Differentiële psychologie
1. INLEIDING PERSOONLIJKHEIDSPSYCHOLOGIE ...................................................................... 2
2. TIJD ........................................................................................................................................ 3
3. GENEN ................................................................................................................................. 13
4. FYSIOLOGIE .......................................................................................................................... 25
5. EVOLUTIE ............................................................................................................................. 41
6. INTELLIGENTIE ..................................................................................................................... 56
7. EMOTIES .............................................................................................................................. 76
8. SOCIALE INTERACTIE ........................................................................................................... 87
9. GESLACHT EN GENDER........................................................................................................ 97
10. CULTUUR ....................................................................................................................... 109
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Gina Rossi 1
, 1. Inleiding persoonlijkheidspsychologie
Klassieke theorieën:
- De meeste ‘grote’ klassieke theorieën vertrekken vanuit een universele benadering
- Fundamentele psychologische processen en kenmerken die gelden voor alle mensen,
of hoe mensen in het algemeen kunnen beschreven worden
Hedendaags onderzoek naar de persoonlijkheid:
- Legt meestal de nadruk op individuele en groepsverschillen (dus niet universeel)
- Elke onderzoeker vertrekt vanuit zijn eigen perspectief
o Elk van de bestaande perspectieven omvat delen van de waarheid
- Hier spreken we dan van differentiële psychologie
o De verschillen tussen mensen onderling en minder algemeen
Kennisdomein:
- Gespecialiseerd gebied binnen de wetenschap van de psychologie van waaruit
psychologen zich richten op het leren over specifieke en beperkte aspecten van de
menselijke natuur
- Uitdaging: integratie
o Samenleggen van alle kennis uit alle domeinen
o Dit is nodig om een volledig beeld van de persoonlijkheid te krijgen
- 6 kennisdomeinen:
o Dispositioneel
§ Aandacht wordt gericht op de manieren waarop individuen
verschillend zijn van elkaar
• Dit domein doorkruist daardoor alle andere domeinen
§ Centrale doel: fundamentele disposities identificeren
• Accent ligt op de meest belangrijke manieren waarop
individuen verschillend zijn
o Biologisch
§ Mensen zijn in de 1ste plaats verzamelingen van biologische systemen
§ Die systemen zijn de bouwstenen voor gedrag, denken en emoties
o Intrapsychisch
§ Mentale mechanismen van de persoonlijkheid
• Vaak niet op bewust niveau
§ Persoonlijkheidspsychologie:
• Freud’s klassieke theorie en meer moderne benaderingen van
de psychoanalyse
• Motieven voor behoeften (power, achievement, intimacy)
o Cognitief en ervaring
§ Aandacht voor cognitie en subjectieve ervaringen zoals bewuste
gedachten, gevoelens, overtuigingen en verlangens
§ Verschillende aspecten:
• Zelf en zelfconcept
• Streefdoelen
• Emotionele ervaringen
• Intelligentie
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Gina Rossi 2
, o Sociaal en cultureel
§ Persoonlijkheid beïnvloedt en wordt beïnvloed door cultuur en sociale
contexten
§ Onderzoek naar culturele verschillen tussen groepen
§ Individuele verschillen in culturen
• Bv.: hoe komt persoonlijkheid tot uiting in een sociale context?
