Doel→ Basiskennis verwerven m.b.t. hoe psychologie werkt in organisaties en onze samenleving.
1. Introductie
Wat is een organisatie?
- Ziekenhuis→ grijs, veel ramen.
- Google→ creative omgeving creëren, niet traditioneel.
- …
Een organisatie→ Een samenwerking tussen 2 of meerdere mensen om een bepaald doel te
bereiken.
Organisatiestructuur→ Systeem dat aangeeft hoe taken formeel worden verdeeld, gegroepeerd en
gecoördineerd.
Vaak schematisch weergeven in een organogram→ bv. KBC group.
Organogram→ kan je voor iedere
organisatie creëren.
Hoogste leidinggevenden bovenaan.
Organisaties hebben:
● Missie→ Waarvoor (de mensen van) een organisatie staat (staan);
○ “Wie we zijn”.
○ bv. colruyt→ goedkoopste voedingsmiddelen aanbieden.
● Visie→ algemene voorstelling vd toekomst (Wat op lange termijn?) van een organisatie;
○ “waarvoor we gaan”. Concrete doelstellingen.
● Waarden→ Leidende principes.
○ ‘Wat is belangrijk?’, samen optimaal presteren,...
● Stakeholders→ Iedereen die (een) belang heeft bij wat de organisatie doet.
, ○ Aandeelhouders,
○ Werknemers,
○ Leveranciers,
○ Klanten,
○ Omwonenden,
○ Samenleving,
○ Bestuur/ management.
Belang van mens & organisatie
Amerikaans onderzoek: Waarom verlaten werknemers hun organisatie wel/ niet?, Wat maakt dat
werknemers graag werken?
➔ Niet loon en andere arbeidsvoorwaarden zijn het belangrijkst WEL de kwaliteit van het werk
en een stimulerende omgeving.
Organisatiepsychologie→ Wetenschappelijke kennis verwerven over de relatie(s) tussen variabelen.
Doel?
● Gedrag, emoties en attitudes in organisaties en de samenleving begrijpen.
● Gedrag, emoties en attitudes in organisaties en de samenleving voorspellen.
Intuïtie vs. ondersteund door onderzoek
Perfectionist→ voor- en nadelen.
Hoe onderzoek?
- Kwalitatief onderzoek bv. interviews, historische documenten.
- Kwantitatief onderzoek
- Experimenteel onderzoek → sterkte: interne validiteit.
- Survey- onderzoek→ sterkte: externe validiteit.
→ Indien correct uitgevoerd!!! (kwanti).
Interne validiteit→ oorzaak en gevolg
● Hoog: hoge uitspraak oorzaak- gevolg.
● Laag: geen uitspraak “ “.
Externe validiteit→ Klopt dit op de werkvloer (realiteit)
● Hoog: klopt.
● Laag: klopt niet.
Experimenteel onderzoek
1 grote groep met conditie A & Conditie B.
,Survey- onderzoek - Workaholism
● Vragen met antwoorden van 1 tot 4.
● 1= nooit, 4= altijd.
● Meestal 4= workaholism.
Survey-onderzoek -Workaholism
(excessief werken)
Excessief werken= overwerken/
overuren werken.
Workaholism: stress neemt toe,
levenstevredenheid neemt af.
Survey-onderzoek -Perfectionisme
● Vragen met antwoorden van 1 tot 5.
● 1= helemaal niet akkoord, 5= helemaal akkoord.
● Meestal 5= perfectionistisch.
Survey-onderzoek –Workaholism (excessief
werken)
Klimaat waarin hard werken (overwerken)
aangemoedigd wordt→ stijgen van
workaholism.
perfectionisme→ Workaholism en
overwerken stijgt.
, Workaholism stijgt bij hoog perfectionisme.
Workaholism bij laag perfectionistische mensen
blijft ongeveer hetzelfde.
Weinig absolute uitspraken→ hangt af van:
- Gemiddelden.
- Omstandigheden (oftewel
contingentievariabelen).
Uitdagingen voor mens & organisatie
Reageren op zware economische tijden
- Bv. proximus schrapt jobs.
- Bv. proximus laag loon→ mensen vertrekken.
Innovatie en verandering stimuleren
- Vernieuwing met als doel kwaliteitsverbetering, duurzaamheid, mvo, …
Werknemers en juiste evenwicht tussen werk & privéleven
- Filmpje: Colruyt werknemers met pendelbus naar hun werk.
- Mensen worden geconfronteerd met heel wat uitdagingen op dit vlak.
Ethischer gedrag
- Bv. Ford brandbare auto toch verkocht door hogere omzet dan kosten voor gewonden,...
- Geld prikkelt de hersenen.