale samenleving gaan studeren zijn er drie concepten die we moeten meenemen:
1. Cultuur: is het aangeleerde gedragsrepertoire dat mensen behorend tot een
bepaalde groep of samenleving gemeen hebben. Door socialisatie krijgen we
cultuuroverdracht, leren we sociale regels en normen van de samenleving. Een
voorbeeld van socialisatie is zorgen dat kinderen volwassen leden worden van de
samenleving. Internalisatie is het eigen maken van iets.
2. Interactie: gaat om alles wat we direct kunnen waarnemen, praten, blikken
uitwisselen etc.
3. Interdependentie: er is sprake van onderlinge afhankelijkheid.
Hoe houden we orde in de samenleving? Dat doen we door verzorging (geestelijke
gezondheidszorg etc.) en bestraffing (politie en justitie, straffen, roddelen etc.) Deze
twee termen vallen onder sociale controle.
Sociologen gebruiken een drietal basisgegevens bij onderzoeken:
- Biologische (man/vrouw en leeftijd)
- Demografische (bevolking
- Geografische (fysieke omgeving)
Er zijn vier typen bindingen in de samenleving:
- Economische bindingen
- Affectieve bindingen
- Politieke bindingen
- Cognitieve bindingen