o Aanpassing
§ Persoonlijkheid heeft een sleutelrol bij onze manier van ‘copen’ en
aanpassen aan gebeurtenissen in het dagelijks leven
§ Persoonlijkheid staat in verband met gezondheid en met problemen
bij coping en aanpassing
§ Persoonlijkheidsstoornissen
2. Tijd
Persoonlijkheidstrekken over de tijd
- Stabiliteit vs verandering
- Kennisdomein: dispositionele domein
- Coherentie: vorm van stabiliteit
o Trek blijft stabiel maar de uiting kan verschillend zijn
o Bv.: een persoon is extravert
§ Als baby wordt deze trek geuit adhv spelen met eten
§ Als tiener wordt deze trek geuit adhv feesten
- Persoonlijkheid:
o Sommige aspecten blijven dezelfde, zoals de kern
o Andere aspecten gaan veranderingen door
Persoonlijkheidsontwikkeling:
- De samenhang, consistentie en stabiliteit van eigenschappen van mensen doorheen
de tijd en de manieren waarop mensen veranderen over de tijd
- Er zijn verschillende vormen van stabiliteit en verandering
2 vormen van stabiliteit:
- Rangorde stabiliteit
o Je relatieve positie tov anderen blijft dezelfde doorheen de tijd
o Bv.: lengte
§ Mensen die op 14 jaar bij de kleinste van de groep behoren, zullen
vaak ook op 20-jarige leeftijd nog bij de kleinste behoren
o Als dit niet zo is, dan is er sprake van rangorde wijziging
- Gemiddelde niveau stabiliteit
o Bevolking blijft doorheen de tijd op hetzelfde niveau, ook al wordt de
bestudeerde populatie wel ouder
o Bv.: gemiddelde niveau van agressie verandert niet
§ Gemiddelde agressieniveau blijft stabiel naarmate de mensen ouder
worden
o Bepaalde groep mensen wordt longitudinaal gevolgd doorheen hun leven
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Gina Rossi 3
, §Hun gemiddelde scores blijven gelijk over de verschillende
meetmomenten heen
o Tegenvoorbeeld: gemiddelde scores op ‘het conservatief zijn’ stijgen
§ Hoe ouder mensen worden, hoe conservatiever ze zijn
- Voorbeeld stabiliteit: Gandhi
o Officieuze leider van geweldloze opstand van Indiase volk tegen Britse
koloniale heerschappij
o Eenvoudig, bescheiden, zelfontzeggend, verzoenend als kind en
jongvolwassene
o Bleef bescheiden, zelfontzeggend, verzoenend als volwassene
§ Ondanks tumultueuze gebeurtenissen rondom hem
§ Ondanks wat er gebeurde, bleef hij zijn persoonlijkheid behouden
- Voorbeeld verandering: Stanley “Tookie” Williams
o Oprichter van de straatbende “Crips” in LA
o Verantwoordelijk geacht voor verschillende moorden en geweldplegingen
o Hij was gewelddadig, koel, impulsief
o Maar werd vanaf 1992 vreedzaam en werd een grote activist tegen
straatbendes en geweld
o Auteur van verschillende kinderboeken die waarschuwen voor straatbendes
en geweld: vredelievend, gewetensvol, minzaam
o Zijn persoonlijkheid veranderde en bleef dus niet stabiel
2 definiërende kwaliteiten om te spreken van een persoonlijkheidsverandering:
- Intern: de veranderingen zijn intern in de persoon, niet uitsluitend in de omgeving
o Zo kan je een heel andere omgeving, groep mensen en gedrag hebben
§ Zolang er intern geen verandering is, is er geen sprake van een
persoonlijkheidsverandering
o Autoritaire persoonlijkheidsstijl:
§ Dominant en agressief tov minderen
§ Onderdanig en meelopend tov meerderen
§ Conclusie: gedrag verandert maar de trek verandert niet
• Dit zijn typische gedragingen voor een autoritair persoon
- Aanhoudend: de veranderingen houden aan doorheen de tijd en zijn niet tijdelijk
o Agressiever zijn als je dronken bent of uitgelaten zijn als je goed nieuws krijgt,
zijn tijdelijke dingen
3 niveaus van analyse:
- Populatieniveau
o Veranderingen of constanties (stabiliteit) over de tijd die voor iedereen min of
meer gelden
§ Seksuele motivatie heeft de neiging om te stijgen tijdens de puberteit
bij zo goed als iedereen
§ Er is een algemene afname in impulsiviteit en risicogedrag naarmate
men ouder wordt
o Er is dus sprake van algemene trends
