2. 1 Stedelijke ontwikkeling
Verstedelijkingsgraad (urbanisatiegraad) = Aandeel van de stedelijke bevolking in de totale
bevolking.
> Dit is in Brazilië heel hoog, bevolkingsspreiding is heel ongelijk.
> Bijna alle miljoenensteden liggen aan de kust. Dat komt omdat dat in de koloniale tijd een gunstige
plek was voor buitenlandse handel. Tussen de steden word landschap gebruikt voor landbouw,
industrie en infrastructuur.
> De oudste steden liggen in het noord-oosten. (Landbouwbedrijven)
> Door de ontwikkeling van mijnbouw in de 18e eeuw ontstonden veel kleine steden in het
zuid-oosten.
> Het economische zwaartepunt verplaatste zich naar het zuid-oosten door de onafhankelijkheid in
1822, daarna breiden steden zich uit door industriële ontwikkelingen. (Ook werd het een
vestigingsgebied)
> De steden vullen elkaar aan op verschillende gebieden, ze vormen een stedelijke netwerk=
steden die onderling sterk verbonden zijn. Dit kan heel belangrijk zijn voor de economie.
> Een goede infrastructuur is belangrijk; steden moeten goed met elkaar verbonden
zijn qua wegen.
Verstedelijkingstempo (urbanisatietempo) = Snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad (per jaar)
veranderd (in procenten).
> Groeide hard sinds 1950.
> Arme boeren van het platteland gingen banen zoeken in de stad.
> Er kwamen problemen; er waren te weinig woningen en banen (= bevolkingsdruk)
> De overheid breidde 2 steden uit; ze legden een infrastructuur aan in Brasília en Manaus.
(Infrastructuur= alles qua voorzieningen die een land nodig heeft om goed te functioneren)
> In Manaus waren er weinig handelsbelemmeringen voor goederen op het gebied van
import en export. Dit was aantrekkelijk voor multinationals.
> Kleine steden rondom deze 2 steden werden hierdoor ook ‘levendiger’; het
verstedelijkingstempo ging hier snel.
> In de afgelopen 10 jaar zijn veel mensen vanuit de grote steden naar de kleinere steden
verhuist, door o.a. luchtvervuiling en files.
2. 2 Steden onder de loep
Sloppenwijk= Wijk waar bewoners zelf (illegaal) huizen hebben gebouwd
> Dit zijn de armere wijken
> Eerst vooral aan de rand van de stad, maar later ook midden in grote steden.
Gated community (ommuurde woonwijk)= Stadsdeel dat door een muur/hek wordt afgesloten van
de openbare ruimte / de rest van de stad.
> Dit zijn de rijkere delen, soms een paar gebouwen maar kan ook een hele wijk zijn.
> Eerst vooral in de stad, later ook aan de rand van de stad.
> Dit spreidingspatroon zorgt voor een verbrokkeld beeld van de stedelijke inrichting;
gefragmenteerd.
Verstedelijkingsgraad (urbanisatiegraad) = Aandeel van de stedelijke bevolking in de totale
bevolking.
> Dit is in Brazilië heel hoog, bevolkingsspreiding is heel ongelijk.
> Bijna alle miljoenensteden liggen aan de kust. Dat komt omdat dat in de koloniale tijd een gunstige
plek was voor buitenlandse handel. Tussen de steden word landschap gebruikt voor landbouw,
industrie en infrastructuur.
> De oudste steden liggen in het noord-oosten. (Landbouwbedrijven)
> Door de ontwikkeling van mijnbouw in de 18e eeuw ontstonden veel kleine steden in het
zuid-oosten.
> Het economische zwaartepunt verplaatste zich naar het zuid-oosten door de onafhankelijkheid in
1822, daarna breiden steden zich uit door industriële ontwikkelingen. (Ook werd het een
vestigingsgebied)
> De steden vullen elkaar aan op verschillende gebieden, ze vormen een stedelijke netwerk=
steden die onderling sterk verbonden zijn. Dit kan heel belangrijk zijn voor de economie.
> Een goede infrastructuur is belangrijk; steden moeten goed met elkaar verbonden
zijn qua wegen.
Verstedelijkingstempo (urbanisatietempo) = Snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad (per jaar)
veranderd (in procenten).
> Groeide hard sinds 1950.
> Arme boeren van het platteland gingen banen zoeken in de stad.
> Er kwamen problemen; er waren te weinig woningen en banen (= bevolkingsdruk)
> De overheid breidde 2 steden uit; ze legden een infrastructuur aan in Brasília en Manaus.
(Infrastructuur= alles qua voorzieningen die een land nodig heeft om goed te functioneren)
> In Manaus waren er weinig handelsbelemmeringen voor goederen op het gebied van
import en export. Dit was aantrekkelijk voor multinationals.
> Kleine steden rondom deze 2 steden werden hierdoor ook ‘levendiger’; het
verstedelijkingstempo ging hier snel.
> In de afgelopen 10 jaar zijn veel mensen vanuit de grote steden naar de kleinere steden
verhuist, door o.a. luchtvervuiling en files.
2. 2 Steden onder de loep
Sloppenwijk= Wijk waar bewoners zelf (illegaal) huizen hebben gebouwd
> Dit zijn de armere wijken
> Eerst vooral aan de rand van de stad, maar later ook midden in grote steden.
Gated community (ommuurde woonwijk)= Stadsdeel dat door een muur/hek wordt afgesloten van
de openbare ruimte / de rest van de stad.
> Dit zijn de rijkere delen, soms een paar gebouwen maar kan ook een hele wijk zijn.
> Eerst vooral in de stad, later ook aan de rand van de stad.
> Dit spreidingspatroon zorgt voor een verbrokkeld beeld van de stedelijke inrichting;
gefragmenteerd.