TITEL I: HET SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Inhoud
HOOFDSTUK 1: HET WETTELIJK STELSEL ................................................................................................. 2
1 Situering ...................................................................................................................................... 2
2 Kwalificatie van de vermogens .................................................................................................... 2
3 Werking van het wettelijk stelsel ................................................................................................ 2
3.1 Algemeen............................................................................................................................. 2
3.2 De bewijsregels.................................................................................................................... 3
4 De baten ...................................................................................................................................... 4
4.1 Baten van de eigen vermogens ........................................................................................... 4
4.2 Baten van het gemeenschappelijk vermogen (art. 2.3.22 Nieuw BW) ............................... 9
5 De lasten ...................................................................................................................................... 9
5.1 Het definitief passief (contributio) .................................................................................... 10
5.2 Het voorlopig passief (obligatio) ....................................................................................... 12
5.3 Schulden tussen echtgenoten ........................................................................................... 13
6 De ontbinding, vereffening en verdeling van het wettelijk stelsel ........................................... 13
6.1 Ontbinding van het wettelijk stelsel.................................................................................. 13
6.2 Gevolgen van de ontbinding (art. 2.3.43 nieuw BW) ........................................................ 16
6.3 De verdeling....................................................................................................................... 21
6.4 Schulden tussen echtgenoten (art. 2.3.51 nieuw BW) ...................................................... 23
HOOFDSTUK 2: DE CONVENTIONELE STELSELS ..................................................................................... 24
1 Algemeen – het huwelijkscontract ............................................................................................ 24
1.1 Inhoudelijke vereisten ....................................................................................................... 24
1.2 Vormvereisten ................................................................................................................... 24
1.3 Wijziging van het huwelijkscontract .................................................................................. 24
2 Conventionele gemeenschapsstelsel ........................................................................................ 25
2.1 Bedingen tot uitbreiding van de gemeenschap ................................................................ 26
2.2 Bedingen die het gemeenschappelijk vermogen beperken .............................................. 27
2.3 De vereffenings-en verdelingsbedingen............................................................................ 27
2.4 De theorie van de huwelijksvoordelen.............................................................................. 30
3 De stelsels van scheiding van goederen .................................................................................... 32
3.1 Werking van de scheiding van goederen .......................................................................... 32
3.2 Contractuele correcties op de zuivere scheiding van goederen ....................................... 34
HOOFDSTUK I: WETTELIJKE SAMENWONING ....................................................................................... 36
HOOFDSTUK II: FEITELIJKE SAMENWONING ......................................................................................... 37
VERCAIGNE JAIMY - 1
, TITEL I: HET SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
HOOFDSTUK 1: HET WETTELIJK STELSEL
1 Situering
Huwelijk is onderworpen aan 2 stelsels:
- Primair stelsel
- Secundair stelsel:
o Wettelijk stelsel
o Conventioneel stelsel/bedongen huwelijksvermogensstelsel
▪ Via notaris
▪ Voor het huwelijk of tijdens het huwelijk (wijzigingsakte)
▪ Voorschriften 1394-1395 BW naleven
▪ Regeling tussen echtgenoten en tegenover derden
▪ Wijziging mogen onder strikte wettelijke voorwaarden
Kenmerken van beide stelsels:
- In werking vanaf datum huwelijk
- Geen willekeurige wijziging mogelijk
2 Kwalificatie van de vermogens
Wettelijk stelsel heeft 3 vermogens: (art. 2.3.16 nieuw BW)
- Vermogen partner 1 (art. 2.3.17 nieuw BW)
o Tijdens huwelijk verkregen vermogen: ten persoonlijke titel (erfenis of giften)
o Voor het huwelijk verkregen vermogen: met voorhuwelijks karakter
- Vermogen partner 2 (art. 2.3.17 nieuw BW)
o Idem partner 1
- Gemeenschappelijk vermogen van beiden samen
o Goederen die geen eigen karakter hebben
o Goederen die geen eigen karakter hebben en die niet kan bewezen worden
Kenmerken van deze vermogens:
- Afzonderlijke juridische inboedels
- Geen rechtspersoonlijkheid
- Kennen een eigen bestuursregeling met
o Solidariteit voor het GV (art. 2.3.29-2.3.38 nieuw BW)
o Partijautonomie voor het EV (art. 2.3.39 nieuw BW)
Wettelijk stelsel = ‘gemeenschap van aanwinsten’:
= solidariteit tussen de echtgenoten door de gemeenmaking van de aanwinsten, opbouwen van een
gezinsvermogen
Gemeenschappelijk vermogen:
= wordt beschouwordt als een doelgebonden vermogen dat blijft bestaan tot op het ogenblik van de
ontbinding
3 Werking van het wettelijk stelsel
3.1 Algemeen
Geconcipieerd als bewijsregeling: (art. 2.3.22 Nieuw BW)
= alle goederen waarvan niet bewezen is dat ze eigen zijn, zijn gemeenschappelijk
Wat is gemeenschappelijk?:
= alle baten tijdens het huwelijk, behoudens bewijs van tegendeel
VERCAIGNE JAIMY - 2
, TITEL I: HET SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Welk bewijs mogelijk?