- Niveau van groepsverschillen (groepen in de populatie)
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Gina Rossi 4
1. INLEIDING PERSOONLIJKHEIDSPSYCHOLOGIE ...................................................................... 2
2. TIJD ........................................................................................................................................ 3
3. GENEN ................................................................................................................................. 13
4. FYSIOLOGIE .......................................................................................................................... 25
5. EVOLUTIE ............................................................................................................................. 41
6. INTELLIGENTIE ..................................................................................................................... 56
7. EMOTIES .............................................................................................................................. 76
8. SOCIALE INTERACTIE ........................................................................................................... 87
9. GESLACHT EN GENDER........................................................................................................ 97
10. CULTUUR ....................................................................................................................... 109
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Gina Rossi 1
, 1. Inleiding persoonlijkheidspsychologie
Klassieke theorieën:
- De meeste ‘grote’ klassieke theorieën vertrekken vanuit een universele benadering
- Fundamentele psychologische processen en kenmerken die gelden voor alle mensen,
of hoe mensen in het algemeen kunnen beschreven worden
Hedendaags onderzoek naar de persoonlijkheid:
- Legt meestal de nadruk op individuele en groepsverschillen (dus niet universeel)
- Elke onderzoeker vertrekt vanuit zijn eigen perspectief
o Elk van de bestaande perspectieven omvat delen van de waarheid
- Hier spreken we dan van differentiële psychologie
o De verschillen tussen mensen onderling en minder algemeen
Kennisdomein:
- Gespecialiseerd gebied binnen de wetenschap van de psychologie van waaruit
psychologen zich richten op het leren over specifieke en beperkte aspecten van de
menselijke natuur
- Uitdaging: integratie
o Samenleggen van alle kennis uit alle domeinen
o Dit is nodig om een volledig beeld van de persoonlijkheid te krijgen
- 6 kennisdomeinen:
o Dispositioneel
§ Aandacht wordt gericht op de manieren waarop individuen
verschillend zijn van elkaar
• Dit domein doorkruist daardoor alle andere domeinen
§ Centrale doel: fundamentele disposities identificeren
• Accent ligt op de meest belangrijke manieren waarop
individuen verschillend zijn
o Biologisch
§ Mensen zijn in de 1ste plaats verzamelingen van biologische systemen
§ Die systemen zijn de bouwstenen voor gedrag, denken en emoties
o Intrapsychisch
§ Mentale mechanismen van de persoonlijkheid
• Vaak niet op bewust niveau
§ Persoonlijkheidspsychologie:
• Freud’s klassieke theorie en meer moderne benaderingen van
de psychoanalyse
• Motieven voor behoeften (power, achievement, intimacy)
o Cognitief en ervaring
§ Aandacht voor cognitie en subjectieve ervaringen zoals bewuste
gedachten, gevoelens, overtuigingen en verlangens
§ Verschillende aspecten:
• Zelf en zelfconcept
• Streefdoelen
• Emotionele ervaringen
• Intelligentie
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Gina Rossi 2
, o Sociaal en cultureel
§ Persoonlijkheid beïnvloedt en wordt beïnvloed door cultuur en sociale
contexten
§ Onderzoek naar culturele verschillen tussen groepen
§ Individuele verschillen in culturen
• Bv.: hoe komt persoonlijkheid tot uiting in een sociale context?
