Aardrijkskunde vwo 3
2.1 Het gezicht van de aarde verandert.
Hoe veranderde de aarde In de afgelopen 4,5 miljard jaar?
De aarde was gloeiend heet en koelde langzaam af. Er kwamen een aardkern, aardmantel en
aardkorst, ook kwamen CO2 en waterdamp, de waterdamp verandert in water. Na 3 miljard jaar
ontstonden bacteriën. De tijd van de bacteriën is het Precambrium. Daarna kwamen het
paleozoïcum, het Mesozoïcum en als laatste het Kenozoïcum.
Waardoor onderging het leven op aarde grote veranderingen?
Door massa-extincties is 5 keer het leven op aarde compleet verdwenen. De oorzaken zijn niet
duidelijk maar waarschijnlijk door extreme kou, afname van CO2 en een grote meteorietinslag
Leer de tijdvakken vanuit je boek!
2.2 Het dagboek van de aarde.
Hoe komt een fossiel in een gesteente terecht?
Fossiel: een versteend overblijfsel van een skelet of een afdruk van een plant of dier. Fossielen
ontstaan doordat ze onder zand of modder worden begraven voor ze wegrotten.
Waarom vertellen bodemlagen en fossielen veel over de geologische aardheid van de aarde?
De plek waar je een fossiel vindt, vertelt veel over hoe het er vroeger uit heeft gezien. Als je
bijvoorbeeld een mammoet op de plek van de Noordzee vindt, weet je dat het daar een tijd lang land
is geweest. Ammonieten zijn de gidsfossielen, ze leefden een korte tijd in groot gebied en zo weet je
wanneer je dat tegenkomt dat het 250 tot 65 miljoen jaar geleden is.
Er zijn 3 soorten gesteenten:
1. sedimentgesteente: kleine laagjes zand en klei over elkaar heen gezet. Die telkens worden
samengeperst tot gesteente.
2. Stollingsgesteente: gesteenten gevormd door vulkanische activiteit.
3. Metamorf gesteente: door hoge druk en/of hoge temperaturen is gesteente veranderd.
Wat zijn relatieve en absolute ouderdom?
Relatieve ouderdom: ouderdom in opzichte van elkaar.
Absolute ouderdom: ouderdom gemeten in jaren.
2.3 Delfstoffen in soorten en maten.
Zijn er verschillende delfstoffen afhankelijk van hoe ze zijn ontstaan?’
Delfstoffen: nuttige stoffen die uit de grond zijn gehaald.
Metalen> bijvoorbeeld. ijzer, goud, aluminium.
2.1 Het gezicht van de aarde verandert.
Hoe veranderde de aarde In de afgelopen 4,5 miljard jaar?
De aarde was gloeiend heet en koelde langzaam af. Er kwamen een aardkern, aardmantel en
aardkorst, ook kwamen CO2 en waterdamp, de waterdamp verandert in water. Na 3 miljard jaar
ontstonden bacteriën. De tijd van de bacteriën is het Precambrium. Daarna kwamen het
paleozoïcum, het Mesozoïcum en als laatste het Kenozoïcum.
Waardoor onderging het leven op aarde grote veranderingen?
Door massa-extincties is 5 keer het leven op aarde compleet verdwenen. De oorzaken zijn niet
duidelijk maar waarschijnlijk door extreme kou, afname van CO2 en een grote meteorietinslag
Leer de tijdvakken vanuit je boek!
2.2 Het dagboek van de aarde.
Hoe komt een fossiel in een gesteente terecht?
Fossiel: een versteend overblijfsel van een skelet of een afdruk van een plant of dier. Fossielen
ontstaan doordat ze onder zand of modder worden begraven voor ze wegrotten.
Waarom vertellen bodemlagen en fossielen veel over de geologische aardheid van de aarde?
De plek waar je een fossiel vindt, vertelt veel over hoe het er vroeger uit heeft gezien. Als je
bijvoorbeeld een mammoet op de plek van de Noordzee vindt, weet je dat het daar een tijd lang land
is geweest. Ammonieten zijn de gidsfossielen, ze leefden een korte tijd in groot gebied en zo weet je
wanneer je dat tegenkomt dat het 250 tot 65 miljoen jaar geleden is.
Er zijn 3 soorten gesteenten:
1. sedimentgesteente: kleine laagjes zand en klei over elkaar heen gezet. Die telkens worden
samengeperst tot gesteente.
2. Stollingsgesteente: gesteenten gevormd door vulkanische activiteit.
3. Metamorf gesteente: door hoge druk en/of hoge temperaturen is gesteente veranderd.
Wat zijn relatieve en absolute ouderdom?
Relatieve ouderdom: ouderdom in opzichte van elkaar.
Absolute ouderdom: ouderdom gemeten in jaren.
2.3 Delfstoffen in soorten en maten.
Zijn er verschillende delfstoffen afhankelijk van hoe ze zijn ontstaan?’
Delfstoffen: nuttige stoffen die uit de grond zijn gehaald.
Metalen> bijvoorbeeld. ijzer, goud, aluminium.