= specifieke bewijsregels (art. 2.3.20 nieuw BW)
Wat met schulden?: (art. 2.3.25 nieuw BW)
- Schulden aangegaan door beide echtgenoten
- Schulden gemaakt voor huishouding of opvoeding kinderen
- In belang van gemeenschappelijk vermogen
- Ten laste van giften
- Interest van de eigen schulden
- Schulden niet bewezen kunnen worden die eigen te zijn aan 1 echtgenoot
Welk bewijs mogelijk?
= specifieke bewijsregels (art. 2.3.23 – 2.3.24 nieuw BW)
Symbiose = ubi emolumentum, ibi onus:
= waar het voordeel is, is ook de last
3.2 De bewijsregels
3.2.1 Tussen echtgenoten
Door welke middelen?: (art. 2.3.20, 3e lid nieuw BW)
= alle middelen van recht, INCL. getuigenissen maar met beperkingen in huwelijkscontract
3.2.2 Ten aanzien van derden
Door welke middelen: (art. 2.3.20, lid 2 en 3 nieuw BW)
- Notariële boedelbeschrijving opgesteld in tempore non suspecto
- Verkrijgende verjaring door onafgebroken, ongestoord, openbaar en niet dubbelzinnig bezit
als eigenaar (uitz. Het geval tussen echtgenoten)
- Titels met vaste datum (notariële akte/geregistreerde onderhandse akte)
- Beschieden van een openbare dienst (kadaster)
- Vermelding in regelmatig gehouden of opgemaakte registers
o Vermelding in jaarrekening
o Boekhoudkundige stukken
Omkering van het vermoeden volgens bovenvermelde middelen:
= creëert geen eigenom iuris et de iure in hoofde van de betrokken echtgenoot → derden kunnen
opnieuw tegenbewijs leveren
3.2.3 Bewijswaarde lijst eigen goederen
Welke bewijswaarde heeft een zelf opgemaakte lijst verdeling goederen?:
= is een annex bij het huwelijkscontract
- Notaris neemt hier kennis van maar controleert niet de volledigheid en juistheid ervan
- Enkel geldig tussen echtgenoten
- Niet tegenstelbaar aan derden
- Rechter heeft een soevereine appreciatiebevoegdheid
VERCAIGNE JAIMY - 3
, TITEL I: HET SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
4 De baten
4.1 Baten van de eigen vermogens
2 soorten:
- Eigen door hun oorsprong
o Voorhuwelijks goederen
o Tijdens het huwelijk om niet
- Eigen door hun aard
o Accsoria
o Strikt persoonlijke goederen
4.1.1 Goederen eigen door hun oorsprong
Voorhuwelijkse of tegenwoordige goederen
Wat?:
= alle goederen die een echtgenoot toebehoorden op de dag van voltrekking van het huwelijk zijn
eigen → datums eigendomsverwerving: onroerende schuldvordering
Vbn:
- A sluit voorhuwelijks een onderhandse verkoopovereenkomst afde notariële akte wordt
afgesloten na voltrekking huwelijk
- A sluit voorhuwelijks een onderhandse verkoopovereenkomst af met uitgestelde
eigendomsoverdracht tot op moment voltrekken notariële K-VK de notariële akte wordt
afgesloten na voltrekking huwelijk
Eigen:
- voorhuwelijkse opschortende / ontbindende voorwaarde – retroactieve werking
- de nietigverklaring van een voorhuwelijks contract – retroactieve werking
- het tijdstip van start van de verkrijgende verjaring – retroactieve werking
Gemeenschappelijk:
- het lichten van een voorhuwelijkse aankoopoptie – géén retroactieve werking
Tijdens het huwelijk om niet verkregen goederen – toekomstige goederen
Welke goederen?:
- Door wettelijke erfvolging
- Door schenking onder levenden of testament
Welke niet?:
= wanneer ze uitdrukkelijk door de schenker of testator als gemeenschappelijk zouden zijn (art.