o Aanpassing
§ Persoonlijkheid heeft een sleutelrol bij onze manier van ‘copen’ en
aanpassen aan gebeurtenissen in het dagelijks leven
§ Persoonlijkheid staat in verband met gezondheid en met problemen
bij coping en aanpassing
§ Persoonlijkheidsstoornissen
2. Tijd
Persoonlijkheidstrekken over de tijd
- Stabiliteit vs verandering
- Kennisdomein: dispositionele domein
- Coherentie: vorm van stabiliteit
o Trek blijft stabiel maar de uiting kan verschillend zijn
o Bv.: een persoon is extravert
§ Als baby wordt deze trek geuit adhv spelen met eten
§ Als tiener wordt deze trek geuit adhv feesten
- Persoonlijkheid:
o Sommige aspecten blijven dezelfde, zoals de kern
o Andere aspecten gaan veranderingen door
Persoonlijkheidsontwikkeling:
- De samenhang, consistentie en stabiliteit van eigenschappen van mensen doorheen
de tijd en de manieren waarop mensen veranderen over de tijd
- Er zijn verschillende vormen van stabiliteit en verandering
2 vormen van stabiliteit:
- Rangorde stabiliteit
o Je relatieve positie tov anderen blijft dezelfde doorheen de tijd
o Bv.: lengte
§ Mensen die op 14 jaar bij de kleinste van de groep behoren, zullen
vaak ook op 20-jarige leeftijd nog bij de kleinste behoren
o Als dit niet zo is, dan is er sprake van rangorde wijziging
- Gemiddelde niveau stabiliteit
o Bevolking blijft doorheen de tijd op hetzelfde niveau, ook al wordt de
bestudeerde populatie wel ouder
o Bv.: gemiddelde niveau van agressie verandert niet
§ Gemiddelde agressieniveau blijft stabiel naarmate de mensen ouder
worden
o Bepaalde groep mensen wordt longitudinaal gevolgd doorheen hun leven
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Gina Rossi 3
, §Hun gemiddelde scores blijven gelijk over de verschillende
meetmomenten heen
o Tegenvoorbeeld: gemiddelde scores op ‘het conservatief zijn’ stijgen
§ Hoe ouder mensen worden, hoe conservatiever ze zijn
- Voorbeeld stabiliteit: Gandhi
o Officieuze leider van geweldloze opstand van Indiase volk tegen Britse
koloniale heerschappij
o Eenvoudig, bescheiden, zelfontzeggend, verzoenend als kind en
jongvolwassene
o Bleef bescheiden, zelfontzeggend, verzoenend als volwassene
§ Ondanks tumultueuze gebeurtenissen rondom hem
§ Ondanks wat er gebeurde, bleef hij zijn persoonlijkheid behouden
- Voorbeeld verandering: Stanley “Tookie” Williams
o Oprichter van de straatbende “Crips” in LA
o Verantwoordelijk geacht voor verschillende moorden en geweldplegingen
o Hij was gewelddadig, koel, impulsief
o Maar werd vanaf 1992 vreedzaam en werd een grote activist tegen
straatbendes en geweld
o Auteur van verschillende kinderboeken die waarschuwen voor straatbendes
en geweld: vredelievend, gewetensvol, minzaam
o Zijn persoonlijkheid veranderde en bleef dus niet stabiel
2 definiërende kwaliteiten om te spreken van een persoonlijkheidsverandering:
- Intern: de veranderingen zijn intern in de persoon, niet uitsluitend in de omgeving
o Zo kan je een heel andere omgeving, groep mensen en gedrag hebben
§ Zolang er intern geen verandering is, is er geen sprake van een
persoonlijkheidsverandering
o Autoritaire persoonlijkheidsstijl:
§ Dominant en agressief tov minderen
§ Onderdanig en meelopend tov meerderen
§ Conclusie: gedrag verandert maar de trek verandert niet
• Dit zijn typische gedragingen voor een autoritair persoon
- Aanhoudend: de veranderingen houden aan doorheen de tijd en zijn niet tijdelijk
o Agressiever zijn als je dronken bent of uitgelaten zijn als je goed nieuws krijgt,
zijn tijdelijke dingen
3 niveaus van analyse:
- Populatieniveau
o Veranderingen of constanties (stabiliteit) over de tijd die voor iedereen min of
meer gelden
§ Seksuele motivatie heeft de neiging om te stijgen tijdens de puberteit
bij zo goed als iedereen
§ Er is een algemene afname in impulsiviteit en risicogedrag naarmate
men ouder wordt
o Er is dus sprake van algemene trends
- Niveau van groepsverschillen (groepen in de populatie)
Bron: lessen en powerpoints gegeven door prof. Gina Rossi 4