2.3.22, 3° nieuw BW)
4.1.2 Goederen eigen door hun aard
2 mogelijkheden:
- Accessoria
- Strikt persoonlijke goederen
VERCAIGNE JAIMY - 4
Inhoud
HOOFDSTUK 1: HET WETTELIJK STELSEL ................................................................................................. 2
1 Situering ...................................................................................................................................... 2
2 Kwalificatie van de vermogens .................................................................................................... 2
3 Werking van het wettelijk stelsel ................................................................................................ 2
3.1 Algemeen............................................................................................................................. 2
3.2 De bewijsregels.................................................................................................................... 3
4 De baten ...................................................................................................................................... 4
4.1 Baten van de eigen vermogens ........................................................................................... 4
4.2 Baten van het gemeenschappelijk vermogen (art. 2.3.22 Nieuw BW) ............................... 9
5 De lasten ...................................................................................................................................... 9
5.1 Het definitief passief (contributio) .................................................................................... 10
5.2 Het voorlopig passief (obligatio) ....................................................................................... 12
5.3 Schulden tussen echtgenoten ........................................................................................... 13
6 De ontbinding, vereffening en verdeling van het wettelijk stelsel ........................................... 13
6.1 Ontbinding van het wettelijk stelsel.................................................................................. 13
6.2 Gevolgen van de ontbinding (art. 2.3.43 nieuw BW) ........................................................ 16
6.3 De verdeling....................................................................................................................... 21
6.4 Schulden tussen echtgenoten (art. 2.3.51 nieuw BW) ...................................................... 23
HOOFDSTUK 2: DE CONVENTIONELE STELSELS ..................................................................................... 24
1 Algemeen – het huwelijkscontract ............................................................................................ 24
1.1 Inhoudelijke vereisten ....................................................................................................... 24
1.2 Vormvereisten ................................................................................................................... 24
1.3 Wijziging van het huwelijkscontract .................................................................................. 24
2 Conventionele gemeenschapsstelsel ........................................................................................ 25
2.1 Bedingen tot uitbreiding van de gemeenschap ................................................................ 26
2.2 Bedingen die het gemeenschappelijk vermogen beperken .............................................. 27
2.3 De vereffenings-en verdelingsbedingen............................................................................ 27
2.4 De theorie van de huwelijksvoordelen.............................................................................. 30
3 De stelsels van scheiding van goederen .................................................................................... 32
3.1 Werking van de scheiding van goederen .......................................................................... 32
3.2 Contractuele correcties op de zuivere scheiding van goederen ....................................... 34
HOOFDSTUK I: WETTELIJKE SAMENWONING ....................................................................................... 36
HOOFDSTUK II: FEITELIJKE SAMENWONING ......................................................................................... 37
VERCAIGNE JAIMY - 1
, TITEL I: HET SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
HOOFDSTUK 1: HET WETTELIJK STELSEL
1 Situering
Huwelijk is onderworpen aan 2 stelsels:
- Primair stelsel
- Secundair stelsel:
o Wettelijk stelsel
o Conventioneel stelsel/bedongen huwelijksvermogensstelsel
▪ Via notaris
▪ Voor het huwelijk of tijdens het huwelijk (wijzigingsakte)
▪ Voorschriften 1394-1395 BW naleven
▪ Regeling tussen echtgenoten en tegenover derden
▪ Wijziging mogen onder strikte wettelijke voorwaarden
Kenmerken van beide stelsels:
- In werking vanaf datum huwelijk
- Geen willekeurige wijziging mogelijk
2 Kwalificatie van de vermogens
Wettelijk stelsel heeft 3 vermogens: (art. 2.3.16 nieuw BW)
- Vermogen partner 1 (art. 2.3.17 nieuw BW)
o Tijdens huwelijk verkregen vermogen: ten persoonlijke titel (erfenis of giften)
o Voor het huwelijk verkregen vermogen: met voorhuwelijks karakter
- Vermogen partner 2 (art. 2.3.17 nieuw BW)
o Idem partner 1
- Gemeenschappelijk vermogen van beiden samen
o Goederen die geen eigen karakter hebben
o Goederen die geen eigen karakter hebben en die niet kan bewezen worden
Kenmerken van deze vermogens:
- Afzonderlijke juridische inboedels
- Geen rechtspersoonlijkheid
- Kennen een eigen bestuursregeling met
o Solidariteit voor het GV (art. 2.3.29-2.3.38 nieuw BW)
o Partijautonomie voor het EV (art. 2.3.39 nieuw BW)
Wettelijk stelsel = ‘gemeenschap van aanwinsten’:
= solidariteit tussen de echtgenoten door de gemeenmaking van de aanwinsten, opbouwen van een
gezinsvermogen
Gemeenschappelijk vermogen:
= wordt beschouwordt als een doelgebonden vermogen dat blijft bestaan tot op het ogenblik van de
ontbinding
3 Werking van het wettelijk stelsel
3.1 Algemeen
Geconcipieerd als bewijsregeling: (art. 2.3.22 Nieuw BW)
= alle goederen waarvan niet bewezen is dat ze eigen zijn, zijn gemeenschappelijk
Wat is gemeenschappelijk?:
= alle baten tijdens het huwelijk, behoudens bewijs van tegendeel
VERCAIGNE JAIMY - 2
, TITEL I: HET SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Welk bewijs mogelijk?
= specifieke bewijsregels (art. 2.3.20 nieuw BW)
Wat met schulden?: (art. 2.3.25 nieuw BW)
- Schulden aangegaan door beide echtgenoten
- Schulden gemaakt voor huishouding of opvoeding kinderen
- In belang van gemeenschappelijk vermogen
- Ten laste van giften
- Interest van de eigen schulden
- Schulden niet bewezen kunnen worden die eigen te zijn aan 1 echtgenoot
Welk bewijs mogelijk?
= specifieke bewijsregels (art. 2.3.23 – 2.3.24 nieuw BW)
Symbiose = ubi emolumentum, ibi onus:
= waar het voordeel is, is ook de last
3.2 De bewijsregels
3.2.1 Tussen echtgenoten
Door welke middelen?: (art. 2.3.20, 3e lid nieuw BW)
= alle middelen van recht, INCL. getuigenissen maar met beperkingen in huwelijkscontract
3.2.2 Ten aanzien van derden
Door welke middelen: (art. 2.3.20, lid 2 en 3 nieuw BW)
- Notariële boedelbeschrijving opgesteld in tempore non suspecto
- Verkrijgende verjaring door onafgebroken, ongestoord, openbaar en niet dubbelzinnig bezit
als eigenaar (uitz. Het geval tussen echtgenoten)
- Titels met vaste datum (notariële akte/geregistreerde onderhandse akte)
- Beschieden van een openbare dienst (kadaster)
- Vermelding in regelmatig gehouden of opgemaakte registers
o Vermelding in jaarrekening
o Boekhoudkundige stukken
Omkering van het vermoeden volgens bovenvermelde middelen:
= creëert geen eigenom iuris et de iure in hoofde van de betrokken echtgenoot → derden kunnen
opnieuw tegenbewijs leveren
3.2.3 Bewijswaarde lijst eigen goederen
Welke bewijswaarde heeft een zelf opgemaakte lijst verdeling goederen?:
= is een annex bij het huwelijkscontract
- Notaris neemt hier kennis van maar controleert niet de volledigheid en juistheid ervan
- Enkel geldig tussen echtgenoten
- Niet tegenstelbaar aan derden
- Rechter heeft een soevereine appreciatiebevoegdheid
VERCAIGNE JAIMY - 3
, TITEL I: HET SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
4 De baten
4.1 Baten van de eigen vermogens
2 soorten:
- Eigen door hun oorsprong
o Voorhuwelijks goederen
o Tijdens het huwelijk om niet
- Eigen door hun aard
o Accsoria
o Strikt persoonlijke goederen
4.1.1 Goederen eigen door hun oorsprong
Voorhuwelijkse of tegenwoordige goederen
Wat?:
= alle goederen die een echtgenoot toebehoorden op de dag van voltrekking van het huwelijk zijn
eigen → datums eigendomsverwerving: onroerende schuldvordering
Vbn:
- A sluit voorhuwelijks een onderhandse verkoopovereenkomst afde notariële akte wordt
afgesloten na voltrekking huwelijk
- A sluit voorhuwelijks een onderhandse verkoopovereenkomst af met uitgestelde
eigendomsoverdracht tot op moment voltrekken notariële K-VK de notariële akte wordt
afgesloten na voltrekking huwelijk
Eigen:
- voorhuwelijkse opschortende / ontbindende voorwaarde – retroactieve werking
- de nietigverklaring van een voorhuwelijks contract – retroactieve werking
- het tijdstip van start van de verkrijgende verjaring – retroactieve werking
Gemeenschappelijk:
- het lichten van een voorhuwelijkse aankoopoptie – géén retroactieve werking
Tijdens het huwelijk om niet verkregen goederen – toekomstige goederen
Welke goederen?:
- Door wettelijke erfvolging
- Door schenking onder levenden of testament
Welke niet?:
= wanneer ze uitdrukkelijk door de schenker of testator als gemeenschappelijk zouden zijn (art.
2.3.22, 3° nieuw BW)
4.1.2 Goederen eigen door hun aard
2 mogelijkheden:
- Accessoria
- Strikt persoonlijke goederen
VERCAIGNE JAIMY - 4